Uitspraak · Socialezekerheidsrecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 12 november 2024

ECLI:NL:RBZWB:2024:7714Zaaknummer 24/7121 ZW

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
12 november 2024
Publicatiedatum
18 november 2024
Zaaknummer
24/7121 ZW
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
Procedure
Voorlopige voorziening
Zittingsplaats
Breda
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

vovo

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.

griffiervoorzieningenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [verzoeker], uit [plaats], verzoeker
  2. Inleiding
  3. Beoordeling door de voorzieningenrechter
  4. Beslissing
  5. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht

zaaknummer: BRE 24/7121 ZW

uitspraak van de voorzieningenrechter van 12 november 2024 in de zaak tussen

[verzoeker], uit [plaats], verzoeker

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.

Inleiding

  • In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker.
  • Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is een zitting achterwege gebleven.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

3. Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen inzake een bestreden besluit indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

4. Gelet op bovengenoemd artikel moet er sprake zijn van een besluit en een bezwaar of een beroep tegen dat besluit voordat een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening inhoudelijk kan worden behandeld. Dit is het zogenaamde connexiteitsvereiste.

5. Verzoeker heeft zijn verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening ingediend tijdens de bezwaarprocedure. De voorzieningenrechter stelt vast dat op 23 oktober 2024 een beslissing op bezwaar is afgegeven. Met verzoeker is afgesproken dat de voorlopige voorziening aangemerkt kan worden als een verzoek gerelateerd aan de beroepsprocedure als hij voor 7 november 2024 beroep instelt tegen de beslissing op bezwaar. Verzoeker heeft (nog) geen beroep ingesteld tegen de beslissing op bezwaar van 23 oktober 2024. Dat betekent dat er op dit moment geen sprake is van een beroepsprocedure zodat niet is voldaan aan de voorwaarde van connexiteit. Het verzoek zal daarom niet ontvankelijk worden verklaard. Dat betekent dat het verzoek niet inhoudelijk beoordeeld zal worden.

5. Ter informatie van verzoeker merkt de voorzieningenrechter op dat de beroepstermijn nog loopt tot 4 december 2024. Verzoeker kan tot die tijd nog een beroepschrift indienen. Als hij ook een voorlopige voorziening wil aanvragen, zal hij een nieuw verzoek moeten indienen.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.

griffiervoorzieningenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.