Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 9 mei 2025

ECLI:NL:RBZWB:2025:3929Zaaknummer C/02/434258 / JERK 25-685

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
9 mei 2025
Publicatiedatum
26 juni 2025
Zaaknummer
C/02/434258 / JERK 25-685
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Rekestprocedure
Zittingsplaats
Breda
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling

4 De beslissing

De kinderrechter:

4.1.

verklaart de moeder niet-ontvankelijk in haar verzoek.

Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 9 mei 2025 door mr. Phillips, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. Snatersen, als griffier en schriftelijk vastgesteld op 16 mei 2025.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld: - door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak, - door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof's-Hertogenbosch

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verloop van de procedure
  2. 2 De feiten
  3. 3 De beoordeling
  4. 4 De beslissing

beschikking

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Breda

Zaaknummer: C/02/434258 / JE RK 25-685

Datum uitspraak: 9 mei 2025

Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling

in de zaak van

[de moeder],

hierna te noemen de moeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. M.M. van der Marel te Eindhoven,

tijdens de mondelinge behandeling waargenomen door advocaat mr. D. Marcus te Goirle,

over de minderjarige:

[de minderjarige],

geboren op [geboortedag] 2022 in [geboorteplaats],

hierna te noemen [de minderjarige].

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de vader],

hierna te noemen de vader,

wonende in [woonplaats],

RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING REGIO ZUIDWEST NEDERLAND,

locatie Breda,

hierna te noemen de Raad.

De kinderrechter merkt als informanten aan:

de gecertificeerde instelling STICHTING JEUGDBESCHERMING BRABANT,

locatie Tilburg,

hierna te noemen SJB,

de gecertificeerde instelling WILLIAM SCHRIKKER STICHTING JEUGDBESCHERMING & JEUGDRECLASSERING,

locatie Amsterdam,

hierna te noemen WSS.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De kinderrechter neemt het volgende stuk mee in haar beoordeling:

- het verzoekschrift van de moeder van 14 april 2025, ontvangen op 14 april 2025.

1.2.

Gelet op de onderlinge samenhang tussen de onderhavige zaak en de ter griffie onder nummer C/02/434313 / JE RK 25-694 ingeschreven zaak (verzoek van de Raad tot ondertoezichtstelling) zijn deze zaken gelijktijdig tijdens de mondelinge behandeling van9 mei 2025 met gesloten deuren behandeld. In voormelde zaak wordt bij afzonderlijke beschikking beslist.

Tijdens de mondelinge behandeling waren aanwezig:

- waarnemend advocaat mr. Marcus (via Teams);

- de vader;

- een vertegenwoordigster van de Raad;

- twee vertegenwoordigsters van SJB.

De moeder en de WSS zijn, zonder voorafgaand bericht van verhindering, niet verschenen.

2 De feiten

2.1.

De ouders zijn samen belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige].

2.3.

Door de ouders wordt uitvoering gegeven aan de zorgregeling zoals bepaald door het Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch bij beschikking van 20 februari 2025, inhoudende dat [de minderjarige] een week aaneengesloten bij de vader verblijft en een week aaneengesloten bij de moeder met een wisselmoment op maandagochtend om 10:00 uur.

3 De beoordeling

3.1.

De moeder verzoek de kinderrechter om bij beschikking, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, [de minderjarige] onder toezicht te stellen van de WSS.

3.2.

Op grond van artikel 1:255, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) is de moeder tot een dergelijk verzoek gerechtigd indien de Raad niet overgaat tot indiening van een verzoek tot ondertoezichtstelling.

3.3.

De Raad heeft op basis van een door hem verricht onderzoek op 16 april 2025 zelfstandig verzocht om [de minderjarige] onder toezicht te stellen (zaaknummer C/02/434313 / JE RK 25-694). Dit betekent dat de moeder niet kan worden ontvangen in haar verzoek tot ondertoezichtstelling. Aan een verdere (inhoudelijke) beoordeling van het verzoek van de moeder komt de kinderrechter dan ook niet toe.

3.4.

Dit leidt tot de volgende beslissing.

4 De beslissing

De kinderrechter:

4.1.

verklaart de moeder niet-ontvankelijk in haar verzoek.

Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 9 mei 2025 door mr. Phillips, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. Snatersen, als griffier en schriftelijk vastgesteld op 16 mei 2025.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld: - door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak, - door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof's-Hertogenbosch

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.