Uitspraak · Verbintenissenrecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 21 oktober 2026

ECLI:NL:RBZWB:2026:10230Zaaknummer 11963976 \ CV EXPL 25-3720 (T)

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
21 oktober 2026
Publicatiedatum
27 oktober 2026
Zaaknummer
11963976 \ CV EXPL 25-3720 (T)
Rechtsgebied
Civiel recht, Verbintenissenrecht
Procedure
Verzet
Zittingsplaats
Breda
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Vonnis in verzet. Verwijzing naar rechtbank Rotterdam vanwege woonplaats gedaagde partij (eiser in verzet).

3 De beslissing

De kantonrechter

3.1.

verklaart zich onbevoegd om kennis te nemen van deze zaak,

3.2.

verwijst de zaak in de stand waarin deze zich bevindt naar de rechtbank Rotterdam, team kanton, voor verdere behandeling,

3.3.

wijst partijen erop dat iedere partij het recht heeft de andere partij bij exploot op te roepen tegen een nieuwe roldatum.

Dit vonnis is gewezen door mr. Badal en in het openbaar uitgesproken op 21 oktober 2026.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 Het geschil en de beoordeling
  3. 3 De beslissing

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Breda

Zaaknummer: 11963976 \ CV EXPL 25-3720

Vonnis in verzet van 21 oktober 2026

in de zaak van

ASR BASIS ZIEKTEKOSTENVERZEKERINGEN N.V. (MEDE) H.O.D.NA(A)M(EN) IK KIES ZELF VAN A.S.R.,

te Amersfoort,

eisende partij,

gedaagde partij in het verzet,

hierna te noemen: ASR,

gemachtigde: GGN Brabant,

tegen

[verzekerde],

te [plaats 1],

gedaagde partij,

eisende partij in het verzet,

hierna te noemen: [verzekerde],

gemachtigde: mr. J.H. de Jong.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • het verstekvonnis van 17 september 2025 met zaaknummer 11877266 CV EXPL 25-2974,
  • de verzetdagvaarding van 29 oktober 2025 met producties,
  • de conclusie van antwoord in verzet met producties,
  • de conclusie van repliek in verzet met producties,
  • de akte uitlating producties van [verzekerde].
1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 Het geschil en de beoordeling

2.1.

Bij verstekvonnis van 17 september 2025 met zaaknummer 11877266 CV EXPL 25-2974 is [verzekerde] veroordeeld tot betaling van € 221,04 met de wettelijke rente en (proces)kosten, zoals in de dagvaarding van 2 september 2025 omschreven.

2.2.

[verzekerde] is het niet eens met de eis en het verstekvonnis en voert in haar verzetdagvaarding zowel formele als inhoudelijke gronden daartegen aan.

2.3.

ASR voert verweer en concludeert tot bekrachtiging van het vonnis van 17 september 2025 met veroordeling van [verzekerde] in de proceskosten.

2.4.

Het verzet van [verzekerde] is op tijd en op de juiste wijze ingesteld.

Bevoegdheid

2.5.

[verzekerde] stelt dat de kantonrechter onbevoegd is om op de vordering van ASR te beslissen, omdat zij woonachtig is in [plaats 1]. [verzekerde] stelt dat zij op het moment van dagvaarding woonachtig was aan het [adres 1]. Zij stelt dat zij haar verhuizing van [plaats 2] naar [plaats 1] op 15 juli 2025 heeft doorgegeven aan de gemeente [plaats 1] en dat de verhuizing op 19 augustus 2025 administratief is verwerkt.

2.6.

ASR heeft aangevoerd dat uit de informatie van de gemeentelijke basisadministratie op 19 augustus 2025 blijkt dat [verzekerde] op dat moment nog woonachtig was op het [adres 2]. ASR betwist niet dat [verzekerde] op het moment van uitbrengen van de dagvaarding op 2 september 2025 woonachtig was in [plaats 1]. ASR refereert zich aan het oordeel van de kantonrechter om de (verzet)procedure te verwijzen naar de kamer voor de kantonzaken, zittingsplaats Rotterdam om daar voort te procederen.

2.7.

De kantonrechter stelt voorop dat op grond van artikel 99 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) de rechtbank van de woonplaats van (oorspronkelijk) gedaagde, in dit geval [verzekerde], bevoegd is. Het bepalende moment waarop die woonplaats moet worden vastgesteld is het moment van het uitbrengen van de dagvaarding, dus de dag waarop de dagvaarding wordt betekend. Het moment van dagvaarding is het logische ijkpunt, omdat op dat moment de procedure aanhangig wordt gemaakt.[_e4060adc-3027-4980-a621-0604ec12b653] Niet ter discussie staat dat [verzekerde] op dat moment woonachtig is in [plaats 1].

2.8.

De kantonrechter zal zich onbevoegd verklaren om kennis te nemen van de zaak. De zaak zal naar de rechtbank Rotterdam worden doorverwezen.[_7a297df2-670e-4237-a276-96cb929deecc] De kantonrechter wijst partijen er op dat zij de zaak zelf aanhangig moeten maken bij de rechtbank Rotterdam .[_9b138524-605f-4f89-9e50-18637921790a]

3 De beslissing

De kantonrechter

3.1.

verklaart zich onbevoegd om kennis te nemen van deze zaak,

3.2.

verwijst de zaak in de stand waarin deze zich bevindt naar de rechtbank Rotterdam, team kanton, voor verdere behandeling,

3.3.

wijst partijen erop dat iedere partij het recht heeft de andere partij bij exploot op te roepen tegen een nieuwe roldatum.

Dit vonnis is gewezen door mr. Badal en in het openbaar uitgesproken op 21 oktober 2026.

Voetnoten

  1. Artikel 125 lid 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv).
  2. Artikel 99 Rv.
  3. Artikel 74 lid 1 Rv.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.