Uitspraak · Bestuursrecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 10 april 2020

ECLI:NL:RBZWB:2020:1731Zaaknummer AWB- 20_1047 VV

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
10 april 2020
Publicatiedatum
16 april 2020
Zaaknummer
AWB- 20_1047 VV
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Voorlopige voorziening
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Opleggen bestuurlijke boete wegens niet uirschrijven uit BRP op oud adres

3 Beslissing

De voorzieningenrechter:

verklaart het verzoek niet-ontvankelijk.

Aldus gedaan door mr. T. Peters, voorzieningenrechter, en door deze en mr. P.H.M. Verdonschot, griffier, ondertekend.

Openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl op vrijdag 10 april 2020.

P.H.M. Verdonschot, griffier T. Peters, voorzieningenrechter

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.

Afschrift verzonden op:

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Procesverloop
  2. 2 Beoordeling
  3. 3 Beslissing

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht

zaaknummer: 20/1047 BRP VV

uitspraak van 10 april 2020 van de voorzieningenrechter in de zaak van

[naam verzoeker], wonende te [woonplaats], verzoeker,

gemachtigde: D.J. Wassink

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg, verweerder.

1 Procesverloop

Verzoeker heeft bij brief van 27 januari 2020, door de rechtbank ontvangen op 12 februari 2020, verzocht om een voorlopige voorziening met betrekking tot een besluit tot het opleggen van een bestuurlijke boete van € 197,57.

De rechtbank heeft aan verzoeker medegedeeld dat het verschuldigde griffierecht binnen 14 dagen na verzending van de desbetreffende brief moet worden betaald en dat het verzoek niet-ontvankelijk kan worden verklaard indien het verschuldigde bedrag niet binnen de gestelde termijn is betaald.

De voorzieningenrechter heeft met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) behandeling ter zitting achterwege gelaten.

2 Beoordeling

In de Awb is de verplichting opgenomen tot betaling van griffierecht. Verzoeker is schriftelijk gewezen op deze verplichting.

De voorzieningenrechter constateert dat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn is ontvangen.

Het verzoek is dan ook kennelijk niet-ontvankelijk. Derhalve zal de voorzieningenrechter de zaak zonder behandeling ter zitting afdoen als hierna vermeld.

3 Beslissing

De voorzieningenrechter:

verklaart het verzoek niet-ontvankelijk.

Aldus gedaan door mr. T. Peters, voorzieningenrechter, en door deze en mr. P.H.M. Verdonschot, griffier, ondertekend.

Openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl op vrijdag 10 april 2020.

P.H.M. Verdonschot, griffier T. Peters, voorzieningenrechter

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.

Afschrift verzonden op:

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.