Uitspraak · Belastingrecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 23 oktober 2026

ECLI:NL:RBZWB:2026:10277Zaaknummer BRE 25/3657

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
23 oktober 2026
Publicatiedatum
28 oktober 2026
Zaaknummer
BRE 25/3657
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Belastingrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Verzet
Zittingsplaats
Breda
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

8:55; Verzet ongegrond

Beslissing

De rechtbank verklaart het verzet ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.J. Bastiaansen, rechter, in aanwezigheid van

mr. W. Dekkers, griffier.

griffier rechter

De uitspraak is openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na de datum bekendmaking beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl.

Bepaalde personen die niet worden vertegenwoordigd door een gemachtigde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent, mogen per post beroep in cassatie instellen. Dit zijn natuurlijke personen en verenigingen waarvan de statuten niet zijn opgenomen in een notariële akte. Als zij geen gebruik willen maken van digitaal procederen kunnen deze personen het beroepschrift in cassatie sturen aan de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie www.hogeraad.nl). Bij het instellen van beroep in cassatie moet het volgende in acht worden genomen:

1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak gevoegd;

2 - ( alleen bij procederen op papier) het beroepschrift moet ondertekend zijn;

3 - het beroepschrift moet ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. de dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is

gericht;

d. de gronden van het beroep in cassatie.

Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad. In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [eiseres] B.V., statutair gevestigd in [plaats] , eiseres
  2. Inleiding
  3. Beoordeling door de rechtbank
  4. Conclusie en gevolgen
  5. Beslissing
  6. Bent u het niet eens met deze uitspraak?

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Belastingrecht

zaaknummer: BRE 25/3657

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 oktober 2026 op het verzet van

[eiseres] B.V., statutair gevestigd in [plaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. S.M. Bothof),

tegen de uitspraak van de rechtbank van 6 februari 2026 in het geding tussen

eiseres

en

de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur.

Inleiding

1. Deze uitspraak op het verzet van eiseres gaat over de uitspraak van de rechtbank van 6 februari 2026 waarin de rechtbank het beroep van eiseres niet-ontvankelijk heeft verklaard.

1.1.

Eiseres heeft niet verzocht om op een zitting te worden gehoord.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank beoordeelt in deze uitspraak uitsluitend of in de uitspraak van 6 februari 2026 terecht is geoordeeld dat buiten redelijke twijfel[_525420ab-5427-489e-9427-3b15881edd42] is dat het beroep niet-ontvankelijk is. Zij doet dit aan de hand van de gronden van het verzet.

2.1.

Eiseres voert in verzet aan dat het beroepschrift niet voldeed aan de voorwaarden van artikel 6:5 van de Awb, omdat de naam van de voormalige vereffenaar of degene wiens belang rechtstreeks bij de vereffening is betrokken, ontbrak. Dat betekent dat sprake is van een verzuim. Eiseres stelt dat de rechtbank op grond van artikel 6:6 van de Awb de gelegenheid had moeten bieden het verzuim te stellen. Dat is niet gebeurd en daarom kan de uitspraak niet in stand blijven, aldus eiseres.

2.2.

De rechtbank komt tot het oordeel dat het verzet ongegrond is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

2.3.

De rechtbank overweegt dat een beroep op grond van artikel 6:6 van de Awb niet-ontvankelijk kan worden verklaard, onder meer indien niet is voldaan aan artikel 6:5 van de Awb of aan enig ander bij wet gesteld vereiste voor het in behandeling nemen van het beroep. De indiener van het beroep dient eerst in de gelegenheid te worden gesteld het verzuim te herstellen binnen een aan hem daartoe gestelde termijn.

2.4.

Sommige vereisten voor het in behandeling nemen van een bezwaar of beroep lenen zich echter niet voor herstel. Zo kan iemand die niet als belanghebbende bevoegd was tot het instellen van het rechtsmiddel, dat later niet alsnog worden. Ook kan de identiteit van de insteller van dat rechtsmiddel niet meer, bij wijze van herstel van een verzuim, worden gewijzigd.[_f441e238-ef60-4573-bc3c-a2c064f0321e]

2.5.

In artikel 26a van de Algemene wet inzake rijksbelastingen is bepaald wie tegen een besluit beroep bij de belastingrechter kan instellen. Het is aan de indiener van het beroep, dan wel diens gemachtigde, om vooraf te beoordelen of degene namens wie het beroep wordt ingesteld daartoe ook bevoegd is. Aan deze voorwaarde dient te zijn voldaan op het moment van het instellen van het beroep. Uit het beroepschrift blijkt onomstotelijk dat het beroep op naam van eiseres is ingesteld. Op het moment van het insturen van het beroepschrift was eiseres ontbonden en dus niet beroepsgerechtigd. De door gemachtigde overgelegde volmacht volstaat dus niet voor het instellen van een beroepsprocedure. Er is in dit geval, anders dan eiseres stelt, en zoals ook onder 2.4 overwogen verder geen sprake van een verzuim dat zich leent voor herstel. Niet valt ook in te zien welk verzuim hersteld moet worden, aangezien de bestreden belastingaanslag ten name van eiseres is opgelegd.

2.6.

In verzet is niet gesteld noch is gebleken dat beroep is ingesteld door of namens de voormalige vereffenaar of degene wiens belang rechtsreeks bij de vereffening is betrokken in de zin van het arrest van de Hoge Raad van 19 september 2003[_3156fbd7-bb8f-4067-97ec-43448bc747e2]. Daarmee is er ook geen aanleiding om te oordelen dat namens eiseres het beroep bekrachtigd kan worden.[_8381223d-e043-4b90-8dd7-8eb4867921ac] Ook valt dan niet in te zien dat daartoe nog gelegenheid geboden had moeten worden. Het is dan buiten redelijke twijfel dat het beroep niet-ontvankelijk is.

Conclusie en gevolgen

3. De gronden van het verzet slagen niet. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding anders te oordelen dan in de uitspraak van 6 februari 2026. Het verzet is ongegrond. Dat betekent dat die uitspraak in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het verzet ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.J. Bastiaansen, rechter, in aanwezigheid van

mr. W. Dekkers, griffier.

griffier rechter

De uitspraak is openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na de datum bekendmaking beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl.

Bepaalde personen die niet worden vertegenwoordigd door een gemachtigde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent, mogen per post beroep in cassatie instellen. Dit zijn natuurlijke personen en verenigingen waarvan de statuten niet zijn opgenomen in een notariële akte. Als zij geen gebruik willen maken van digitaal procederen kunnen deze personen het beroepschrift in cassatie sturen aan de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie www.hogeraad.nl). Bij het instellen van beroep in cassatie moet het volgende in acht worden genomen:

1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak gevoegd;

2 - ( alleen bij procederen op papier) het beroepschrift moet ondertekend zijn;

3 - het beroepschrift moet ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. de dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is

gericht;

d. de gronden van het beroep in cassatie.

Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad. In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.

Voetnoten

  1. Dit volgt uit artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
  2. Hoge Raad 20 oktober 1993, ECLI:NL:HR:1993:ZC5485 en Hoge Raad 7 juli 2017, ECLI:NL:HR:2017:1234.
  3. ECLI:NL:HR:2003:AK8288.
  4. Vgl. de conclusie van [naam] van 31 oktober 2025, ECLI:NL:PHR:2025:1159.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Deze uitspraak verwijst naar

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.