Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 8 mei 2024
ECLI:NL:RBZWB:2024:3096Zaaknummer C/02/413582 / FA RK 23-4163
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 8 mei 2024
- Publicatiedatum
- 14 mei 2024
- Zaaknummer
- C/02/413582 / FA RK 23-4163
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Rekestprocedure
- Zittingsplaats
- Middelburg
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Gezamenlijk verzoek GG; afgewezen na intrekking.
De rechtbank:
wijst het verzoek af.
| Deze beslissing is gegeven door mr. Van Noort, rechter, tevens kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 8 mei 2024 in aanwezigheid van mr. De Haas als griffier. |
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team Familie- en Jeugdrecht
Middelburg
Zaaknummer: C/02/413582 / FA RK 23-4163
Datum uitspraak: 8 mei 2024
beschikking gezamenlijk gezag
in de zaak van
[de vrouw] (hierna: de vrouw),
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. M.C.M.E. Schijvenaars te Vlissingen,
en
[de man] (hierna: de man),
verblijvende te [woonplaats], Duitsland,
advocaat: mr. M.C.M.E. Schijvenaars te Vlissingen.
Op grond van het bepaalde in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:
- de Raad voor de Kinderbescherming, regio Zuidwest Nederland, locatie Middelburg, hierna te noemen: de Raad, om de rechtbank over het verzoek te adviseren.
1 Het procesverloop
De rechtbank oordeelt op grond van de navolgende stukken:
- het op 4 september 2023 ingekomen gemeenschappelijke verzoekschrift tot vaststelling gezamenlijk gezag, met bijlagen;
- het F9-formulier van mr. Schrijvenaars van 14 februari 2024.
Het verzoek is mondeling behandeld op 25 maart 2024. Bij deze behandeling zijn verschenen partijen, bijgestaan door hun advocaat. Tevens was aanwezig een vertegenwoordiger namens de Raad.
2 De feiten
Partijen hebben een affectieve relatie, uit welke relatie het navolgende thans nog minderjarige kind is geboren:
- [minderjarige], geboren op [geboortedag] 2022 te [geboorteplaats].
De man heeft de [minderjarige] erkend.
De vrouw oefent van rechtswege het eenhoofdig ouderlijk gezag over de minderjarige uit.
De [minderjarige] woont bij de vrouw.
De vrouw en de [minderjarige] hebben de Nederlandse nationaliteit, de man heeft de Gambiaanse nationaliteit.
3 Het verzoek
Verzoekers verzoeken hen samen te belasten met het gezag over [minderjarige], geboren op [geboortedag] 2022 te [geboorteplaats].
4 De beoordeling
Door de omstandigheid dat de man de Gambiaanse nationaliteit heeft, draagt deze zaak een internationaal karakter. Gelet hierop dient eerst ambtshalve de vraag te worden beantwoord of de Nederlandse rechter in deze zaak rechtsmacht toekomt en welk recht van toepassing is op het verzoek.
Rechtsmacht
Op grond van artikel 7 lid 1 van de verordening Brussel II-ter zijn in zaken betreffende de ouderlijke verantwoordelijkheid bevoegd de gerechten van de lidstaat op het grondgebied waarvan de minderjarige zijn gewone verblijfplaats heeft op het tijdstip dat de zaak bij het gerecht aanhangig wordt gemaakt. Nu de gewone verblijfplaats van [minderjarige] in Nederland is, komt de Nederlandse rechter rechtsmacht toe.
Toepasselijk recht
Nu de Nederlandse rechter bevoegd is om op het verzoek te beslissen, zal op grond van artikel 15 van het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996 het Nederlands recht op het verzoek worden toegepast.
Ten aanzien van het gezag
Bij F9-formulier van 16 april 2024 heeft mr. Schijvenaars het voornoemde verzoek ingetrokken, daar het gezamenlijk gezag inmiddels is aangetekend in het gezagsregister. Nu dit verzoek niet meer voorligt, behoeft deze geen nadere beoordeling en beslissing meer. De rechtbank zal het verzoek afwijzen.
5 De beslissing
De rechtbank:
wijst het verzoek af.
| Deze beslissing is gegeven door mr. Van Noort, rechter, tevens kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 8 mei 2024 in aanwezigheid van mr. De Haas als griffier. |
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.