Uitspraak · Socialezekerheidsrecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 18 januari 2024

ECLI:NL:RBZWB:2024:307Zaaknummer AWB- 23_9837 VV

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
18 januari 2024
Publicatiedatum
5 februari 2024
Zaaknummer
AWB- 23_9837 VV
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Bestuursprocesrecht, Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
Procedure
Voorlopige voorziening
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

PKV

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om proceskostenveroordeling af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. I.M. Josten, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. T.B. Both-Attema, griffier, op 18 januari 2024 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

griffier voorzieningenrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Procesverloop
  2. Overwegingen
  3. Rechtsmiddel

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht

zaaknummer: BRE 23/9837 PW VV

uitspraak van 18 januari 2024 van de voorzieningenrechter op het verzoek om veroordeling in de proceskosten in de zaak tussen

[naam verzoekster], te [woonplaats verzoekster], verzoekster,

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg, verweerder.

Procesverloop

Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van 21 september 2023 (bestreden besluit) van het college over de intrekking, herziening en terugvordering van haar bijstandsuitkering op grond van de Participatiewet. Zij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Bij besluit van 19 oktober 2023 heeft het college het bestreden besluit gedeeltelijk herzien.

Vervolgens heeft verzoekster het verzoek om voorlopige voorziening ingetrokken, met het verzoek het college te veroordelen in de proceskosten. Het college heeft hierop gereageerd met een brief van 7 november 2023.

De voorzieningenrechter heeft, met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), een behandeling van het verzoek ter zitting achterwege gelaten.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb in samenhang bezien met artikel 8:84, vijfde lid, van de Awb, kan de voorzieningenrechter, indien het verzoek om voorlopige voorziening wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het verzoekschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan veroordelen in de proceskosten.

2. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter blijkt uit het besluit van 19 oktober 2023 dat het college in ieder geval gedeeltelijk aan verzoekster is tegemoetgekomen.

3. De voorzieningenrechter stelt vast dat verzoekster geen gebruik heeft gemaakt van een professioneel rechtsbijstandverlener, zodat zij daarvoor geen kosten heeft gemaakt. Ook anderszins is niet gebleken dat verzoekster reiskosten of andere kosten heeft gemaakt.

Het verzoek om vergoeding van proceskosten zal dan ook worden afgewezen.

4. De voorzieningenrechter ziet evenmin aanleiding om het college te veroordelen tot vergoeding van het griffierecht omdat verzoekster geen griffierecht heeft betaald.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om proceskostenveroordeling af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. I.M. Josten, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. T.B. Both-Attema, griffier, op 18 januari 2024 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

griffier voorzieningenrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.