Uitspraak · Verbintenissenrecht
Rechtbank Rotterdam, 22 mei 2026
ECLI:NL:RBROT:2026:7476Zaaknummer 11690787 CV EXPL 25-11005
- Instantie
- Rechtbank Rotterdam
- Datum uitspraak
- 22 mei 2026
- Publicatiedatum
- 8 juli 2026
- Zaaknummer
- 11690787 CV EXPL 25-11005
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Verbintenissenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Verhuurder vordert huurachterstand en schoonmaakkosten. Vordering toegewezen. Voor de gemaakte schoonmaakkosten heeft huurder getekend. Vordering ter zitting ook geheel erkend.
3 De beslissing
De kantonrechter:
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] te betalen € 2.227,64;
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van [eiseres] worden begroot op € 1.202,64;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
wijst al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. A.M. van Kalmthout en in het openbaar uitgesproken.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 11690787 CV EXPL 25-11005
datum uitspraak: 22 mei 2026
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
[eiseres],
vestigingsplaats: [plaats 1],
eiseres,
gemachtigde: Flanderijn Gerechtsdeurwaarders,
tegen
[gedaagde],
woonplaats: [woonplaats],
gedaagde,
die zelf procedeert.
De partijen worden hierna ‘ [eiseres] ’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.
1 De procedure
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
- de dagvaarding van 24 april 2025, met bijlagen 1 tot en met 10;
- de aantekeningen van het mondelinge antwoord;
- de akte van de gemachtigde van [eiseres], met bijlagen 11 tot en met 14.
Op 23 april 2026 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij waren aanwezig mevrouw [persoon A] namens de gemachtigde van [eiseres] en [gedaagde].
2 De beoordeling
Waar gaat de zaak over?
[gedaagde] huurde een woning van [eiseres] aan [adres] in [plaats 2]. De huurovereenkomst is geëindigd, maar tijdens de looptijd is er een huurachterstand ontstaan. Daarnaast heeft [gedaagde] de woning niet schoon opgeleverd zodat [eiseres] schoonmaakkosten heeft gemaakt. [eiseres] eist dat [gedaagde] die huurachterstand betaalt en ook de schoonmaakkosten, met rente en kosten. [gedaagde] moet van de kantonrechter inderdaad de huurachterstand en de schoonmaakkosten betalen. Hierna wordt uitgelegd waarom.
[gedaagde] moet de huurachterstand en schoonmaakkosten van € 2.227,64 betalen
[gedaagde] wordt veroordeeld om € 2.004,82 aan huurachterstand aan [eiseres] te betalen. De partijen zijn het er namelijk over eens dat dit de huurachterstand is. Daar komt een bedrag bij van € 222,82 aan schoonmaakkosten. Op 23 oktober 2023 heeft [gedaagde], na de eindcontrole van de woning, er namelijk mee ingestemd dat deze schoonmaakkosten bij hem in rekening worden gebracht door het eindcontrolerapport waar dat in staat voor akkoord te tekenen. Dat heeft hij (pas ter zitting) ook erkend. Er wordt dus een bedrag van (€ 2.004,82 + € 222,82 =) € 2.227,64 toegewezen. Eventuele betalingen die [gedaagde] na de zitting heeft verricht, strekken in mindering op dit bedrag.
[gedaagde] kan contact opnemen met de gemachtigde van [eiseres] om een betalingsregeling af te spreken. Dit is ter zitting door de gemachtigde van [eiseres] gezegd.
[gedaagde] hoeft geen incassokosten en rente te betalen
De kantonrechter wijst de geëiste incassokosten en de rente af. In de algemene voorwaarden van [eiseres] staat hierover namelijk een oneerlijke bepaling (artikel 15). Omdat die bepaling oneerlijk is, mag [eiseres] daar geen beroep op doen en kan zij ook geen aanspraak maken op de incassokosten en rente uit de wet.[_8cba95b8-0166-4a15-b64e-8a7bbc2f6442] De bepaling is oneerlijk, omdat daarin staat dat [gedaagde] een boete moet betalen als hij niet aan de verplichtingen uit de overeenkomst voldoet. Daaronder valt ook het op tijd betalen van de huur. Op grond van de wet zou [gedaagde] als hij te laat betaalt alleen de wettelijke rente en incassokosten moeten betalen. [eiseres] wijkt met de boete dus in het nadeel van een consument af van de wet door daarnaast een boete op te leggen. Dat maakt deze bepaling hier oneerlijk.
De kantonrechter heeft onderzocht of er nog andere oneerlijke bepalingen zijn, maar die zijn er niet. Daarbij is alleen gekeken naar bepalingen die voor deze zaak van belang zouden kunnen zijn. Bepalingen die voor de beoordeling van de eis niet relevant zijn, heeft de kantonrechter dus niet getoetst.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde], omdat hij voor het grootste deel ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan [eiseres] moet betalen op € 146,14 aan dagvaardingskosten, € 514,- aan griffierecht, € 434,- aan salaris voor de gemachtigde (twee punten x € 217,-) en € 108,50 aan nakosten. Dat is in totaal € 1.202,64. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.
Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat [eiseres] dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.
3 De beslissing
De kantonrechter:
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] te betalen € 2.227,64;
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van [eiseres] worden begroot op € 1.202,64;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
wijst al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. A.M. van Kalmthout en in het openbaar uitgesproken.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.