Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 29 augustus 2023

ECLI:NL:RBZWB:2023:6055Zaaknummer C/02/412897 / JE RK 23-1462

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
29 augustus 2023
Publicatiedatum
11 september 2023
Zaaknummer
C/02/412897 / JE RK 23-1462
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Rekestprocedure
Zittingsplaats
Middelburg
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Verlenging OTS met instemming, zonder zitting.

5 De beslissing

De kinderrechter:

5.1.

verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot 2 september 2024;

5.2.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. Duinhof, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 29 augustus 2023, in aanwezigheid van mr. Van Ginneke als griffier.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoekers en de belanghebbende aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verloop van de procedure
  2. 2 De feiten
  3. 3 Het verzoek
  4. 4 De beoordeling
  5. 5 De beslissing

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Middelburg

Zaaknummer: C/02/412897 / JE RK 23-1462

Datum uitspraak: 29 augustus 2023

Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling

in de zaak van

De gecertificeerde instelling WILLIAM SCHRIKKER STICHTING JEUGDBESCHERMING & JEUGDRECLASSERING, gevestigd te Amsterdam,

hierna te noemen de GI,

over

[minderjarige], geboren op [geboortedag] 2011 in [geboorteplaats],

hierna te noemen [minderjarige].

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder],

hierna te noemen de moeder,

wonende in [woonplaats 1],

[de vader],

hierna te noemen de vader,

wonende in [woonplaats 2].

1 Het verloop van de procedure

1.1.

Het procesverloop blijkt uit:

  • het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de griffie op 15 augustus 2023;
  • de instemmingsverklaringen van [minderjarige] en de ouders, binnengekomen bij de griffie op 22 augustus 2023.

2 De feiten

2.1.

De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige].

2.2.

[minderjarige] woont bij haar moeder.

2.3.

[minderjarige] is bij beschikking van 2 september 2021 onder toezicht gesteld. De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 1 september 2022 de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 2 september 2023.

3 Het verzoek

3.1.

De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

4 De beoordeling

4.1.

Door de GI is bij het verzoek aangegeven dat zij geen behoefte heeft aan een mondelinge behandeling. Uit de stukken blijkt dat de ouders en [minderjarige] instemmen met het verzoek van de GI. De kinderrechter acht op grond van de overgelegde stukken een mondelinge behandeling niet nodig.

4.2.

Uit de overgelegde stukken blijkt dat er concrete bedreigingen zijn in de ontwikkeling van [minderjarige] zoals vermeld in het verzoek. Gelet hierop is voldaan aan de grond voor de ondertoezichtstelling als bedoeld in artikel 1:255, eerste lid, Burgerlijk Wetboek (BW). Daarom zal de ondertoezichtstelling met een jaar worden verlengd (artikel 1:260, eerste lid, BW), te weten met ingang van 2 september 2023 en tot 2 september 2024.

5 De beslissing

De kinderrechter:

5.1.

verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot 2 september 2024;

5.2.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. Duinhof, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 29 augustus 2023, in aanwezigheid van mr. Van Ginneke als griffier.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoekers en de belanghebbende aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.