Uitspraak · Insolventierecht
Rechtbank Rotterdam, 13 mei 2026
ECLI:NL:RBROT:2026:7213Zaaknummer NL:TZ:2600790:R-RK
- Instantie
- Rechtbank Rotterdam
- Datum uitspraak
- 13 mei 2026
- Publicatiedatum
- 29 juni 2026
- Zaaknummer
- NL:TZ:2600790:R-RK
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Insolventierecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
WSNP-verzoek afgewezen, er bestaat gegronde vrees dat verzoekster verplichtingen niet nakomt
De rechtbank:
- wijst het verzoek af.
Dit is de beslissing van mr. E.A. Vroom, rechter, in samenwerking met C. van der Velde, griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 13 mei 2026.[_69e449b3-0840-4cf5-841a-f7c97ce45e55]
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK Rotterdam
Team Insolventie
Afwijzing toepassing schuldsaneringsregeling
Rekestnummer: [nummer]
Uitspraakdatum: 13 mei 2026
[naam 1],
wonende te [adres 1]
.
Waar deze zaak over gaat
Mevrouw [naam 1] bevindt zich in een problematische schuldensituatie. Om tot een oplossing voor haar schulden te komen heeft mevrouw [naam 1] een verzoek gedaan te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp). Dit verzoek wordt afgewezen.
De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist.
1 De procedure
Mevrouw [naam 1] heeft een verzoek ingediend om te worden toegelaten tot de Wsnp.
Het verzoek is behandeld op de zitting van 7 mei 2026. Op de zitting zijn verschenen:
- mevrouw [naam 1];
- mevrouw [naam 2], schuldhulpverlener bij Geldplein;
- mevrouw I. Boerakker en mevrouw T. Jansen, beiden werkzaam bij Van den Bosse Bewindvoering B.V., beschermingsbewindvoerder;
- mevrouw [naam 2], begeleider.
2 De feiten
Mevrouw [naam 1] ontvangt inkomsten uit een PW-uitkering. De schuldenlast bedraagt volgens de verklaring als bedoeld in artikel 285 Faillissementswet € 74.995,84.
3 De beoordeling
Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt slechts toegewezen als, onder andere, voldoende aannemelijk is dat verzoekster de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen naar behoren zal nakomen en zich zal inspannen zoveel mogelijk baten voor de boedel te verwerven. De rechtbank oordeelt dat dit in het voorliggende geval niet aannemelijk is. Mevrouw [naam 1] heeft tijdens de zitting aangegeven dat zij niet per se gebruik wil maken van de schuldsaneringsregeling. Mevrouw [naam 1] is van mening dat de beschermingsbewindvoerder verkeerde keuzes heeft gemaakt bij het afbetalen van een nieuwe schuld. Er was een regeling getroffen met betrekking tot deze nieuwe schuld. De beschermingsbewindvoerder heeft er echter voor gekozen deze nieuwe schuld in een keer af te lossen in plaats van de regeling na te komen, waardoor mevrouw [naam 1] niet de beschikking kreeg over extra geld om leuke dingen te doen met haar kinderen. Mevrouw [naam 1] heeft, nadat de rechtbank haar enige vragen heeft gesteld over de aard van de CJIB-schuld en de mededeling dat zij geen nieuwe schulden mag maken, de zittingszaal boos verlaten. Daarnaast heeft de beschermings-bewindvoerder ter zitting verklaard dat mevrouw [naam 1] onlangs een auto op haar naam heeft gezet. Mevrouw [naam 1] heeft deze auto gekregen van haar broer. Zij wil deze auto schorsen en dan verkopen, zodat zij extra geld heeft voor de zomer. Mevrouw [naam 1] heeft ter zitting verklaard dat zij in januari 2026 enige tijd in detentie heeft gezeten waardoor haar uitkering is gekort. Naar de mening van mevrouw [naam 1] heeft de beschermingsbewindvoerder onvoldoende haar best gedaan om ervoor te zorgen dat de uitkering tijdig werd hersteld.
Gedurende de schuldsaneringsregeling rusten op een schuldenaar voortdurend zware verplichtingen en van hem worden in deze periode forse inspanningen gevergd. Gelet op de houding van verzoekster is onvoldoende aannemelijk dat zij de verplichtingen, voortvloeiend uit de schuldsaneringsregeling naar behoren zal nakomen. De uitlatingen van mevrouw [naam 1] dat zij nooit extra geld krijgt om leuke dingen te doen, stroken niet met de verplichting om zoveel mogelijk baten voor de boedel te verwerven. De houding van mevrouw [naam 1] tijdens de zitting en het halverwege verlaten van de zitting geven geen blijk van een saneringsgezinde houding. De rechtbank weegt hierbij tevens mee dat mevrouw [naam 1] tijdens de zitting diverse malen heeft aangegeven dat zij geen gebruik wenst te maken van de schuldsaneringsregeling.
Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling zal daarom worden afgewezen.
Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat dit niet betekent dat er geen andere feiten of omstandigheden zijn die eveneens tot afwijzing van het verzoek dienen te leiden.
4 De beslissing
De rechtbank:
- wijst het verzoek af.
Dit is de beslissing van mr. E.A. Vroom, rechter, in samenwerking met C. van der Velde, griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 13 mei 2026.[_69e449b3-0840-4cf5-841a-f7c97ce45e55]
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.