Uitspraak · Civiel recht

Rechtbank Rotterdam, 13 mei 2026

ECLI:NL:RBROT:2026:6300Zaaknummer C/10/717256 / HA ZA 26-283

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
13 mei 2026
Publicatiedatum
29 mei 2026
Zaaknummer
C/10/717256 / HA ZA 26-283
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Rotterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

'verstekvonnis - toegewezen'

De rechtbank,

veroordeelt gedaagde om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eiseres te betalen het bedrag van € 30.191,53, vermeerderd met de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119a BW over € 24.811,47 vanaf 11 maart 2026 tot de dag van algehele voldoening;

veroordeelt gedaagde in de proceskosten, die aan de kant van eiseres worden begroot op € 4.263,02, vermeerderd met de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW ingaande vijftiende dagen na betekening van dit vonnis tot de dag dat volledig is betaald, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als gedaagde niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet gedaagde € 98,00 extra betalen, plus de kosten van betekening;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad en wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Fiege en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

2595/204

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verloop van het geding
  2. 2 De beoordeling
  3. 3 De beslissing

RECHTBANK ROTTERDAM

Zaaknummer: C/10/717256 / HA ZA 26-283

Uitspraak: 13 mei 2026

VERSTEKVONNIS van de enkelvoudige kamer

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

KONINKLIJKE POSTNL B.V.,

woonplaats: Hoofddorp,

eiseres,

advocaat: mr. W. van Dijk te Barneveld,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

INFINITY BEAUTY GROUP B.V.,

woonplaats: Rhoon, gemeente Albrandswaard,

gedaagde,

die niet in de procedure is verschenen.

1 Het verloop van het geding

Tegen gedaagde is verstek verleend.

De rechtbank heeft kennis genomen van de volgende processtukken:

- dagvaarding d.d. 12 maart 2026 en de door eiseres in het geding gebrachte producties.

2 De beoordeling

De vordering komt de kantonrechter niet ongegrond of onrechtmatig voor en wordt dan ook toegewezen, een en ander voor zover hierna niet anders blijkt.

Gedaagde wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van eiseres worden begroot op € 155,02 aan dagvaardingskosten, € 3.083,00 aan griffierecht, € 836,00 aan salaris voor de advocaat en

€ 189,00 aan nakosten (plus de verhoging zoals gemeld in de beslissing). Dat is in totaal € 4.263,02. De wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen, zoals hierna vermeld.

3 De beslissing

De rechtbank,

veroordeelt gedaagde om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eiseres te betalen het bedrag van € 30.191,53, vermeerderd met de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119a BW over € 24.811,47 vanaf 11 maart 2026 tot de dag van algehele voldoening;

veroordeelt gedaagde in de proceskosten, die aan de kant van eiseres worden begroot op € 4.263,02, vermeerderd met de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW ingaande vijftiende dagen na betekening van dit vonnis tot de dag dat volledig is betaald, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als gedaagde niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet gedaagde € 98,00 extra betalen, plus de kosten van betekening;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad en wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Fiege en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

2595/204

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.