Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 9 juni 2023

ECLI:NL:RBZWB:2023:4559Zaaknummer C/02/407905 / FARK 23-1469

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
9 juni 2023
Publicatiedatum
30 juni 2023
Zaaknummer
C/02/407905 / FARK 23-1469
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Rekestprocedure
Zittingsplaats
Breda
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Verzoek vervangende tst vakantie ingetrokken.

De rechtbank:

verklaart de vrouw niet-ontvankelijk in haar verzoek;

compenseert de kosten van het geding, voor zover daarvan sprake is, aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Deze beschikking is gegeven door mr. Jansen, en in het openbaar uitgesproken op 9 juni 2023, in tegenwoordigheid van mr. Snatersen, griffier.

Mededeling van de griffier: Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld: - door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak, - door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch.

verzonden op:

[_95757e07-f156-4751-a4ec-3833aa4468c4]

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Het procesverloop
  2. Het verzoek
  3. De beoordeling
  4. De beslissing

beschikking

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team Familie- en Jeugdrecht

Locatie: Breda

Zaaknummer: C/02/407905 / FA RK 23-1469

datum uitspraak: 9 juni 2023

beschikking

in de zaak van

[de vrouw01],

hierna te noemen de vrouw,

wonende te [plaats01],

advocaat: mr. P.M.J. Wetzels te ’s-Hertogenbosch,

tegen

[de man01],

hierna te noemen de man,

wonende te [plaats02],

betreffende de minderjarige:

[minderjarige01], geboren te [plaats02] op [geboortedag01] 2006.

Op grond van het bepaalde in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend de Raad voor de Kinderbescherming, regio Zuidwest Nederland, locatie Breda, hierna te noemen de Raad, om de rechtbank over het verzoek te adviseren.

Het procesverloop

Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:

- het op 20 maart 2023 ontvangen verzoek met bijlagen;

- het F9-formulier van 29 maart 2023 met bijlage van mr. Wetzels;

- de brief van 18 april 2023 van de man;

- het F9-formulier van 30 mei 2023 van mr. Wetzels.

Het verzoek

De vrouw heeft de rechtbank verzocht om bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, vervangende toestemming te verlenen voor een vakantie van [minderjarige01] van [datum01] tot en met [datum02] naar Bulgarije en te bepalen dat deze toestemming strekt tot vervanging van de vereiste toestemming van de man.

De beoordeling

Bij F9-formulier van 30 mei 2023 heeft mr. Wetzels namens de vrouw aan de rechtbank bericht dat de man toestemming heeft gegeven aan [minderjarige01] om met haar vrienden op vakantie naar Bulgarije te gaan. De man heeft hiervoor een toestemmingsformulier ondertekend. De vrouw heeft hierin reden gezien om haar verzoek tot het verlenen van vervangende toestemming in te trekken. Dit betekent dat het verzoek niet langer meer kan worden onderzocht. De rechtbank zal het verzoek dan ook niet-ontvankelijk verklaren. De geplande mondelinge behandeling van de zaak op 5 juni 2023 is dientengevolge ook niet doorgegaan, zoals schriftelijk en/of telefonisch is meegedeeld aan alle betrokken partijen.

Nu partijen ex-echtgenoten zijn, zullen de proceskosten worden gecompenseerd.

De beslissing

De rechtbank:

verklaart de vrouw niet-ontvankelijk in haar verzoek;

compenseert de kosten van het geding, voor zover daarvan sprake is, aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Deze beschikking is gegeven door mr. Jansen, en in het openbaar uitgesproken op 9 juni 2023, in tegenwoordigheid van mr. Snatersen, griffier.

Mededeling van de griffier: Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld: - door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak, - door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch.

verzonden op:

[_95757e07-f156-4751-a4ec-3833aa4468c4]

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.