Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Rotterdam, 28 mei 2026
ECLI:NL:RBROT:2026:6935Zaaknummer C/10/716780 / KG ZA 26-272 (herstelvonnis)
- Instantie
- Rechtbank Rotterdam
- Datum uitspraak
- 28 mei 2026
- Publicatiedatum
- 16 juni 2026
- Zaaknummer
- C/10/716780 / KG ZA 26-272 (herstelvonnis)
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Verbetervonnis waarin de vrouw is gelast tot terug verhuizing met de minderjarige naar Nederland. Zie ook ECLI:NL:RBROT:2026:6934
De rechtbank
bepaalt dat randnummer 4.5. van het op 26 mei 2026 tussen partijen gewezen vonnis, waar staat
“Op grond van het ouderschapsplan is de hoofdverblijfplaats van de minderjarige bij de vrouw. ”
wordt gewijzigd in
“Op grond van het ouderschapsplan is de hoofdverblijfplaats van de minderjarige bij de man.”,
bepaalt dat deze verbetering onder de vermelding van de datum 28 mei 2026 wordt vermeld op de minuut van het vonnis van 26 mei 2026,
verzoekt de partij die de grosse heeft ontvangen, voor zover zij dit niet al heeft gedaan, de ontvangen grosse van het vonnis van 26 mei 2026 na ontvangst van dit verbetervonnis aan de griffie van de rechtbank terug te sturen.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.H.L. van Dijkman en in het openbaar uitgesproken op 28 mei 2026.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK Rotterdam
Team Familie
Zaaknummer: C/10/716780 / KG ZA 26-272
Verbetervonnis van 28 mei 2026
in de zaak van
[naam man],
wonende te [woonplaats], gemeente [gemeente],
eisende partij,
hierna te noemen: de man,
advocaat: mr. A.L. Weterings,
tegen
[naam vrouw],
wonende te Rotterdam maar feitelijk zonder bekende woon- of verblijfplaats,
gedaagde partij,
hierna te noemen: de vrouw.
1 Het verzoek tot verbetering
Op 26 mei 2026 heeft mr. A.L. Weterings namens de man de rechtbank verzocht om verbetering van het op 26 mei 2026 in deze zaak gewezen vonnis, in die zin dat onder 4.5. wordt vermeld dat de hoofdverblijfplaats van de minderjarige op grond van het ouderschapsplan bij de man is.
Op grond van artikel 31 lid 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering gaat een rechter niet over tot de verbetering dan na partijen in de gelegenheid te hebben gesteld zich daarover uit te laten. De rechtbank heeft de vrouw echter niet in de gelegenheid kunnen stellen om op het verzoek tot verbetering te reageren omdat, sinds het vertrek van de vrouw naar Oekraïne, van haar geen adres bekend is. De rechtbank beoordeelt het verzoek daarom zonder de vrouw te hebben gehoord.
2 De beoordeling
Op grond van artikel 31 lid 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering verbetert de rechter te allen tijde, op verzoek van een partij of ambtshalve, in zijn vonnis een kennelijke rekenfout, schrijffout of andere kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent. Dit is het geval als het gaat om duidelijke verschrijvingen of fouten waarvan direct duidelijk is dat sprake is van een vergissing.
De rechtbank oordeelt dat in het vonnis van 26 mei 2026 sprake is van een kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent. De hoofdverblijfplaats is op grond van het ouderschapsplan namelijk bij de man zoals ook onder 2.5 van het vonnis is opgenomen en niet bij de vrouw. Dat onder 4.5. staat dat op grond van het ouderschapsplan de hoofdverblijfplaats van de minderjarige bij de vrouw is, is een verschrijving. De rechtbank zal het verzoek tot verbetering van het vonnis dan ook toewijzen als volgt.
3 De beslissing
De rechtbank
bepaalt dat randnummer 4.5. van het op 26 mei 2026 tussen partijen gewezen vonnis, waar staat
“Op grond van het ouderschapsplan is de hoofdverblijfplaats van de minderjarige bij de vrouw. ”
wordt gewijzigd in
“Op grond van het ouderschapsplan is de hoofdverblijfplaats van de minderjarige bij de man.”,
bepaalt dat deze verbetering onder de vermelding van de datum 28 mei 2026 wordt vermeld op de minuut van het vonnis van 26 mei 2026,
verzoekt de partij die de grosse heeft ontvangen, voor zover zij dit niet al heeft gedaan, de ontvangen grosse van het vonnis van 26 mei 2026 na ontvangst van dit verbetervonnis aan de griffie van de rechtbank terug te sturen.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.H.L. van Dijkman en in het openbaar uitgesproken op 28 mei 2026.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.