Uitspraak · Socialezekerheidsrecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 9 januari 2024

ECLI:NL:RBZWB:2024:99Zaaknummer AWB- 23_11063 VV

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
9 januari 2024
Publicatiedatum
22 januari 2024
Zaaknummer
AWB- 23_11063 VV
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
Procedure
Voorlopige voorziening
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van DUO van 15 november 2023 (bestreden besluit) inzake de intrekking van zijn recht op eenoudertoeslag. Hij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. V.M. Schotanus, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S. Constant, griffier, op 9 januari 2024 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

griffiervoorzieningenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [naam verzoeker] , uit [woonplaats] , verzoeker
  2. De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (DUO), verweerder.
  3. Inleiding
  4. Beoordeling door de voorzieningenrechter
  5. Beslissing
  6. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht

zaaknummer: BRE 23/11063 WSFBSF

uitspraak van de voorzieningenrechter van 9 januari 2024 in de zaak tussen

[naam verzoeker] , uit [woonplaats] , verzoeker

(gemachtigde: mr. E. Kafa),

en

De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (DUO), verweerder.

Inleiding

1.1.

Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van DUO van 15 november 2023 (bestreden besluit) inzake de intrekking van zijn recht op eenoudertoeslag. Hij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

1.2

Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is een zitting achterwege gebleven.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. In de Awb is de verplichting opgenomen tot betaling van griffierecht. Dit vloeit voort uit artikel 8:82 van de Awb, in samenhang met artikel 8:41 van de Awb.

2.1

Verzoeker is bij aangetekende brief van 15 december 2023 gewezen op de verplichting tot het betalen van griffierecht. Aan verzoeker is meegedeeld dat het griffierecht uiterlijk binnen twee weken moet worden betaald. Verzoeker is er in deze brief tevens op gewezen dat bij niet tijdige betaling het verzoek niet-ontvankelijk kan worden verklaard.

3. De voorzieningenrechter constateert dat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn is ontvangen. Het verzoek is dan ook kennelijk niet-ontvankelijk.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. V.M. Schotanus, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S. Constant, griffier, op 9 januari 2024 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

griffiervoorzieningenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.