Uitspraak · Belastingrecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 1 februari 2022

ECLI:NL:RBZWB:2022:411Zaaknummer BRE-20_10071

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
1 februari 2022
Publicatiedatum
1 maart 2022
Zaaknummer
BRE-20_10071
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Belastingrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Breda
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

voor deze uitspraak is geen samenvatting gemaakt.

Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.J. Bastiaansen, rechter, in aanwezigheid van N. Plasman, griffier, op 1 februari 2022 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De griffier, De rechter,

Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de datum van verzending verzet worden gedaan bij de rechtbank (artikel 8:55 Awb). De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Betreft
  2. Motivering
  3. Beslissing
  4. Rechtsmiddel

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Belastingrecht, enkelvoudige kamer

Locatie: Breda

Zaaknummer BRE 20/10071

uitspraak van 1 februari 2022

Uitspraak als bedoeld in artikel 8:75a in verbinding met artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen

[… 1], wonende te [plaats],

belanghebbende,

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Waalwijk,

de heffingsambtenaar.

Betreft

Het verzoek van belanghebbende op grond van artikel 8:75a van de Awb om de heffingsambtenaar te veroordelen in de proceskosten.

Motivering

Belanghebbende heeft verzocht om een vergoeding van proceskosten in verband met de intrekking van het beroep betreffende de bij beschikking krachtens de Wet waardering onroerende zaken vastgestelde waarde van het pand [… 2] te ( [postcode]) [plaats].

Het gaat om proceskosten die belanghebbende heeft moeten maken in verband met een door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Bij de intrekking van het beroep is naast proceskosten tevens gevraagd om de waarde van het pand vast te stellen op € 275.000 en dus te verminderen.

De heffingsambtenaar heeft daarop gereageerd en voert aan dat er geen aanleiding bestaat voor een proceskostenveroordeling. Het beroep is ingetrokken zonder dat er enigszins tegemoet is gekomen. Er is dan ook geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

De rechtbank is van oordeel dat de heffingsambtenaar gelijk heeft. De heffingsambtenaar heeft het bezwaar ongegrond verklaard en geoordeeld dat de waarde van het pand van € 295.000.- gehandhaafd blijft. Uit de stukken is niet af te leiden dat er in beroep alsnog is tegemoetgekomen.

Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.J. Bastiaansen, rechter, in aanwezigheid van N. Plasman, griffier, op 1 februari 2022 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De griffier, De rechter,

Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de datum van verzending verzet worden gedaan bij de rechtbank (artikel 8:55 Awb). De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.