Uitspraak · Omgevingsrecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 15 november 2023

ECLI:NL:RBZWB:2023:7905Zaaknummer AWB- 23_10515 VV

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
15 november 2023
Publicatiedatum
4 december 2023
Zaaknummer
AWB- 23_10515 VV
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Bestuursprocesrecht, Bestuursrecht, Omgevingsrecht
Procedure
Voorlopige voorziening
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Verlenen omgevingsvergunning bouwen schuur op voorwaarde van slopen bestaand gebouw

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.P. Broeders, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. P.H.M. Verdonschot, griffier, op 15 november 2023 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

P.H.M. Verdonschot, griffier R.P. Broeders, voorzieningenrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Procesverloop
  2. Overwegingen
  3. Beslissing
  4. Rechtsmiddel

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht

zaaknummer: BRE 23/10515 VV

uitspraak van 15 november 2023 van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam verzoeker], te [woonplaats verzoeker], verzoeker,

gemachtigde: mr. N. Crooijmans

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Schouwen-Duiveland, verweerder.

Procesverloop

Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het college van 2 maart 2023 (bestreden besluit) inzake beslissing op zijn bezwaar tegen de aan hem verleende omgevingsvergunning voor het bouwen van een schuur op het perceel [adres perceel] te [woonplaats verzoeker]. Aan deze omgevingsvergunning heeft het college het voorschrift verbonden dat geen gebruik kan worden gemaakt van de omgevingsvergunning zonder dat de bestaande bebouwing is gesloopt om te kunnen voldoen aan de uitgangspunten uit het B& W besluit van 17 mei 2022 (referentie zaak 538422).

Verzoeker is het niet eens met dit voorschrift en heeft de voorzieningenrechter verzocht om dit voorschrift te schorsen.

Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is een zitting achterwege gebleven.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

2. De voorzieningenrechter stelt voorop dat de voorlopige voorzieningprocedure als bedoeld in artikel 8:81, eerste lid, van de Awb, is bedoeld om in afwachting van de uitkomst van een bezwaar- of beroepsprocedure een voorlopige maatregel te treffen. Voorts speelt bij de beoordeling van een verzoek om voorlopige voorziening de spoedeisendheid een belangrijke rol. Nu bij de rechtbank beroep aanhangig is, dient de vraag te worden beantwoord of sprake is van onverwijlde spoed die noopt tot het treffen van een voorlopige voorziening in afwachting van de uitspraak op dat beroep. Er dient derhalve sprake te zijn van een zelfstandige spoedeisendheid bij een te treffen voorlopige voorziening en het moet niet alleen gaan om bespoediging van de afdoening van het beroep.

3. Verzoeker heeft verzocht om een voorlopige voorziening omdat de bouwmaterialen klaar liggen op het terrein en niet langer buiten kunnen blijven liggen en/of afgedekt kunnen worden. Naar hij heeft gesteld kan hij op dit moment niet starten met de bouw van het vergunde bouwwerk zonder dwangsommen te verbeuren. Daarom wil hij dat het voorschrift wordt geschorst tot er uitspraak in de bodemprocedure zal zijn gedaan.

4. De voorzieningenrechter overweegt dat de vraag of het voorschrift al dan niet terecht aan de omgevingsvergunning is verbonden, moet worden beantwoord in de bodemprocedure. Als zelfstandig spoedeisend belang om hierop vooruit te lopen heeft verzoeker gesteld dat de bouwmaterialen klaar liggen op het terrein en niet langer buiten kunnen blijven liggen en/of afgedekt kunnen worden. Dit belang is echter door verzoeker zelf gecreëerd. Hij heeft de bouwmaterialen laten leveren op een moment dat de omgevingsvergunning nog niet onherroepelijk is en het door hemzelf bestreden voorschrift (nog steeds) van kracht is. Gelet hierop is het verzoek van verzoeker in feite gericht op bespoediging van de beroepsprocedure. Verzoeker heeft geen zelfstandig spoedeisend belang aangevoerd op grond waarvan aangenomen moet worden dat hij de uitspraak van de rechtbank niet kan afwachten.

5. Dit leidt de voorzieningenrechter tot de conclusie dat geen sprake is van onverwijlde spoed als bedoeld in artikel 8:81, eerste lid, van de Awb. Het verzoek om voorlopige voorziening zal daarom worden afgewezen. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.P. Broeders, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. P.H.M. Verdonschot, griffier, op 15 november 2023 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

P.H.M. Verdonschot, griffier R.P. Broeders, voorzieningenrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.