Uitspraak · Insolventierecht

Rechtbank Rotterdam, 5 augustus 2026

ECLI:NL:RBROT:2026:14764Zaaknummer NL:TZ:2610091:R-RK

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
5 augustus 2026
Publicatiedatum
27 oktober 2026
Zaaknummer
NL:TZ:2610091:R-RK
Rechtsgebied
Civiel recht, Insolventierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Rotterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Verzoek wsnp toegewezen. Toegelaten op basis van de hardheidsclausule in verband met schulden niet te goeder trouw. Geen eerdere ingangsdatum omdat er niet is voldaan aan de inspanningsplicht gedurende het minnelijk traject.

De rechtbank:

- spreekt de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:

[verzoekster],

Geboren op [geboortedatum] -2004 te [geboorteplaats]

wonende te [adres],

[postcode] [woonplaats];

- benoemt tot rechter-commissaris mr. C.G.E. Prenger

en tot bewindvoerder W.P. Groenendijk,

gevestigd te Postbus 324

3330 AH Zwijndrecht;

  • stelt de ingangsdatum van de schuldsaneringsregeling vast op 5 augustus 2026 en de duur op 18 maanden;
  • draagt de bewindvoerder op de post van mevrouw [verzoekster] in te zien;

- bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag nemen volgens het Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Dit kan alleen voor zover de boedel toereikend is.

Dit is de beslissing van mr. B.J. Tideman, rechter, in samenwerking met I. van Gemerde, griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 5 augustus 2026.[_090efb07-77ab-4be5-8bc6-edf2e8217677]

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 De beoordeling
  3. 3 De (controle van) verplichtingen in de Wsnp
  4. 4 De beslissing

RECHTBANK Rotterdam

Team Insolventie

Rekestnummer: NL:TZ:2610091:R-RK

Vonnis van 5 augustus 2026

op het verzoek van

[verzoekster],

wonende te [adres],

[postcode] [woonplaats].

Waar deze zaak over gaat

Mevrouw [verzoekster] bevindt zich in een problematische schuldensituatie. Om tot een oplossing voor haar schulden te komen heeft mevrouw [verzoekster] een verzoek gedaan te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp).

Dit verzoek wordt toegewezen.

Daarnaast verzoekt mevrouw [verzoekster] om de ingangsdatum van de Wsnp vast te stellen op 29 juli 2024. Dit verzoek wordt afgewezen.

De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist.

1 De procedure

1.1.

Mevrouw [verzoekster] heeft een verzoek ingediend om te worden toegelaten tot de Wsnp en om een eerdere ingangsdatum te bepalen.

1.2.

Het verzoek is behandeld op de zitting van 29 juli 2026. Op de zitting zijn verschenen:

- verzoekster;

- mevrouw [persoon A], werkzaam bij Gemeente Nissewaard (hierna te noemen schuldhulpverlening);

- de heer C.J. Cnossen, beschermingsbewindvoerder.

1.3.

De beschermingsbewindvoerder heeft na de zitting, op 30 juli 2026, de rechtbank aanvullende stukken toegezonden.

2 De beoordeling

De toelating

2.1.

Mevrouw [verzoekster] kan worden toegelaten tot de Wsnp als zij zich in een problematische schuldensituatie bevindt en zij te goeder trouw was bij het ontstaan en onbetaald laten van haar schulden. De rechtbank kijkt daarbij vooral naar de afgelopen drie jaar. Ook moet de verwachting bestaan dat mevrouw [verzoekster] aan de verplichtingen van de Wsnp zal voldoen.

2.2.

De rechtbank is van oordeel dat de schulden aan Service Organisatie Directe Aansprakelijkstelling (SODA), die binnen de drie-jaarstermijn vallen, niet te goeder trouw zijn ontstaan. Deze schulden staan in beginsel in de weg aan toewijzing van het Wsnp-verzoek.

2.3.

In dit geval ziet de rechtbank echter aanleiding om mevrouw [verzoekster] toch toe te laten tot de Wsnp met toepassing van de hardheidsclausule. Gebleken is dat mevrouw [verzoekster] de omstandigheden die hebben geleid tot het laten ontstaan en/of onbetaald laten van deze schulden, onder controle heeft gekregen. Mevrouw [verzoekster] is hard aan het werk om haar leven weer op de rit te krijgen. Zij heeft zich onder beschermingsbewind laten stellen. Het beschermingsbewind is uitgesproken op 3 juni 2025. Sindsdien heeft mevrouw [verzoekster] geen nieuwe schulden meer laten ontstaan. Bij de rechtbank is er voldoende vertrouwen dat mevrouw [verzoekster] zich zal houden aan de verplichtingen van de Wsnp.

2.4.

Mevrouw [verzoekster] wordt daarom toegelaten tot de Wsnp.

Bevoegdheid

2.5.

De rechtbank is, gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 Verordening (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie, bevoegd deze insolventieprocedure als hoofdprocedure te openen nu het centrum van voornaamste belangen van mevrouw [verzoekster] in Nederland ligt.

Duur

2.6.

De rechtbank stelt de termijn van de Wsnp-regeling ex artikel 349a Fw (hierna: materiële looptijd) vast op 18 maanden.

De ingangsdatum

2.7.

De Faillissementswet (hierna: Fw) bepaalt dat de looptijd in beginsel ingaat op de dag van dit vonnis, tenzij er aanleiding is de looptijd eerder te laten ingaan.

2.8.

Een eerdere ingangsdatum kan worden bepaald als vanaf die eerdere datum de verplichtingen die volgen uit het voorafgaande schuldhulpverleningstraject zijn nagekomen. Als uitgangspunt geldt daarbij dat de schuldenaar tijdens het minnelijke voortraject maximaal, op basis van de normen die gelden voor berekening van het vrij te laten bedrag (het vtlb), moet aflossen op zijn schulden en dat hij zich moet inspannen om zoveel mogelijk baten voor de schuldeisers te verwerven. Die inspanningsplicht houdt in beginsel in dat er bij arbeidsgeschiktheid fulltime gewerkt moet worden of er moet aantoonbaar worden gesolliciteerd naar een fulltime baan.

2.9.

De rechtbank kan niet vaststellen dat aan de vereiste verplichtingen is voldaan. Mevrouw [verzoekster] heeft momenteel geen werk. Er is geen medische onderbouwing overgelegd waaruit blijkt dat zij niet in staat is om te werken. Ter zitting is door de beschermingsbewindvoerder een Plan van aanpak van de gemeente overgelegd waarin staat dat de gemeente mevrouw [verzoekster] zal ondersteunen met het zoeken naar een (fulltime) betaalde dienstbetrekking. Mevrouw [verzoekster] heeft geen sollicitatiebewijzen aangeleverd waaruit blijkt dat zij aantoonbaar heeft gesolliciteerd naar een (fulltime) betaalde dienstbetrekking. Ook is mevrouw [verzoekster] niet officieel ontheven van de sollicitatieplicht door de gemeente. De rechtbank stelt vast dat mevrouw [verzoekster] niet heeft voldaan aan haar inspanningsplicht gedurende het minnelijk traject waardoor er geen aanleiding bestaat voor een eerdere ingangsdatum.

2.10.

De rechtbank komt daarom tot de conclusie dat er geen eerdere ingangsdatum zal worden bepaald.

3 De (controle van) verplichtingen in de Wsnp

3.1.

De verplichtingen waaraan mevrouw [verzoekster] tijdens de Wsnp moet voldoen zijn: de informatieverplichting, de inspanningsverplichting, de verplichting geen nieuwe schulden te maken, de verplichting om schuldeisers niet te benadelen en de afdrachtverplichting (van inkomen boven het vtlb en van goederen die in de boedel vallen).

3.2.

Er wordt een bewindvoerder benoemd. Deze bewindvoerder controleert in de eerste plaats of mevrouw [verzoekster] de verplichtingen van de Wsnp nakomt.

3.3.

De taak van de bewindvoerder is in de tweede plaats om de zogenaamde boedel van de schuldenaar te beheren en te vereffenen (artikel 316 Fw). De boedel omvat alle bezittingen die mevrouw [verzoekster] nu heeft en wat zij tijdens de toepassing van de regeling verkrijgt (artikel 295 Fw). Mevrouw [verzoekster] heeft de verplichting om tot de boedel behorende bezittingen aan de bewindvoerder af te staan (artikel 296 Fw). De bewindvoerder zal de opbrengsten hiervan verdelen onder de schuldeisers.

3.4.

Er wordt ook een rechter-commissaris benoemd. De taak van de rechter-commissaris is om toezicht te houden op de bewindvoerder.

3.5.

De eerste 13 maanden van het traject geldt in beginsel een postblokkade. Dat betekent dat in die periode alle post naar de bewindvoerder gaat. De bewindvoerder stuurt de post na controle door aan mevrouw [verzoekster].

3.6.

Als mevrouw [verzoekster] zich tijdens het Wsnp-traject houdt aan alle verplichtingen van de Wsnp eindigt het traject met de zogenoemde “schone lei”. Dit betekent dat schuldeisers hun vorderingen ten aanzien waarvan de Wsnp werkt niet meer op mevrouw [verzoekster] kunnen verhalen. De “schone lei” geldt vanaf het moment dat de bewindvoerder klaar is met zijn afwikkelingstaak. Dat is als de slotuitdelingslijst verbindend is geworden.

4 De beslissing

De rechtbank:

- spreekt de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:

[verzoekster],

Geboren op [geboortedatum] -2004 te [geboorteplaats]

wonende te [adres],

[postcode] [woonplaats];

- benoemt tot rechter-commissaris mr. C.G.E. Prenger

en tot bewindvoerder W.P. Groenendijk,

gevestigd te Postbus 324

3330 AH Zwijndrecht;

  • stelt de ingangsdatum van de schuldsaneringsregeling vast op 5 augustus 2026 en de duur op 18 maanden;
  • draagt de bewindvoerder op de post van mevrouw [verzoekster] in te zien;

- bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag nemen volgens het Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Dit kan alleen voor zover de boedel toereikend is.

Dit is de beslissing van mr. B.J. Tideman, rechter, in samenwerking met I. van Gemerde, griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 5 augustus 2026.[_090efb07-77ab-4be5-8bc6-edf2e8217677]

Voetnoten

  1. Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.