Uitspraak · Socialezekerheidsrecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 25 juli 2024

ECLI:NL:RBZWB:2024:5178Zaaknummer 24/5711 BRP

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
25 juli 2024
Publicatiedatum
9 augustus 2024
Zaaknummer
24/5711 BRP
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
Procedure
Voorlopige voorziening
Zittingsplaats
Breda
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Voorlopige voorziening niet ontvankelijk.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.P. Broeders, rechter, in aanwezigheid van

mr. A.J.M. van Hees, griffier, op 25 juli 2024 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

voorzieningenrechtervoorzieningenrechter

De griffier is niet in de gelegenheid om deze uitspraak te ondertekenen.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [verzoeker], uit [plaats], verzoeker
  2. Inleiding
  3. Beoordeling door de voorzieningenrechter
  4. Beslissing
  5. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht

zaaknummer: BRE 24/5711 BRP

uitspraak van de voorzieningenrechter van 25 juli 2024 in de zaak tussen

[verzoeker], uit [plaats], verzoeker

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Breda

Inleiding

  • In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker.
  • Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is een zitting achterwege gebleven.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

3. Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen inzake een bestreden besluit indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

4. Gelet op bovengenoemd artikel moet er sprake zijn van een besluit en een bezwaar tegen dat besluit voordat een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening inhoudelijk kan worden behandeld. Dit is het zogenaamde connexiteitsvereiste.

5. De voorzieningenrechter stelt vast dat verzoeker in zijn verzoekschrift en in zijn bezwaarschrift geen melding maakt van een besluit dat is genomen. Telefonische navraag bij de gemeente Breda leverde op dat er geen besluit is afgegeven met betrekking tot een inschrijving in de basisregistratie personen. Dit betekent dat het verzoek niet connex is aan een besluit zodat het verzoek niet-ontvankelijk zal worden verklaard.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.P. Broeders, rechter, in aanwezigheid van

mr. A.J.M. van Hees, griffier, op 25 juli 2024 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

voorzieningenrechtervoorzieningenrechter

De griffier is niet in de gelegenheid om deze uitspraak te ondertekenen.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.