Uitspraak · Verbintenissenrecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 7 oktober 2026

ECLI:NL:RBZWB:2026:10026Zaaknummer 11925172 \ CV EXPL 25-5189 (E)

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
7 oktober 2026
Publicatiedatum
26 oktober 2026
Zaaknummer
11925172 \ CV EXPL 25-5189 (E)
Rechtsgebied
Civiel recht, Verbintenissenrecht
Procedure
Bodemzaak
Zittingsplaats
Tilburg
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Overeenkomst voor juridische dienstverlening door advocaat; vordering van advocaat tot betaling facturen juridische dienstverlening; uitleg overeenkomst (Haviltex); de opdrachtgever moet een groot deel van de facturen van de advocaat betalen

6 De beslissing

De kantonrechter

6.1.

veroordeelt Etesmi om aan Hooglander te betalen een bedrag van € 7.764,67, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over het toegewezen bedrag, vanaf de vervaldag van de oudste factuur tot de dag van volledige betaling,

6.2.

veroordeelt Etesmi tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten van € 1.164,70,

6.3.

veroordeelt Etesmi in de proceskosten van € 1.529,35, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Etesmi niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

6.4.

veroordeelt Etesmi tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,

6.5.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

6.6.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. Van Sprundel-Jansen en in het openbaar uitgesproken op 7 oktober 2026.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De zaak in het kort
  2. 2 De procedure
  3. 3 De feiten
  4. 4 Het geschil
  5. 5 De beoordeling
  6. 6 De beslissing

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Tilburg

Zaaknummer: 11925172 \ CV EXPL 25-5189

Vonnis van 7 oktober 2026

in de zaak van

HOOGLANDER B.V.,

te Helmond,

eisende partij,

hierna te noemen: Hooglander,

gemachtigde: Van Lith Gerechtsdeurwaarders en Incasso,

tegen

ETESMI J.W. KOCH B.V.,

te Berkel-Enschot,

gedaagde partij,

hierna te noemen: Etesmi,

procederend in persoon.

1 De zaak in het kort

1.1.

Hooglander en Etesmi hebben een overeenkomst gesloten voor het verrichten van juridische werkzaamheden door Hooglander. In de overeenkomst staat dat Etesmi aan Hooglander opdracht geeft om haar te adviseren over de tweede herziening van het exploitatieplan [plan]. Hooglander heeft voor haar werkzaamheden facturen gestuurd aan Etesmi voor in totaal een bedrag van € 8.357,57. Etesmi heeft de facturen niet betaald. Volgens Etesmi zag de opdracht uitsluitend op het geschil over de bereikbaarheid van haar garage en hebben de werkzaamheden van Hooglander daar geen betrekking op gehad. Hooglander is buiten de grenzen van de opdracht gegaan. Ook zou Hooglander haar werkzaamheden niet goed hebben uitgevoerd. De kantonrechter oordeelt dat Etesmi van de facturen een bedrag van € 7.764,67 moet betalen aan Hooglander. De kantonrechter legt dit oordeel hierna uit.

2 De procedure

2.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 2 oktober 2025 met producties,- de conclusie van antwoord van 17 oktober 2025 met producties,- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald,

- de mondelinge behandeling van 3 september 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt,

- de bij de mondelinge behandeling ingebrachte specificatie bij factuur [nummer 1] van 24 juli 2024.

2.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

3 De feiten

3.1.

Hooglander is een advocatenkantoor.

3.2.

Hooglander en Etesmi hebben een overeenkomst gesloten voor het verrichten van juridische werkzaamheden door Hooglander voor Etesmi. In de overeenkomst staat dat Etesmi aan Hooglander opdracht geeft om haar te adviseren over de tweede herziening van het exploitatieplan [plan].

3.3.

Op de overeenkomst zijn de algemene voorwaarden van Hooglander van toepassing verklaard. In artikel 6 lid 3 van de algemene voorwaarden staat onder andere dat de buitengerechtelijke incassokosten 15% van de hoofdsom bedragen.

3.4.

Hooglander heeft vier facturen aan Etesmi gestuurd voor in totaal een bedrag van € 8.357,57. Het gaat om de volgende facturen:

- factuur [nummer 2] van 10 juli 2024 van € 5.936,26

- factuur [nummer 1] van 24 juli 2024 van € 1.858,56

- factuur [nummer 3] van 17 september 2024 van € 148,23

- factuur [nummer 4] van 7 oktober 2024 van € 414,52

3.5.

Etesmi heeft de facturen niet betaald.

3.6.

Hooglander heeft Etesmi meerdere brieven gestuurd met het verzoek om tot betaling van de facturen over te gaan.

3.7.

Etesmi heeft schriftelijk bezwaar gemaakt tegen de facturen. Hooglander heeft op 1 mei 2025 op het bezwaar van Etesmi gereageerd.

3.8.

Partijen hebben hierna nog verder gecorrespondeerd over de facturen. Etesmi heeft voorgesteld om van de facturen € 1.872,00 exclusief btw te betalen, maar Hooglander heeft dit voorstel niet aanvaard.

3.9.

Etesmi heeft niets aan Hooglander betaald.

4 Het geschil

4.1.

Hooglander vordert - samengevat - veroordeling van Etesmi tot betaling van € 8.357,57, vermeerderd met rente en kosten.

4.2.

Hooglander legt aan de vordering ten grondslag dat zij Etesmi heeft geadviseerd over de tweede herziening van het exploitatieplan [plan]. Etesmi moet haar verplichting tot betaling voor deze werkzaamheden nakomen.

4.3.

Etesmi voert verweer. Etesmi concludeert tot afwijzing van de vorderingen van Hooglander.

4.4.

Etesmi voert aan dat de opdracht uitsluitend zag op de bereikbaarheid van haar garage. De werkzaamheden die zijn uitgevoerd hebben geen betrekking op deze opdracht. Hooglander is buiten de grenzen van de opdracht getreden. Daarnaast heeft Hooglander haar werkzaamheden niet goed uitgevoerd en heeft zij slecht gecommuniceerd.

4.5.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

5 De beoordeling

De opdracht zag op de advisering over de hele tweede herziening van het exploitatieplan [plan]

5.1.

Het gaat in deze procedure om de nakoming van een overeenkomst van opdracht, die door Etesmi zakelijk is aangegaan met Hooglander. Partijen zijn het oneens over de uitleg van de opdracht uit de overeenkomst. Volgens Hooglander had de opdracht betrekking op de advisering over de hele tweede herziening van het exploitatieplan [plan], terwijl de opdracht volgens Etesmi alleen ging over de bereikbaarheid van haar garage.

5.2.

Voor de uitleg van de overeenkomst moet er niet alleen worden gekeken naar de taalkundige betekenis van de overeenkomst, maar ook naar de omstandigheden van het geval, hetgeen partijen redelijkerwijs over en weer van elkaar mochten verwachten en de aard van de overeenkomst.

5.3.

De overeenkomst van opdracht is gesloten op 20 juni 2024. In de overeenkomst staat dat Etesmi aan Hooglander opdracht heeft gegeven om haar te adviseren over de tweede herziening van het exploitatieplan [plan]. Dat is een brede omschrijving van de opdracht, waardoor deze tekst erop lijkt te wijzen dat de opdracht betrekking had op de advisering over de hele tweede herziening van het exploitatieplan [plan].

5.4.

Etesmi betoogt echter dat de opdracht anders moet worden uitgelegd. Volgens Etesmi zag de opdracht alleen op de bereikbaarheid van haar garage, die onderdeel uitmaakt van de tweede herziening van het exploitatieplan [plan]. Etesmi wijst op een emailbericht van 28 mei 2024 van haar aan Hooglander, waarbij zij aan Hooglander een emailbericht van Achmea aan Etesmi toestuurt. Etesmi schrijft in het begeleidend emailbericht aan Hooglander dat het gaat om het wijzigen van de openbare weg, die haar toegang geeft tot haar garage.

5.5.

Dit e-mailbericht is echter onvoldoende om aan te nemen dat partijen de opdracht hebben beperkt tot alleen de bereikbaarheid van de garage van Etesmi. In het e-mailbericht van Achmea staat namelijk dat Etesmi heeft aangegeven dat het gaat om de tweede herziening van het exploitatieplan [plan]. Ook schrijft Achmea dat de tweede herziening voornamelijk gaat over het kostenplaatje. De overeenkomst van opdracht is daarbij gesloten ruim na het emailbericht van 28 mei 2024. Etesmi heeft de overeenkomst getekend, waarin de opdracht is omschreven als de advisering over de tweede herziening van het exploitatieplan [plan]. Als Etesmi had bedoeld dat de opdracht uitsluitend zag op de bereikbaarheid van de garage, dan had zij dat moeten zeggen en de opdracht niet moeten tekenen. Etesmi heeft ook geen andere feiten gesteld, waaruit volgt dat de opdracht beperkt was tot de bereikbaarheid van de garage.

5.6.

Tot slot zijn er omstandigheden op basis waarvan Hooglander mocht aannemen dat de opdracht zag op de advisering over de hele tweede herziening van het exploitatieplan [plan]. Als niet weersproken staat vast dat er naast de bereikbaarheid van de garage andere problemen speelden met betrekking tot de tweede herziening van het exploitatieplan [plan]. Etesmi heeft op de zitting verklaard dat zij daarover uiteindelijk zelf een procedure heeft gevoerd bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Daarbij heeft Etesmi in de periode van juli tot oktober nooit aangegeven dat de werkzaamheden die Hooglander uitvoerde niet zagen op de opdracht.

5.7.

Op basis van het bovenstaande oordeelt de kantonrechter dat de inhoud van de opdracht niet anders kan worden opgevat dan dat deze zag op de advisering over de hele tweede herziening van het exploitatieplan [plan].

De vordering tot betaling van de facturen wordt toegewezen tot een bedrag van € 7.764,67

5.8.

Hooglander heeft veroordeling van Etesmi gevorderd tot betaling van de facturen van in totaal een bedrag van € 8.357,57 voor advieswerkzaamheden over de tweede herziening van het exploitatieplan [plan]. De kantonrechter oordeelt dat Etesmi van dit bedrag € 7.764,67 aan Hooglander moet betalen. De kantonrechter licht dit hierna toe.

5.9.

Ter onderbouwing van haar vordering heeft Hooglander vier facturen met specificaties van haar werkzaamheden overgelegd. In de facturen brengt Hooglander de kosten voor haar werkzaamheden in rekening op basis van de door haar bestede tijd en haar uurtarief, zoals partijen zijn overeengekomen in de overeenkomst. Etesmi is van mening dat zij deze facturen niet hoeft te betalen.

5.10.

Met betrekking tot factuur [nummer 2] en [nummer 1] heeft Etesmi aangevoerd dat de verrichte werkzaamheden geen betrekking hebben op de opdracht over de bereikbaarheid van de garage. Zoals de kantonrechter hiervoor bij rechtsoverweging 5.7 al heeft geoordeeld, zag de opdracht op de advisering over de hele tweede herziening van het exploitatieplan [plan]. Hooglander heeft onweersproken gesteld dat de werkzaamheden genoemd in de specificaties bij deze facturen gingen over de tweede herziening van het exploitatieplan [plan]. Etesmi heeft niet betwist dat Hooglander deze werkzaamheden heeft uitgevoerd en de gestelde uren heeft gemaakt. Etesmi heeft wel betoogd dat Hooglander de werkzaamheden niet goed heeft uitgevoerd en dat zij slecht gecommuniceerd heeft. De kantonrechter begrijpt dit verweer van Etesmi zo dat zij vindt dat Hooglander niet als een goed opdrachtnemer heeft gehandeld. Dit verweer slaagt niet. Etesmi heeft namelijk, mede gelet op de betwisting van Hooglander, onvoldoende onderbouwd dat Hooglander niet heeft gehandeld zoals van een redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot verwacht mocht worden. Dit betekent dat Etesmi beide facturen in beginsel volledig moet betalen. Hooglander heeft echter op de zitting verklaard dat op factuur [nummer 2] twee uur kan worden gecrediteerd voor de tijdsbesteding van mr. Kuijpers aan de bespreking met Etesmi. Een bedrag van € 592,90 wordt daarom op factuur [nummer 2] in mindering gebracht, zodat Etesmi van die factuur € 5.343,36 moet betalen. Etesmi moet factuur [nummer 1] van € 1.858,56 wel volledig betalen.

5.11.

Over factuur [nummer 3] heeft Etesmi gezegd dat deze betrekking heeft op een telefoongesprek naar aanleiding van de onjuiste facturering/werkzaamheden. Hooglander heeft dit gemotiveerd betwist. De kantonrechter overweegt het volgende. De datum van de factuur is 17 september 2024. Uit de processtukken blijkt dat Etesmi pas voor het eerst op 14 oktober 2024 heeft geklaagd over de facturen en de werkzaamheden. Het is daardoor niet aannemelijk dat factuur [nummer 3] betrekking heeft op een telefoongesprek naar aanleiding van de onjuiste facturering/werkzaamheden. De kantonrechter gaat er daarom vanuit dat het telefoongesprek verband hield met de opdracht, zoals Hooglander heeft gesteld. Etesmi moet factuur [nummer 3] van € 148,23 om die reden ook betalen.

5.12.

Etesmi is tot slot van mening dat zij factuur [nummer 4] niet hoeft te betalen, omdat de betreffende werkzaamheden zien op de afhandeling van de verstrekte opdracht. Uit dit eigen standpunt van Etesmi volgt dat deze factuur verband houdt met de opdracht. Etesmi moet deze factuur van € 414,52 daarom eveneens betalen.

5.13.

In totaal moet Etesmi dus € 7.764,67 (€ 5.343,36 + € 1.858,56 + € 148,23 + € 414,52) aan Hooglander betalen.

Etesmi is de wettelijke handelsrente verschuldigd

5.14.

Hooglander vordert betaling van de contractuele en subsidiair de wettelijke handelsrente. Partijen zijn geen contractuele rente overeengekomen, zodat de kantonrechter dit niet kan toewijzen. Uit paragraaf 2 van de dagvaarding leidt de kantonrechter daarbij af dat Hooglander bedoeld heeft om de wettelijke handelsrente te vorderen.

5.15.

Hooglander vordert een bedrag van € 1.039,78 met de omschrijving “rente tot en met vandaag”. Daarnaast vordert Hooglander de wettelijke handelsrente over de hoofdsom (het bedrag van de facturen) vanaf 29 augustus 2025 tot de dag van algehele voldoening. De kantonrechter kan uit de dagvaarding niet opmaken wat Hooglander bedoelt met “vandaag” en waar de datum van 29 augustus 2025 vandaan komt. Uit paragraaf 2 van de dagvaarding begrijpt de kantonrechter wel dat Hooglander heeft bedoeld om de wettelijke handelsrente over de facturen te vorderen vanaf de vervaldag van de oudste factuur tot de dag van algehele voldoening. De wettelijke handelsrente zal dan ook op die wijze worden toegewezen.

Etesmi moet de buitengerechtelijke incassokosten betalen

5.16.

Hooglander vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. In artikel 6.3 van de algemene voorwaarden staat dat de buitengerechtelijke incassokosten minimaal 15% van de hoofdsom bedragen. Etesmi heeft niet betwist dat partijen dit beding zijn overeengekomen. Hooglander heeft daarnaast voldoende gesteld en onderbouwd dat er buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. De incassokosten komen de kantonrechter ook niet onredelijk voor, met dien verstande dat deze moeten worden verminderd op basis van het toegewezen bedrag. Dit betekent dat Etesmi € 1.164,70 (€ 7.764,67 * 15%) aan buitengerechtelijke incassokosten moet betalen.

Etesmi moet de proceskosten van Hooglander vergoeden

5.17.

Etesmi is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Hooglander worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding€122,35
- griffierecht€543,00
- salaris gemachtigde€720,00(2 punten × € 360,00)
- nakosten€144,00(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal€1.529,35
5.18.

Hooglander heeft ook veroordeling gevorderd van Etesmi tot betaling van de wettelijke handelsrente over de proceskosten. De wettelijke handelsrente is echter nooit verschuldigd over de proceskosten, omdat de wettelijke handelsrente alleen ziet op betalingsverplichtingen die rechtstreeks voortvloeien uit een handelsovereenkomst.[_de73c91f-7497-460a-8f20-f636d650e637]Dit geldt niet voor de wettelijke rente, zodat de wettelijke rente over de proceskosten wel toegewezen zal worden.

6 De beslissing

De kantonrechter

6.1.

veroordeelt Etesmi om aan Hooglander te betalen een bedrag van € 7.764,67, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over het toegewezen bedrag, vanaf de vervaldag van de oudste factuur tot de dag van volledige betaling,

6.2.

veroordeelt Etesmi tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten van € 1.164,70,

6.3.

veroordeelt Etesmi in de proceskosten van € 1.529,35, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Etesmi niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

6.4.

veroordeelt Etesmi tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,

6.5.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

6.6.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. Van Sprundel-Jansen en in het openbaar uitgesproken op 7 oktober 2026.

Voetnoten

  1. Arrest Hoge Raad d.d. 8 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3106.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Deze uitspraak verwijst naar

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.