Uitspraak · Verbintenissenrecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 16 december 2020

ECLI:NL:RBZWB:2020:7228Zaaknummer 8059457 CV EXPL 19-5782 (H)

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
16 december 2020
Publicatiedatum
14 augustus 2026
Zaaknummer
8059457 CV EXPL 19-5782 (H)
Rechtsgebied
Civiel recht, Verbintenissenrecht
Procedure
Bodemzaak
Zittingsplaats
Tilburg
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Herstelvonnis. Schrijffout in de beslissing, herstelverzoek wordt toegewezen.

3 De beslissing

De kantonrechter:

volhardt bij de inhoud van het tussen partijen op 28 oktober 2020 gewezen vonnis met bovenvermeld zaaknummer, met dien verstande dat de onder het eerste gedachtestreepje in de beslissing opgenomen veroordeling als volgt dient te luiden:

“een bedrag van € 3.738,00 aan hoofdsom, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 1 september 2018 tot aan de dag van de algehele voldoening;”.

Dit vonnis is gewezen door mr. Eijssen-Vruwink en in het openbaar uitgesproken op 16 december 2020.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verloop van het geding
  2. 2 Het geschil en de beoordeling
  3. 3 De beslissing

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Cluster I Civiele kantonzaken

Tilburg

zaak/rolnr.: 8059457 CV EXPL 19-5782

vonnis d.d. 16 december 2020

inzake

1 [eiseres],

2. [eiser],

beiden wonende te [adres],

eisers,

gemachtigde: mr. M.G. van Dijken, werkzaam ten kantore van Stichting Achmea Rechtsbijstand te Tilburg,

tegen

de besloten vennootschap Tijdelijk Twee Woningen B.V.,

statutair gevestigd te Eindhoven, kantoorhoudende te (5051 NK) Goirle aan het adres Kalverstraat 29 09,

gedaagde,

vertegenwoordigd door: [persoon].

1 Het verloop van het geding

De procesgang blijkt uit de volgende stukken:

a. het vonnis van de kantonrechter te Tilburg van 28 oktober 2020 met de daarin genoemde stukken;

b. de brief van 29 oktober 2020 van de gemachtigde van eisers;

c. de brief van de griffier van 2 november 2020.

2 Het geschil en de beoordeling

2.1

Eisers hebben bij brief van 28 oktober 2020 verzocht om herstel van voormeld vonnis, nu zij van mening zijn dat er een schrijffout in het dictum van het vonnis is geslopen; de hoofdsom is niet juist opgenomen.

2.2

Gedaagde is bij brief van de griffier in de gelegenheid gesteld zich over het verzoek uit te laten. Zij heeft van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt.

2.3

Gelet op overweging 3.8 van het voornoemde vonnis en het bedrag dat aan hoofdsom is genoemd in het dictum is, naar het oordeel van de kantonrechter, sprake van een evidente kennelijk schrijffout, die zich leent voor eenvoudig herstel zoals bedoeld in artikel 31 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

2.4

Beslist wordt dan ook als volgt.

3 De beslissing

De kantonrechter:

volhardt bij de inhoud van het tussen partijen op 28 oktober 2020 gewezen vonnis met bovenvermeld zaaknummer, met dien verstande dat de onder het eerste gedachtestreepje in de beslissing opgenomen veroordeling als volgt dient te luiden:

“een bedrag van € 3.738,00 aan hoofdsom, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 1 september 2018 tot aan de dag van de algehele voldoening;”.

Dit vonnis is gewezen door mr. Eijssen-Vruwink en in het openbaar uitgesproken op 16 december 2020.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Samenhangende uitspraken

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.