Uitspraak · Socialezekerheidsrecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 18 april 2024

ECLI:NL:RBZWB:2024:2563Zaaknummer BRE 24/3155 WVW

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
18 april 2024
Publicatiedatum
22 april 2024
Zaaknummer
BRE 24/3155 WVW
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
Procedure
Voorlopige voorziening
Zittingsplaats
Breda
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Voorlopige voorziening, geen spoedeisend belang.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. V.M. Schotanus, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.J.M. van Hees, griffier, op 18 april 2024 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

griffier voorzieningenrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [verzoeker], uit [plaats], verzoeker
  2. Inleiding
  3. Beoordeling door de voorzieningenrechter
  4. Beslissing
  5. Rechtsmiddel

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht

zaaknummer: BRE 24/3155 WVW

uitspraak van de voorzieningenrechter van 18 april 2024 in de zaak tussen

[verzoeker], uit [plaats], verzoeker

(gemachtigde: mr. P.R. Klaver),

en

de algemeen directeur van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker tegen de opgelegde verplichting een medisch onderzoek te ondergaan. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.

2. Omdat het verzoek kennelijk ongegrond is doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom het verzoek kennelijk ongegrond is.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

3. Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

De voorzieningenrechter stelt voorop dat de voorlopige voorzieningenprocedure is bedoeld om in afwachting van de uitkomst van een bezwaar- of beroepsprocedure een voorlopige maatregel te treffen. Daarom speelt bij de beoordeling van een verzoek om voorlopige voorziening de spoedeisendheid een belangrijke rol.

4. De griffier heeft aan verzoeker gevraagd om het spoedeisend belang nader toe te lichten. Daarbij is gevraagd om toe te lichten waarom verzoeker niet een afspraak zou kunnen maken voor het medisch onderzoek en waarom hij niet zou kunnen deelnemen aan een onderzoek naar de rijvaardigheid.

5. Verzoeker heeft in zijn brief van 17 april 2024 aangevoerd dat hij belang heeft bij behoud van zijn rijbewijs. Hij is van mening dat het onderzoek ten onrechte is opgelegd. Hij voelt zich onterecht neergezet als half dementerend en hij vindt de opmerkingen van de politie denigrerend. Verzoeker is van mening dat er sprake is van leeftijdsdiscriminatie.

6. Met de gegeven toelichting is onvoldoende gebleken dat verzoeker een spoedeisend belang heeft bij een voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter. Verzoeker heeft immers nog steeds de beschikking over een rijbewijs. Verzoeker heeft verder ook niet toegelicht waarom hij geen afspraak zou kunnen maken bij een specialist en waarom hij niet zou kunnen deelnemen aan een onderzoek. De enkele stelling dat hij vindt dat het onderzoek een wettelijke grondslag mist, is onvoldoende om een spoedeisend belang aan te nemen. Ook de stelling van verzoeker dat hij bezwaar heeft tegen de hele gang van zaken en dat er sprake is van leeftijdsdiscriminatie, is geen onderbouwing van het spoedeisend belang. Dit zijn gronden die aangevoerd kunnen worden tegen het bestreden besluit.

7. Terzijde merkt de voorzieningenrechter nog op dat, zoals blijkt uit de toelichting van verzoeker, er inmiddels een hoorzitting is gepland op 2 mei 2024. Verder blijkt uit de door verzoeker overgelegde brief van 25 maart 2024 dat uiterlijk voor 20 mei 2024 het medisch onderzoek moet plaatsvinden. Ook gelet hierop kan geen spoedeisend belang worden aangenomen.

8. Uit het voorgaande volgt dat onvoldoende is gebleken dat verzoeker een spoedeisend belang heeft bij een voorlopig oordeel over het bestreden besluit. Het verzoek zal daarom worden afgewezen.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. V.M. Schotanus, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.J.M. van Hees, griffier, op 18 april 2024 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

griffier voorzieningenrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.