Uitspraak · Strafrecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 2 juni 2026

ECLI:NL:RBZWB:2026:10224Zaaknummer 25-031260

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
2 juni 2026
Publicatiedatum
21 oktober 2026
Zaaknummer
25-031260
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Raadkamer
Zittingsplaats
Breda
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

herzien standpunt OM. Gronden voor voortzetting strafvorderlijk beslag niet langer aanwezig.

De rechtbank:

- verklaart het klaagschrift gegrond en gelast de teruggave van de airsoftwapens/attributen aan klager.

Deze beslissing is genomen door mr. P.E. van Althuis, rechter, in tegenwoordigheid van

mr. S.H.M.R. Chevalier-Verbunt, griffier, en is uitgesproken op de openbare zitting van 2 juni 2026.

INFORMATIE RECHTSMIDDEL

Tegen deze beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na dagtekening van deze beslissing en door de klager binnen veertien dagen na de betekening van deze beslissing beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden te 's-Gravenhage (artikel 552d lid 2 Wetboek van Strafvordering).

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 De beoordeling
  3. 3 De beslissing

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats Breda

parketnummer: 02-308962-25

raadkamernummer: 25-031260

datum: 2 juni 2026

beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het beklag op grond van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:

[klager],

geboren op [geboortedag] 1999 te [geboorteplaats],

woonplaats kiezend op het kantoor van mr. T. Roggenkamp, advocaat te Roosendaal (Molenstraat 10, 4701 JS Roosendaal),

hierna te noemen: klager.

1 De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken:

  • het klaagschrift op grond van artikel 552a Sv, ingediend op 3 december 2025 ter griffie van deze rechtbank;
  • de kennisgeving van inbeslagneming op grond van artikel 94 Sv, waaruit blijkt dat op 8 juli 2025 onder klager in beslag zijn genomen:

1. airsoft shotgun1 airsoft automatische machinegeweren met een ingebouwde demper1 airsoft automatisch machinegeweer2 airsoft handvuurwapen1 airsoft granaat10 zakmessen2 survivalmessen2 machetes3 werpsterren3 messen met twee snijkanten3 karambitmessen1 werpmesmeerdere balletjespatroonhouders en balletjespatronen. (hierna: airsoftwapens/attributen);

  • de schriftelijke reactie van het Openbaar Ministerie;
  • het proces-verbaal van de raadkamerzitting van 14 april 2026;
  • het e-mailbericht van de officier van justitie van 16 mei 2026 en
  • de overige stukken uit het bijbehorende raadkamerdossier met voornoemd raadkamernummer.

Op 3 december 2025 is namens klager een klaagschrift ingediend, waarin is verzocht om teruggave van de in beslag genomen airsoftwapens en attributen. Daartoe is aangevoerd dat klager al jarenlang lid is van de Nederlandse Airsoft Belangenvereniging (NABV) en dus al geruime tijd beschikt over een vergunning voor het houden van airsoftwapens. Volgens het Openbaar Ministerie heeft klager nimmer een vergunning getoond, hetgeen maakt dat er sprake is van strafbare wapens. Op 14 april 2026 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Tijdens de zitting is vastgesteld dat klager op dit moment niet in het bezit is van een vergunning. De rechter heeft, na partijen hierover te hebben gehoord, de behandeling van het klaagschrift aangehouden om een herbeoordeling van de zaak door het Openbaar Ministerie te laten plaatsvinden om na te gaan of klager ten tijde van de inbeslagname in het bezit was van een vergunning en of er überhaupt méér kán worden overgelegd door klager in dat verband dan wat hij tot op heden heeft overgelegd ten bewijze van zijn lidmaatschap.

Naar aanleiding van de inhoud van het klaagschrift en het verhandelde ter zitting van 14 april jl. is er door het Openbaar Ministerie nadere informatie ingewonnen op grond waarvan het Openbaar Ministerie is gekomen tot een herziend standpunt. Het klaagschrift kan naar mening van het Openbaar Ministerie gegrond worden verklaard en de in beslag genomen goederen kunnen worden teruggegeven aan klager.

Klager en officier van justitie hebben ingestemd met een verdere pro-forma behandeling van het klaagschrift, waarbij klager en de raadsman niet in raadkamer hoeven te verschijnen.

Op 2 juni 2026 heeft het onderzoek door de openbare raadkamer plaatsgevonden. Hierbij was de officier van justitie mr. T.C.M. Hendriks aanwezig. Klager en de raadsman zijn hierbij niet verschenen.

2 De beoordeling

De raadkamer van de rechtbank is bevoegd tot afdoening van het klaagschrift.

Het klaagschrift is tijdig ingediend en klager is ontvankelijk in zijn beklag.

Bij de beoordeling stelt de rechtbank voorop dat het onderzoek in raadkamer een summier karakter heeft. Dat betekent dat van de rechter niet kan worden gevraagd ten gronde in de mogelijke uitkomst van een nog te voeren hoofdzaak of ontnemingsprocedure te treden.

De rechtbank overweegt over het klaagschrift tegen het strafvorderlijk beslag dat is gelegd op grond van artikel 94 Sv als volgt.

Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad[_84a5e1b5-45db-4eac-9de5-69519487681d], moet de rechter, bij een op grond van artikel 94 Sv gelegd beslag:

a. beoordelen of het belang van strafvordering het voortduren van het beslag vordert, en zo nee,

b. de teruggave van het inbeslaggenomen voorwerp gelasten aan de beslagene, tenzij een ander redelijkerwijs als rechthebbende van dat voorwerp moet worden beschouwd.

In dit laatste geval moet het klaagschrift van de beslagene ongegrond worden verklaard.

Op grond van artikel 116, eerste lid, Sv laat het Openbaar Ministerie de inbeslaggenomen voorwerpen teruggeven aan de beslagene, zodra het belang van strafvordering zich daartegen niet meer verzet. Dit betekent het volgende. Als het Openbaar Ministerie zich op het standpunt stelt dat er geen strafvorderlijk belang meer is bij het voortduren van het beslag, dan moet de rechter ervan uitgaan dat het standpunt juist is.

Uit het herziene standpunt van het Openbaar Ministerie blijkt dat de gronden voor het voortzetten van het strafvorderlijk beslag niet langer aanwezig zijn. Nu er geen strafvorderlijk belang bestaat bij het voortduren van het beslag en de rechtbank niet is gebleken dat een ander dan klager redelijkerwijs als rechthebbende van de airsoftwapens/attributen is aan te merken, zal de rechtbank het klaagschrift tegen het artikel 94 Sv beslag gegrond verklaren en de teruggave van de deze wapens en attributen zoals zijn genoemd in het klaagschrift aan klager gelasten.

3 De beslissing

De rechtbank:

- verklaart het klaagschrift gegrond en gelast de teruggave van de airsoftwapens/attributen aan klager.

Deze beslissing is genomen door mr. P.E. van Althuis, rechter, in tegenwoordigheid van

mr. S.H.M.R. Chevalier-Verbunt, griffier, en is uitgesproken op de openbare zitting van 2 juni 2026.

INFORMATIE RECHTSMIDDEL

Tegen deze beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na dagtekening van deze beslissing en door de klager binnen veertien dagen na de betekening van deze beslissing beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden te 's-Gravenhage (artikel 552d lid 2 Wetboek van Strafvordering).

Wetsartikelen in deze uitspraak

Deze uitspraak verwijst naar

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.