Uitspraak · Insolventierecht

Rechtbank Rotterdam, 11 juni 2026

ECLI:NL:RBROT:2026:9816Zaaknummer FT RK 25-710

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
11 juni 2026
Publicatiedatum
17 augustus 2026
Zaaknummer
FT RK 25-710
Rechtsgebied
Civiel recht, Insolventierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Rotterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Voordracht TBE toegewezen. Schuldenares is gedurende de gehele schuldsaneringsregeling meerdere verplichtingen niet nagekomen. Zij is bovendien niet verschenen ter terechtzitting. Geen blijk gegeven van een saneringsgezinde houding

De rechtbank:

- beëindigt de toepassing van de schuldsaneringsregeling;

- stelt het salaris van de bewindvoerder, één en ander inclusief onkosten en omzetbelasting, vast op het aanwezig actief tot een bedrag van maximaal € 3.540,12;

Dit vonnis is gewezen door mr. E.A. Vroom, rechter, en in aanwezigheid van mr. T.M.M. de Laat, griffier, in het openbaar uitgesproken op 16 juli 2026.[_cdb7106e-981a-499a-8f15-bcdcc9841ce0]

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 De standpunten
  3. 3 De beoordeling
  4. 4 De beslissing

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie

tussentijdse beëindiging

insolventienummer: [nummer]

uitspraakdatum: 16 juli 2026

Bij vonnis van deze rechtbank van 1 augustus 2025 is de toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken ten aanzien van:

[schuldenares],

[straatnaam]

[postcode] [woonplaats],

schuldenares,

bewindvoerder: mr. N.N. van Klaveren.

1 De procedure

De bewindvoerder heeft de rechter-commissaris verzocht de schuldsaneringsregeling voor tussentijdse beëindiging voor te dragen. De rechter-commissaris heeft op 28 mei 2026 met dit verzoek ingestemd.

De bewindvoerder heeft de rechtbank voorafgaand aan de zitting, op 15 juni 2026 en 30 juni 2026 een laatste stand van zaken toegestuurd.

De voordracht tot tussentijdse beëindiging is behandeld op 9 juli 2026. De bewindvoerder is ter terechtzitting verschenen en gehoord. Schuldenares is hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, zonder bericht niet verschenen.

De bewindvoerder heeft ter zitting een laatste stand van zaken overgelegd.

De uitspraak is bepaald op heden.

2 De standpunten

Standpunt bewindvoerder

Voor het standpunt van de bewindvoerder verwijst de rechtbank mede naar de desbetreffende gedingstukken en het verhandelde ter zitting. De bewindvoerder heeft aan haar voordracht tot tussentijdse beëindiging – kort gezegd – ten grondslag gelegd dat schuldenares niet voldoet aan de verplichtingen die gelden binnen de wettelijke schuldsaneringsregeling. Het gaat om tekortkomingen in: (i) de informatieplicht, (ii) de inspanningsplicht, (iii) het laten ontstaan van nieuwe schulden en (iv) de afdrachtplicht.

(i) Informatieverplichting

Schuldenares voldoet niet aan de informatieplicht. Er ontbreekt een legio aan stukken, waaronder essentiële financiële stukken, informatieformulieren, medische stukken en waardebepalingen met betrekking tot haar voertuig. Schuldenares reageert bovendien niet op de bewindvoerder. De bewindvoerder kan geen contact meer krijgen met schuldenares.

(ii) Inspanningsplicht

Schuldenares voldoet niet aan de inspanningsplicht. Schuldenares werkt voor zover bekend 20 uur in de week en heeft verklaard niet in staat te zijn om fulltime te werken. Zij heeft echter geen loonstroken en/of medische stukken overgelegd, zodat niet kan worden beoordeeld in hoeverre ze daadwerkelijk heeft voldaan aan de inspanningsplicht. Er zijn ook geen sollicitatiebewijzen ontvangen.

(iii) Nieuwe schulden

Schuldenares heeft meerdere nieuwe schulden laten ontstaan. Het gaat om schulden bij de Belastingdienst, het CJIB en CZ. In totaal bedraagt de hoogte van de nieuwe schulden

€ 5.904,99.

(iv) Afdrachtverplichting

Schuldenares heeft onvoldoende aan de boedel afgedragen. Daarnaast ontbreekt een groot aantal inkomsten- en uitgavenspecificaties. Tot en met juni 2026 bedraagt de achterstand in de boedelafdracht – naar schatting – € 12.500,22.

Standpunt schuldenares

Hoewel behoorlijk opgeroepen heeft schuldenares geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid haar standpunt ter zitting toe te lichten.

3 De beoordeling

De schuldsaneringsregeling biedt een schuldenaar in een problematische schuldensituatie de mogelijkheid om na achttien maanden een schone lei te verkrijgen. Dit betekent in de voorliggende regeling dat een groot deel van de schuld van € 158.000,22 niet langer opeisbaar is. Tegenover dit perspectief staat een aantal niet lichtvaardig op te vatten verplichtingen. Zo dient de schuldenaar gedurende de toepassing van de regeling onder meer de bewindvoerder gevraagd en ongevraagd te informeren, zijn inkomen boven het vrij te laten bedrag af te dragen aan de boedelrekening en zich aantoonbaar tot het uiterste in te spannen om een fulltime dienstbetrekking te verkrijgen. Hiernaast mogen tijdens de toepassing van de schuldsaneringsregeling geen bovenmatige nieuwe schulden ontstaan. Van de schuldenaar wordt een actieve houding verwacht bij het naleven van voornoemde verplichtingen. De rechtbank oordeelt dat schuldenares toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de verplichtingen en overweegt daartoe als volgt.

Schuldenares heeft niet de gevraagde informatie aangeleverd. De bewindvoerder krijgt bovendien geen contact met haar. Schuldenares heeft daarmee niet aan haar informatieplicht voldaan. Daarnaast heeft schuldenares niet aantoonbaar voldaan aan de inspanningsplicht. Schuldenares heeft niet fulltime gewerkt en ook niet aanvullend gesolliciteerd. Bovendien heeft zij geen stukken overgelegd waaruit volgt dat zij al dan niet gedeeltelijk arbeidsongeschikt is, waardoor dus niet is gebleken dat een (gedeeltelijke) ontheffing van de sollicitatieplicht in de rede zou liggen. Verder heeft schuldenares enerzijds meerdere nieuwe schulden laten ontstaan van in totaal € 5.904,99 en anderzijds een, weliswaar geschatte maar forse, boedelachterstand van € 12.500,22 laten ontstaan. De rechtbank is van oordeel dat deze tekortkomingen gelet op hun aard en omvang als ernstig en structureel moeten worden aangemerkt. De rechtbank weegt bovendien mee dat schuldenares zonder opgaaf van reden niet ter terechtzitting is verschenen. Gelet op het voorgaande moet gevreesd worden dat schuldenares ook in de toekomst de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen niet naar behoren zal nakomen,

Dat bovengenoemde tekortkomingen schuldenares niet te verwijten zijn, is onvoldoende aannemelijk geworden. Uit de door de bewindvoerder overgelegde stukken volgt dat zij schuldenares meerdere malen heeft gewezen op de verplichtingen die gelden in de wettelijke schuldsaneringsregeling, alsook op de steeds bestaande tekortkomingen. Tot slot volgt uit het vonnis van deze rechtbank van 1 augustus 2025 dat de rechtbank op de toelatingszitting expliciet met schuldenares heeft gesproken over de in de schuldsaneringsregeling geldende verplichtingen.

De toepassing van de schuldsaneringsregeling zal daarom worden beëindigd op grond van artikel 350, derde lid, onder c, Faillissementswet (hierna: Fw).

De rechtbank zal het salaris van de bewindvoerder en de door deze gemaakte kosten vaststellen.

De rechtbank stelt vast dat er geen baten beschikbaar zijn om daaruit vorderingen geheel of gedeeltelijk te voldoen. Er is daarom geen sprake van een faillissement van rechtswege zodra deze uitspraak in kracht van gewijsde gaat.

4 De beslissing

De rechtbank:

- beëindigt de toepassing van de schuldsaneringsregeling;

- stelt het salaris van de bewindvoerder, één en ander inclusief onkosten en omzetbelasting, vast op het aanwezig actief tot een bedrag van maximaal € 3.540,12;

Dit vonnis is gewezen door mr. E.A. Vroom, rechter, en in aanwezigheid van mr. T.M.M. de Laat, griffier, in het openbaar uitgesproken op 16 juli 2026.[_cdb7106e-981a-499a-8f15-bcdcc9841ce0]

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.