Uitspraak · Bestuursprocesrecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 15 juli 2021

ECLI:NL:RBZWB:2021:3577Zaaknummer AWB- 21_2020 VV

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
15 juli 2021
Publicatiedatum
2 augustus 2021
Zaaknummer
AWB- 21_2020 VV
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Bestuursrecht, Bestuursprocesrecht
Procedure
Voorlopige voorziening
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

verzoek inzake de inhouding van 5% van de geldende norm op de uitkering

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. C.E.M. Marsé, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.J.M. van Hees, griffier, op 15 juli 2021 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

griffier voorzieningenrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Procesverloop
  2. Overwegingen
  3. Beslissing
  4. Rechtsmiddel

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht

zaaknummer: BRE 21/2020 PW VV

uitspraak van 15 juli 2021 van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam verzoekster], te [woonplaats], verzoekster,

gemachtigde: mr. N. Talhaoui,

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Schouwen-Duiveland, verweerder.

Procesverloop

Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van 19 april 2021 (bestreden besluit) van het college inzake de inhouding van 5% van de voor haar geldende norm op haar uitkering. Zij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is een zitting achterwege gebleven.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

De voorzieningenrechter stelt voorop dat de voorlopige voorzieningenprocedure is bedoeld om in afwachting van de uitkomst van een bezwaar- of beroepsprocedure een voorlopige maatregel te treffen. Daarom speelt bij de beoordeling van een verzoek om voorlopige voorziening de spoedeisendheid een belangrijke rol.

2. De griffier heeft bij brief van 7 juli 2021 aan verzoekster gevraagd het spoedeisend belang nader toe te lichten. Verzoekster heeft bij brief van 14 juli 2021 gesteld dat het onredelijk is om van haar te verlangen dat zij op haar spaargeld moet interen. Het spaargeld is voor andere doeleinden bestemd. Verder heeft verzoekster gesteld dat de spoedeisendheid ook voortvloeit uit de omstandigheid dat het bestreden besluit evident onrechtmatig is.

Uit de stukken blijkt dat per maand een bedrag van € 53,77 wordt ingehouden. Verder blijkt uit het door verzoekster overgelegde bankafschrift dat zij nog € 370,-- op haar spaarrekening heeft staan. Gelet op de hoogte van de inhouding en de omvang van haar spaartegoed bestaat er twijfel over de spoedeisendheid. Verzoekster kan immers met haar spaargeld een periode van ruim 6 maanden overbruggen. Verzoekster heeft niet onderbouwd voor welke andere doeleinden zij haar spaargeld zou moeten gebruiken. De voorzieningenrechter is dan ook van oordeel dat onvoldoende is gebleken dat er sprake is van een spoedeisend belang. Hierbij wordt opgemerkt dat de stelling van verzoekster dat het besluit evident onredelijk is, op een inhoudelijke beoordeling ziet en niet op de beoordeling of er sprake is van een spoedeisend belang.

Gelet op wat hiervoor is overwogen, zal het verzoek worden afgewezen.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. C.E.M. Marsé, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.J.M. van Hees, griffier, op 15 juli 2021 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

griffier voorzieningenrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.