Uitspraak · Bestuursrecht
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 20 september 2021
ECLI:NL:RBZWB:2021:4704Zaaknummer AWB- 21_3293 VV
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 20 september 2021
- Publicatiedatum
- 21 oktober 2021
- Zaaknummer
- AWB- 21_3293 VV
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht
- Procedure
- Voorlopige voorziening
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
PKV
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om proceskostenveroordeling af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.E.M. Marsé, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S. Constant, griffier, op 20 september 2021 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier voorzieningenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 21/3293 WGS VV
uitspraak van 20 september 2021 van de voorzieningenrechter op het verzoek om veroordeling in de proceskosten in de zaak tussen
[naam verzoeker], te [woonplaats verzoeker], verzoeker,
gemachtigde: mr. N. Talhaoui,
en
Het dagelijks bestuur van Samenwerking De Bevelanden, verweerder.
Procesverloop
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 19 juli 2021 (bestreden besluit) van verweerder inzake het beëindigen van de schuldhulpverlening aan verzoeker. Tevens heeft hij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Bij brief van 3 augustus 2021 heeft verweerder bericht de uitvoering van het bestreden besluit op te schorten totdat op het beroepschrift is beslist.
Vervolgens heeft verzoeker het verzoek om voorlopige voorziening ingetrokken, met het verzoek verweerder te veroordelen in de proceskosten. Verweerder heeft gebruik gemaakt van de gelegenheid hierop te reageren.
De voorzieningenrechter heeft, met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), een behandeling van het verzoek ter zitting achterwege gelaten.
Overwegingen
1. Op grond van artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb in samenhang bezien met artikel 8:84, vijfde lid, van de Awb, kan de voorzieningenrechter, indien het verzoek om voorlopige voorziening wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het verzoekschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan veroordelen in de proceskosten.
2. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter blijkt uit de brief van 3 augustus 2021 dat verweerder aan verzoeker is tegemoetgekomen. Vast staat echter ook dat verzoeker, voordat een verzoek om voorlopige voorziening werd ingediend, niet heeft geprobeerd om verweerder ertoe te bewegen de uitvoering van het bestreden besluit op te schorten. Gelet hierop ziet de voorzieningenrechter onvoldoende aanleiding om verweerder te veroordelen in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Het verzoek daartoe zal dan ook worden afgewezen.
3. Verzoeker heeft het griffierecht niet voldaan. Terugbetaling of vergoeding van het griffierecht is dan ook niet aan de orde.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om proceskostenveroordeling af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.E.M. Marsé, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S. Constant, griffier, op 20 september 2021 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier voorzieningenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.