Uitspraak · Civiel recht
Rechtbank Rotterdam, 10 juli 2026
ECLI:NL:RBROT:2026:9747Zaaknummer C/10/722033 / JE RK 26-1250 en C/10/720800 / JE RK 26-1082
- Instantie
- Rechtbank Rotterdam
- Datum uitspraak
- 10 juli 2026
- Publicatiedatum
- 18 augustus 2026
- Zaaknummer
- C/10/722033 / JE RK 26-1250 en C/10/720800 / JE RK 26-1082
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing.
8 De beslissing
De kinderrechter:
Ten aanzien van het verzoek van de Raad
stelt [voornaam minderjarige 1] onder toezicht van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond met ingang van 10 juli 2026 tot 26 november 2026
stelt [voornaam minderjarige 2] onder toezicht van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond met ingang van 10 juli 2026 tot 10 juli 2027;
verleent een (traject)machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] binnen het netwerk, gevolgd door een plaatsing op een nader te bepalen verblijfplaats, met ingang van 10 juli 2026 tot 10 oktober 2026;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
en alvorens verder te beslissen:
houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan en het verhoor van de Raad, de GI, de vader en zijn advocaat zal plaatsvinden op 25 september 2026 te 09:30 uur in het gerechtsgebouw van de rechtbank Rotterdam, locatie Rotterdam, aan Wilhelminaplein 100 / 125;
verzoekt de Raad uiterlijk twee weken voor de genoemde datum de kinderrechter de verzochte rapportage te doen toekomen (met afschrift aan de belanghebbenden);
verzoekt de Raad zorg te dragen voor de bijstand van de tolk voor de vader;
de zaak zal op genoemde datum en tijdstip, behoudens onvoorziene omstandigheden, worden behandeld door mr. J. Groot, kinderrechter;
bepaalt dat deze beschikking geldt als oproeping van de Raad, de GI, de vader en zijn advocaat;
vraagt de griffier [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] op te roepen voor een kindgesperk;
vraagt de griffier de informant op te roepen;
vraagt de griffier [persoon B], de meerderjarige broer, als informant op te roepen;
Ten aanzien van het verzoek van de GI
wijst het verzoek af.
| Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 10 juli 2026 door mr. J. Groot, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. M. Henschen als griffier, en op schrift gesteld op 16 juli 2026. |
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
Zaaknummers: C/10/722033 / JE RK 26-1250 en C/10/720800 / JE RK 26-1082
Datum uitspraak: 10 juli 2026
Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaken van
Ten aanzien van het zaaknummer C/10/722033 / JE RK 26-1250
de Raad voor de Kinderbescherming, regio Rotterdam-Dordrecht,
gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen: de Raad,
en
Ten aanzien van het zaaknummer C/10/720800 / JE RK 26-1082
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen: de GI,
over
inzake C/10/722033 / JE RK 26-1250
[minderjarige 1],
geboren op [geboortedatum 1] 2008 in [geboorteplaats] ( [geboorteland] ), hierna te noemen: [voornaam minderjarige 1],
en
inzake C/10/722033 / JE RK 26-1250 en C/10/720800 / JE RK 26-1082
[minderjarige 2],
geboren op [geboortedatum 2] 2010 in [geboorteplaats] ( [geboorteland] ), hierna te noemen: [voornaam minderjarige 2],
De kinderrechter merkt in alle zaken als belanghebbende aan:
[naam vader],
hierna te noemen: de vader, wonende in [woonplaats],
advocaat: mr. J.J.A. Bosch, kantoorhoudende te Rotterdam.
De kinderrechter merkt in de zaak van de Raad als belanghebbende aan:
De GI, voornoemd.
De kinderrechter merkt in de zaak van de Raad als informant aan:
[naam zus],
hierna te noemen: de zus, wonende in [woonplaats].
1 Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift van de Raad met bijlagen van 24 juni 2026, binnengekomen bij de rechtbank op diezelfde datum (ten aanzien van zaaknummer C/10/722033 / JE RK 26-1250);
- het verzoekschrift van de GI met bijlagen van 3 juni 2026, binnengekomen bij de rechtbank op diezelfde datum (ten aanzien van zaaknummer C/10/720800 / JE RK 26-1082);
- het proces-verbaal van de aangifte van de vader, overgelegd door mr. Bosch ter zitting.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 10 juli 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de vader met zijn advocaat;
- een vertegenwoordiger van de Raad, [persoon A].
De GI is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de GI wel juist is opgeroepen.
Aangezien de vader de Nederlandse taal niet of onvoldoende machtig is, maar wel de Marokkaans-Arabische taal, heeft de kinderrechter het verhoor doen plaatsvinden met bijstand van Z. Hamidi, tolk in de Marokkaans-Arabische taal. De kinderrechter heeft vastgesteld dat de tolk is beëdigd overeenkomstig het bepaalde in artikel 12 van de Wet beëdigde tolken en vertalers.
De kinderrechter heeft [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] naar hun mening gevraagd. [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] hebben geen mening gegeven.
2 De feiten
De vader is belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2].
[voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] verblijven binnen het netwerk, respectievelijk bij de meerderjarige broer en zus.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 29 april 2026 [voornaam minderjarige 2] voorlopig onder toezicht gesteld van de GI tot 29 juli 2026.
3 Het (gewijzigde) verzoek van de Raad
De Raad verzoekt [voornaam minderjarige 1] onder toezicht te stellen tot meerderjarigheid. Ook verzoekt de Raad een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige 1] binnen het netwerk, te weten bij de meerderjarige broer, te verlenen tot aan meerderjarigheid. Daarnaast verzoekt de Raad [voornaam minderjarige 2] onder toezicht te stellen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de Raad een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige 2] binnen het netwerk, te weten bij de zus, te verlenen voor de duur van een jaar. De Raad verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
Ter zitting wijzigt de Raad het verzoek in die zin dat nu een machtiging tot uithuisplaatsing binnen het netwerk wordt verzocht, gevolgd door een machtiging tot uithuisplaatsing op een nader te bepalen verblijfplaats.
4 Het verzoek van de GI
De GI verzoekt een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige 2] in het netwerk, te weten bij de zus, te verlenen voor de duur van een jaar. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
5 Het standpunt van de Raad
Op dit moment verblijft [voornaam minderjarige 1] bij haar meerderjarige broer, maar dit is geen wenselijke plek voor haar. [voornaam minderjarige 2] verblijft bij zijn meerderjarige zus in een studentenwoning en ook dit is geen duurzame plek. De relatie tussen de vader en [voornaam minderjarige 2] is ernstig verstoord en op dit moment is een plaatsing bij de vader geen optie. De betrokkenheid van de GI is noodzakelijk om voor [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] te gaan kijken waar zij kunnen gaan wonen. Ook is het belangrijk dat [voornaam minderjarige 2] begeleiding krijgt en dat er met hem gezocht gaat worden naar een vervolgopleiding.
6 Het standpunt van de vader
Door en namens de vader wordt ter zitting ingestemd met het verzoek van de Raad ten aanzien van de ondertoezichtstelling. De vader voert verweer tegen de machtiging tot uithuisplaatsing. Sinds de zomer van 2025 is de vader de grip op het leven van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] kwijt. De vader hoopt dat de GI structuur in het leven van de kinderen kan brengen en dat de GI kan helpen de relatie te verbeteren. De vader ziet ook dat [voornaam minderjarige 2] op dit moment niet naar huis kan. De vader ontkent dat er sprake is geweest van huiselijk geweld, maar [voornaam minderjarige 2] zorgde thuis voor veel overlast. Hij maakte spullen kapot en vertoonde dreigend gedrag. Daarnaast ontkent de vader dat hij de kinderen heeft achtergelaten in Marokko. De vader moest terug naar Nederland gelet op zijn uitkering en in Marokko werd hij gedwongen de paspoorten van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] af te geven. De vader heeft overwogen zelf een verzoek tot ondertoezichtstelling te doen. Toen [voornaam minderjarige 2] voorlopig onder toezicht werd gesteld, kon dit niet meer. De vader hoopt dat de GI er naartoe gaat werken dat [voornaam minderjarige 2] in de weekenden weer thuis komt wonen. De vader maakt zich ernstig zorgen om [voornaam minderjarige 2]. De vader is van mening dat [voornaam minderjarige 1] direct naar huis kan. De vader staat niet achter een plaatsing bij de oudere broer.
7 De beoordeling
Ten aanzien van het verzoek van de Raad
Gelet op het feit dat er ter zitting geen verweer is gevoerd tegen een ondertoezichtstelling en de kinderrechter op grond van de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting van oordeel is dat de gronden van de ondertoezichtstelling zoals gesteld in art. 1:255 van het Burgerlijk Wetboek (BW) aanwezig zijn, zal de kinderrechter [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] onder toezicht stellen van de GI. De kinderrechter zal [voornaam minderjarige 1] onder toezicht stellen van de GI tot haar meerderjarigheid en zal [voornaam minderjarige 2] onder toezicht stellen van de GI voor de duur van een jaar.
Ook is de kinderrechter van oordeel dat de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding.[_9e7b0004-d127-4541-a319-bff9cb36cf6b]
Ter zitting is gebleken dat huidige plekken waar de kinderen nu verblijven, geen passende plekken zijn. Desondanks is de kinderrechter van oordeel dat [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2], gelet op de verstoorde relatie met de vader, niet terug naar huis kunnen. Het is belangrijk dat er hulpverlening komt om de relatie en het contact te verbeteren, zodat er kan worden gekeken of [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] op den duur weer bij de vader kunnen verblijven. Daarnaast acht de kinderrechter het van belang dat de GI de komende periode onderzoek doet naar een (eventuele) passende vervolgplek, indien blijkt dat [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] niet naar huis kunnen. [voornaam minderjarige 1] wordt binnenkort achttien jaar en het is belangrijk dat zij wordt voorbereid op wat er dan gaat veranderen.
Gelet op het feit dat er nog veel onduidelijkheid bestaat over het perspectief van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] en de huidige plaatsing niet voor een lange periode wenselijk is, ziet de kinderrechter aanleiding om de machtiging tot uithuisplaatsing te verlenen voor een kortere duur dan is verzocht. Ook ziet de kinderrechter aanleiding om een trajectmachtiging te verlenen, zoals is verzocht. De kinderrechter benadrukt dat een machtiging tot uithuisplaatsing niet langer gebruikt hoeft te worden dan nodig is. De kinderrechter zal een (traject)machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] binnen het netwerk, gevolgd door een plaatsing op een nader te bepalen verblijfplaats, verlenen voor de duur van drie maanden. De kinderrechter zal de behandeling van het verzoek voor het overige aanhouden.
De Raad wordt verzocht uiterlijk twee weken voor de hierna te noemen zittingsdatum aan de kinderrechter (met afschrift aan de GI, de vader en mr. J.J.A. Bosch) te rapporteren over de laatste stand van zaken en daarbij ook te vermelden of het resterende deel van het verzoek al dan niet wordt gehandhaafd.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
Ten aanzien van het verzoek van de GI
Gelet op het feit dat de kinderrechter reeds heeft beslist op het verzoek van de Raad ten aanzien van de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige 2], is er geen belang meer bij het verzoek van de GI. De kinderrechter zal het verzoek van de GI afwijzen.
8 De beslissing
De kinderrechter:
Ten aanzien van het verzoek van de Raad
stelt [voornaam minderjarige 1] onder toezicht van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond met ingang van 10 juli 2026 tot 26 november 2026
stelt [voornaam minderjarige 2] onder toezicht van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond met ingang van 10 juli 2026 tot 10 juli 2027;
verleent een (traject)machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] binnen het netwerk, gevolgd door een plaatsing op een nader te bepalen verblijfplaats, met ingang van 10 juli 2026 tot 10 oktober 2026;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
en alvorens verder te beslissen:
houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan en het verhoor van de Raad, de GI, de vader en zijn advocaat zal plaatsvinden op 25 september 2026 te 09:30 uur in het gerechtsgebouw van de rechtbank Rotterdam, locatie Rotterdam, aan Wilhelminaplein 100 / 125;
verzoekt de Raad uiterlijk twee weken voor de genoemde datum de kinderrechter de verzochte rapportage te doen toekomen (met afschrift aan de belanghebbenden);
verzoekt de Raad zorg te dragen voor de bijstand van de tolk voor de vader;
de zaak zal op genoemde datum en tijdstip, behoudens onvoorziene omstandigheden, worden behandeld door mr. J. Groot, kinderrechter;
bepaalt dat deze beschikking geldt als oproeping van de Raad, de GI, de vader en zijn advocaat;
vraagt de griffier [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] op te roepen voor een kindgesperk;
vraagt de griffier de informant op te roepen;
vraagt de griffier [persoon B], de meerderjarige broer, als informant op te roepen;
Ten aanzien van het verzoek van de GI
wijst het verzoek af.
| Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 10 juli 2026 door mr. J. Groot, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. M. Henschen als griffier, en op schrift gesteld op 16 juli 2026. |
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.