Uitspraak · Socialezekerheidsrecht
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 11 mei 2023
ECLI:NL:RBZWB:2023:3238Zaaknummer AWB- 23_2314 VV
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 11 mei 2023
- Publicatiedatum
- 23 mei 2023
- Zaaknummer
- AWB- 23_2314 VV
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Voorlopige voorziening
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen een besluit van Orionis waarbij een maatregel is opgelegd. Zij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen, maar het griffierecht niet betaald. Het verzoek om voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk.
Beslissing
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. V.M. Schotanus, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.J.M. van Hees, griffier, op 11 mei 2023 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier voorzieningenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 23/2314 PW VV
uitspraak van 11 mei 2023 van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam verzoekster], te [woonplaats], verzoekster,
en
het Dagelijks bestuur van Orionis Walcheren, verweerder.
Procesverloop
Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van 17 februari 2023 (bestreden besluit) van Orionis waarbij een maatregel is opgelegd. Zij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is een zitting achterwege gebleven.
Overwegingen
1. In de Awb is de verplichting opgenomen tot betaling van griffierecht. Dit vloeit voort uit artikel 8:82 van de Awb, in samenhang met artikel 8:41 van de Awb.
2. Verzoekster is bij aangetekende brief van 12 april 2023 gewezen op de verplichting tot het betalen van griffierecht. Aan verzoekster is meegedeeld dat het griffierecht uiterlijk binnen twee weken moet worden betaald. Verzoekster is er in deze brief tevens op gewezen dat bij niet tijdige betaling het verzoek niet-ontvankelijk kan worden verklaard.
3. De voorzieningenrechter constateert dat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn is ontvangen. Het verzoek is dan ook kennelijk niet-ontvankelijk.
Beslissing
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. V.M. Schotanus, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.J.M. van Hees, griffier, op 11 mei 2023 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier voorzieningenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.