Uitspraak · Omgevingsrecht
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 9 december 2025
ECLI:NL:RBZWB:2025:8725Zaaknummer 25/6287 OWBOUW VV
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 9 december 2025
- Publicatiedatum
- 12 december 2025
- Zaaknummer
- 25/6287 OWBOUW VV
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Omgevingsrecht
- Procedure
- Voorlopige voorziening
- Zittingsplaats
- Breda
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Geen sprake van spoedeisend belang | Bomen reeds gekapt
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.P. Broeders, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S.C.J.J. van Roij, griffier, 9 december 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
| griffier | voorzieningenrechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 25/6287 OWBOUW VV
uitspraak van de voorzieningenrechter van 9 december 2025 in de zaak tussen
[verzoeker] , uit [plaats] , verzoeker
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Dongen, verweerder.
Inleiding
In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker tegen een verleende omgevingsvergunning voor de kap van vijf Amberbomen aan de [straat] te [plaats]. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
Omdat het verzoek kennelijk ongegrond is, doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom het verzoek kennelijk ongegrond is.
Met het bestreden besluit van 1 augustus 2025 heeft het college de omgevingsvergunning verleend aan de gemeente Dongen. Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
De voorzieningenrechter stelt voorop dat de voorlopige voorzieningenprocedure is bedoeld om in afwachting van de uitkomst van de bezwaarprocedure een voorlopige maatregel te treffen. Daarom speelt bij de beoordeling van een verzoek om voorlopige voorziening de spoedeisendheid een belangrijke rol.
Het college heeft op 9 december 2025 telefonisch aan de rechtbank medegedeeld dat de bomen op 8 december 2025 zijn gekapt. Hetgeen verzoeker wil bereiken met zijn verzoek om voorlopige voorziening – het tegenhouden van de kap van de bomen – is niet meer mogelijk. De conclusie is dat er geen spoedeisend belang is.
Conclusie en gevolgen
3. Het verzoek is daarom kennelijk ongegrond. De voorzieningenrechter wijst het verzoek dus af. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.P. Broeders, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S.C.J.J. van Roij, griffier, 9 december 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
| griffier | voorzieningenrechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.