Uitspraak · Bestuursrecht
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 10 mei 2023
ECLI:NL:RBZWB:2023:3138Zaaknummer AWB- 23_2338 VV
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 10 mei 2023
- Publicatiedatum
- 15 mei 2023
- Zaaknummer
- AWB- 23_2338 VV
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht
- Procedure
- Voorlopige voorziening
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Niet-ontvankelijk verzoek om voorlopige voorziening inzake een bestuurlijke boete vanwege het bedrijfsmatig onttrekken van woonruimte zonder vergunning omdat in de woning een hennepkwekerij aanwezig was.
Beslissing
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.P. Broeders, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. P.H.M. Verdonschot, griffier, op 10 mei 2023 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
P.H.M. Verdonschot, griffier R.P. Broeders, voorzieningenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 23/2338 WET VV
uitspraak van 10 mei 2023 van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam verzoeker] , te [woonplaats] , verzoeker
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg, verweerder.
Procesverloop
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het college van 7 maart 2023 (bestreden besluit) inzake een bestuurlijke boete van €4.000,-- vanwege het
bedrijfsmatig onttrekken van woonruimte zonder vergunning omdat in de woning aan de
[straatnaam] 2 te [woonplaats] een hennepkwekerij aanwezig was. Dit beroep heeft zaaknummer 23/2339.
Hij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Dit verzoek heeft zaaknummer 23/2338 VV.
Op 13 april 2023 is verzoeker verzocht om binnen twee weken € 50,-- griffierecht te betalen. Daarbij is aangegeven dat het verzoek niet-ontvankelijk kan worden verklaard indien het verschuldigde bedrag niet binnen de gestelde termijn is betaald.
Nadat verzoeker een kopie van het bestreden besluit had ingezonden werd het de griffie duidelijk dat verzoeker voor deze zaak niet € 50,-- maar € 184,-- griffierecht verschuldigd is. Daarop is hij op 19 april 2023 verzocht om binnen twee weken € 134,-- griffierecht te betalen. Ook daarbij is aangegeven dat het verzoek niet-ontvankelijk kan worden verklaard indien het verschuldigde bedrag niet binnen de gestelde termijn is betaald.
Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is een zitting achterwege gebleven.
Overwegingen
1. In de Awb is de verplichting opgenomen tot betaling van griffierecht. Verzoeker is schriftelijk gewezen op deze verplichting. Daarbij is aangegeven dat het verzoek niet-ontvankelijk kan worden verklaard indien het verschuldigde bedrag niet binnen de gestelde termijn is betaald.
De voorzieningenrechter constateert dat binnen de gestelde termijn in het geheel geen griffierecht is ontvangen.
Het verzoek is dan ook kennelijk niet-ontvankelijk. Derhalve zal de voorzieningenrechter de zaak zonder behandeling ter zitting afdoen als hierna vermeld.
Beslissing
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.P. Broeders, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. P.H.M. Verdonschot, griffier, op 10 mei 2023 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
P.H.M. Verdonschot, griffier R.P. Broeders, voorzieningenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.