Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 4 april 2023

ECLI:NL:RBZWB:2023:9665Zaaknummer 408261 JERK 23-599

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
4 april 2023
Publicatiedatum
15 mei 2025
Zaaknummer
408261 JERK 23-599
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Rekestprocedure, Beschikking
Zittingsplaats
Breda
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Spoedverzoek - voorlopige ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing bij de moeder – verleend voor twee weken – minderjarigen bevinden zich in zeer onveilige situatie vanwege huiselijk geweld tussen de moeder en de stiefvader – machtiging uithuisplaatsing is noodzakelijk omdat de moeder met minderjarigen tijdelijk elders zal verblijven.

De beslissing

De kinderrechter:

stelt [minderjarige 1] en [minderjarige 2] voorlopig onder toezicht van de Stichting Jeugdbescherming Brabant, locatie Etten-Leur met ingang van 4 april 2023 tot 18 april 2023 en houdt de rest van het verzoek aan;

verleent, uitvoerbaar bij voorraad, een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] bij de andere ouder met gezag met ingang van 4 april 2023 tot 18 april 2023 en houdt de rest van het verzoek aan;

bepaalt dat de Raad, [minderjarige 1], de moeder, de (stief)vader en de GI worden gehoord tijdens de mondelinge behandeling van de kinderrechter in deze rechtbank van 14 april 2023 te 11.50 uur, welke behandeling wordt gehouden in het gerechtsgebouw aan de Stationslaan 10 te Breda;

bepaalt dat een afschrift van deze beschikking geldt als een oproeping voor de Raad, de moeder, de (stief)vader en de GI om de voormelde mondelinge behandeling bij te wonen;

bepaalt dat de griffier [minderjarige 1] apart zal oproepen om op voormelde dag en tijdstip door de kinderrechter te worden gehoord;

behoudt zich iedere verdere beslissing voor.

Deze beslissing is mondeling gegeven op 4 april 2023 door mr. Bogaert, kinderrechter. De schriftelijke uitwerking van deze beslissing is vastgesteld op 5 april 2023, door mr. Bogaert, in tegenwoordigheid van mr. Vos, als griffier.

Voor zover deze beslissing betrekking heeft op de machtiging tot uithuisplaatsing kan hoger beroep worden ingesteld:

- door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Het procesverloop
  2. De feiten
  3. Het verzoek
  4. De beoordeling
  5. De beslissing

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Breda

Zaaknummer: C/02/408261/ JE RK 23-599

Datum uitspraak: 4 april 2023

Beschikking van de kinderrechter over een voorlopige ondertoezichtstelling en machtiging uithuisplaatsing

in de zaak van

RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING, REGIO ZUIDWEST NEDERLAND,

locatie Breda,

hierna te noemen: de Raad,

betreffende de minderjarigen:

[minderjarige 1],

hierna te noemen: [minderjarige 1],

geboren op [geboortedag 1] 2005 te [plaats 1],

[minderjarige 2],

hierna te noemen: [minderjarige 2],

geboren op [geboortedag 2] 2016 te [plaats 1].

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder],

hierna te noemen de moeder,

wonende te [plaats 1],

[de (stief)vader],

hierna te noemen: de (stief)vader,

wonende te [plaats 1].

De kinderrechter merkt als informant aan:

STICHTING JEUGDBESCHERMING BRABANT,

locatie Etten-Leur, hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (de GI).

Het procesverloop

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het mondelinge verzoek van de Raad van 4 april 2023;

- de schriftelijk bevestiging van het mondelinge verzoek van de Raad alsmede een

aanvulling daarop, ingekomen bij de griffie op 5 april 2023.

De feiten

De (stief)vader is de biologische vader van [minderjarige 2], maar niet de biologische vader van [minderjarige 1].

Het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] wordt uitgeoefend door de moeder en de (stief)vader.

[minderjarige 1] en [minderjarige 2] wonen bij de moeder en de (stief)vader. Het gezin bestaat verder uit de minderjarige [minderjarige 3] over wie de moeder alleen het ouderlijk gezag uitoefent. De (stief)vader is ook niet de biologische vader van [minderjarige 3].

Het verzoek

De Raad heeft de voorlopige ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verzocht voor de duur van drie maanden. Ook wordt door de Raad een machtiging verzocht om [minderjarige 1] en [minderjarige 2] uit huis te plaatsen bij de andere ouder met gezag (te weten de moeder) duur van de voorlopige ondertoezichtstelling.

De Raad heeft ten aanzien van [minderjarige 3] verzocht om een voorlopige ondertoezichtstelling voor een periode van drie maanden. Dit verzoek is bekend onder zaaknummer (C/02/408264 JERK 23-601). In die zaak is bij separate beschikking beslist.

De beoordeling

Op grond van de mondelinge toelichting en de informatie zoals weergegeven in het verzoek, komt de kinderrechter tot het oordeel dat er een ernstig vermoeden bestaat dat de grond voor een ondertoezichtstelling is vervuld (artikel 1:255 Burgerlijk Wetboek). Een voorlopige ondertoezichtstelling is noodzakelijk om een acute en ernstige bedreiging voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] weg te nemen. Ook is het dringend en onverwijld noodzakelijk is dat zij met spoed uit huis worden geplaatst bij de andere ouder met gezag.

De kinderrechter neemt daarbij in aanmerking dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zich in een zeer onveilige situatie bevinden vanwege huiselijk geweld tussen de moeder en de (stief)vader. De moeder en de (stief)vader zijn verwikkeld in een echtscheiding, maar wonen nog samen. Er ontstaan continue ruzies met verbaal en fysiek geweld tussen de moeder en de (stief)vader, waarvan [minderjarige 1] en [minderjarige 2] oor- en ooggetuige zijn. Deze escalaties gebeuren meerdere keren per week. De spanningen lopen zo hoog op dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] al meerdere keren ziek gemeld zijn van school. Veilig Thuis is bij het gezin betrokken en ziet dat er sprake is van veelvuldige en in hevigheid toenemende meldingen van huiselijk geweld. Evenals Veilig Thuis en de Raad maakt de kinderrechter zich zorgen over de thuissituatie van het gezin. Hoewel er veiligheidsafspraken zijn gemaakt is de onveiligheid voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2], maar ook voor [minderjarige 3] toegenomen. De kinderrechter is van oordeel dat het emotioneel en fysiek te onveilig voor hen is wanneer zij bij de moeder en de (stief)vader thuis blijven wonen. De moeder en de (stief)vader beseffen zich dat het samenwonen niet langer een optie is. Gezocht is naar een passende oplossing welke is gevonden in het tijdelijke verblijf van de moeder en de minderjarigen bij oma (mz) in [plaats 2]. De (stief)vader heeft geen netwerk in de buurt en hij kan niet direct naar een andere plek. De moeder is akkoord met deze oplossing, maar onbekend is of dat ook voor de (stief)vader geldt. Hij is niet bereikbaar en hangt de telefoon op wanneer de Raad hem belt. Hij heeft geen toestemming gegeven voor een plaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] en de moeder bij oma (mz).

De kinderrechter zal gelet op het voorgaande [minderjarige 1] en [minderjarige 2] voorlopig onder toezicht stellen van de GI, vooralsnog voor een termijn van twee weken, te weten met ingang van 4 april 2023 tot 18 april 2023, onder aanhouding van het resterende deel van het verzoek.

Ook zal de kinderrechter een machtiging verlenen om [minderjarige 1] en [minderjarige 2] uit huis te plaatsen bij de andere ouder met gezag, te weten bij de moeder, ook voor een termijn van twee weken, onder aanhouding van het resterende deel van het verzoek. De kinderrechter acht de situatie dermate onveilig dat acuut ingrijpen noodzakelijk is. Wanneer [minderjarige 1] en [minderjarige 2] langer in de thuissituatie met de moeder en de (stief)vader blijven, bestaat het onaanvaardbaar risico dat zij (verder) getraumatiseerd en/of gewond zullen raken.

De kinderrechter zal de beslissing tot verlening van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] gelet op de aard van de maatregel, uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is verzocht door de Raad in de schriftelijke bevestiging van het mondelinge verzoek. Dat betekent dat de beslissing alvast moet worden gevolgd, ook als er hoger beroep wordt ingesteld tegen deze beslissingen.

Verdere beslissingen op de beide resterende verzoeken zal de kinderrechter pas nemen nadat de mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden. De Raad, [minderjarige 1], de moeder, de (stief)vader en de GI worden dan in de gelegenheid gesteld om hun mening te geven tijdens de hierna te noemen mondelinge behandeling.

De beslissing

De kinderrechter:

stelt [minderjarige 1] en [minderjarige 2] voorlopig onder toezicht van de Stichting Jeugdbescherming Brabant, locatie Etten-Leur met ingang van 4 april 2023 tot 18 april 2023 en houdt de rest van het verzoek aan;

verleent, uitvoerbaar bij voorraad, een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] bij de andere ouder met gezag met ingang van 4 april 2023 tot 18 april 2023 en houdt de rest van het verzoek aan;

bepaalt dat de Raad, [minderjarige 1], de moeder, de (stief)vader en de GI worden gehoord tijdens de mondelinge behandeling van de kinderrechter in deze rechtbank van 14 april 2023 te 11.50 uur, welke behandeling wordt gehouden in het gerechtsgebouw aan de Stationslaan 10 te Breda;

bepaalt dat een afschrift van deze beschikking geldt als een oproeping voor de Raad, de moeder, de (stief)vader en de GI om de voormelde mondelinge behandeling bij te wonen;

bepaalt dat de griffier [minderjarige 1] apart zal oproepen om op voormelde dag en tijdstip door de kinderrechter te worden gehoord;

behoudt zich iedere verdere beslissing voor.

Deze beslissing is mondeling gegeven op 4 april 2023 door mr. Bogaert, kinderrechter. De schriftelijke uitwerking van deze beslissing is vastgesteld op 5 april 2023, door mr. Bogaert, in tegenwoordigheid van mr. Vos, als griffier.

Voor zover deze beslissing betrekking heeft op de machtiging tot uithuisplaatsing kan hoger beroep worden ingesteld:

- door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.