Uitspraak · Verbintenissenrecht

Rechtbank Rotterdam, 21 oktober 2026

ECLI:NL:RBROT:2026:14728Zaaknummer C/10/713193 HA ZA 26-53

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
21 oktober 2026
Publicatiedatum
27 oktober 2026
Zaaknummer
C/10/713193 HA ZA 26-53
Rechtsgebied
Civiel recht, Verbintenissenrecht
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats
Rotterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Opzegging duurovereenkomst, schadevergoeding. Beroep op opzegtermijn is in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar (art. 6:248 lid 2 BW). Daarmee ontstaat een leemte in de overeenkomst die aan de hand van de maatstaf van art. 6:248 lid 1 BW (aanvullende werking redelijkheid en billijkheid) moet worden aangevuld.

De rechtbank

6.1.

veroordeelt Media Markt tot betaling aan Mondeno van een schadevergoeding van € 775.458,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 1 december 2021 tot de dag van volledige betaling,

6.2.

veroordeelt Media Markt in de proceskosten van € 20.089,94, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als Media Markt niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

6.3.

veroordeelt Media Markt tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,

6.4.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

6.5.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. B.J.M.P. Cremers, mr. P.D. Olden en mr. K. Baetsen en in het openbaar uitgesproken op 21 oktober 2026. 3979; 3669; 1918

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De zaak in het kort
  2. 2 De procedure
  3. 3 De feiten
  4. 4 Het geschil
  5. 5 De beoordeling
  6. 6 De beslissing

RECHTBANK Rotterdam

Team handel en haven

Zaaknummer: C/10/713193 / HA ZA 26-53

Vonnis van 21 oktober 2026

in de zaak van

MONDENO BENELUX B.V.,

gevestigd te Utrecht,

eisende partij,

advocaat: mr. R.F.K. Visser,

tegen

MEDIA MARKT SATURN HOLDING NEDERLAND B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

gedaagde partij,

advocaat: mr. L.T. van der Sluis

Partijen worden hierna Mondeno en Media Markt genoemd.

1 De zaak in het kort

1.1.

Mondeno leverde sinds 1999 kabels aan Media Markt. Eind 2018/begin 2019 maakten partijen afspraken over een gewijzigde samenwerking, waarbij uitgangspunt was dat Media Markt kabels zou betrekken van twee leveranciers. Mondeno was één van deze leveranciers. Media Markt heeft deze overeenkomst abrupt beëindigd voordat partijen met de uitvoering waren begonnen. Het hof Den Haag heeft geoordeeld dat Media Markt daardoor is tekortgeschoten in de nakoming en schadeplichtig is. In deze (schadestaat)procedure gaat het om de hoogte van de schade als gevolg van deze tekortkoming.

1.2.

In geschil is hoe lang partijen aan de overeenkomst gebonden zouden zijn geweest als zij niet voor aanvang door Media Markt was beëindigd. De rechtbank oordeelt dat de overeenkomst opzegbaar was en ook daadwerkelijk door Media Markt is opgezegd, maar dat het onder de omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar was dat Media Markt de overeenkomst kon opzeggen met een opzegtermijn van drie maanden. Daarmee ontstaat een leemte in de overeenkomst die aangevuld moet worden aan de hand van de maatstaf van artikel 6:248 lid 1 BW. De eisen van redelijkheid en billijkheid brengen mee dat Media Markt een opzegtermijn van één jaar in acht had moeten nemen. De schade van Mondeno is de gemiste nettomarge gedurende de niet in acht genomen opzegtermijn. De rechtbank begroot deze schade op € 775.458,--.

2 De procedure

2.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 5 januari 2026 met schadestaat en producties E1-E5;- de conclusie van antwoord met producties G1-G23;- de brief van 9 april 2026 van de rechtbank met een oproep voor een mondelinge behandeling;

- de e-mail van 8 juli 2026 van de rechtbank met een zittingsagenda;

- de akte vermindering eis althans wijziging eis alsmede akte overlegging producties van Mondeno met producties E6-E11;

- de akte overlegging producties van Media Markt met producties G24-G26;

- de mondelinge behandeling van 12 augustus 2026 en de daar door partijen gebruikte spreekaantekeningen.

2.2.

Aan het einde van de mondelinge behandeling heeft de rechtbank bepaald dat er vonnis wordt gewezen.

3 De feiten

3.1.

Mondeno is een groothandel in audio- en videoaccessoires met toebehoren. Media Markt is een beheermaatschappij van ondernemingen die in Nederland een winkel drijven onder de naam Media Markt. Deze winkels verkopen onder meer audio- en videoaccessoires met toebehoren.

3.2.

Sinds (omstreeks) 1999 leverde Mondeno producten aan Media Markt. Partijen hadden daartoe in 1999 een raamovereenkomst gesloten. Jaarlijks maakten zij “jaarafspraken”, onder meer over de bonus die Mondeno aan Media Markt verschuldigd was.

3.3.

Op grond van de overeenkomst beheerde Mondeno de schappen in de winkels van Media Markt waarin de producten van Mondeno werden aangeboden. Mondeno vulde de schappen wekelijks aan en hield daartoe een voorraad aan goed voor twee tot drie maanden gemiddelde verkoop. Voor de uitvoering van de overeenkomst met Media Markt had Mondeno personeel in dienst, zowel personeel dat de winkels van Media Markt bevoorraadde, als personeel in het magazijn en op de administratie van Mondeno.

3.4.

In juli 2018 heeft Media Markt een aanbesteding (‘tender’) uitgeschreven voor de levering van elektronische kabels. Mondeno heeft op uitnodiging van Media Markt ingeschreven op de aanbesteding. Naar aanleiding hiervan zijn partijen met elkaar in onderhandeling getreden. Op 30 oktober 2018 heeft [naam 1] van Media Markt per e-mail aan Mondeno bericht dat Media Markt akkoord gaat met een lange termijn samenwerking in lijn met het voorstel van Mondeno.

3.5.

In november 2018 heeft Media Markt besloten de aanbesteding niet voort te zetten, waarna partijen verder hebben onderhandeld over een herziening van hun bestaande samenwerking. De insteek van deze onderhandelingen was een ‘two supplier-strategy’. Naast Mondeno zou een tweede partij, HAMA, kabels gaan leveren aan Media Markt. Het assortiment zou hiertoe tussen Mondeno en HAMA worden verdeeld. In november 2018 hebben partijen afgesproken welke kabels Mondeno aan Media Markt zou (blijven) leveren. In januari 2019 heeft [naam 2] van Media Markt aan (onder meer) Mondeno geschreven:

“Beste [naam 3]. [naam 4],

Zoals besproken, zullen we de volgende fase in gaan van de centralisatie van kabels en stroom binnen Media Markt Nederland. Binnen het centrale formule segment hebben jullie een belangrijk aandeel, dat we verder met jullie merken en producten willen gaan invullen, volgens onderstaande verdeling.

(…)”

Partijen hebben daarna verder gesproken over de concrete invulling van de afspraken.

3.6.

In deze periode bleef Media Markt op basis van de oude afspraken kabels afnemen bij Mondeno. In september 2019 hebben partijen de jaarafspraak 2019 getekend. In september 2020 hebben partijen de jaarafspraak 2020 getekend. In deze laatste jaarafspraak wordt verwezen naar de “General Terms and conditions 2017” van Media Markt. Daarin staat het volgende artikel:

“ARTIKEL 02: LOOPTIJD CONTRACT

De looptijd van de jaarafspraak vangt aan op de datum als vermeld in de jaarafspraak en zal doorlopen tot ofwel

 een nieuwe jaarafspraak wordt gemaakt;

 de bestaande jaarafspraak door een van beide partijen wordt opgezegd per aangetekend schrijven met een opzegtermijn van 3 maanden.”

Een vergelijkbaar artikel staat in de algemene bepalingen waarnaar in de eerdere jaarcontracten werd verwezen.

3.7.

In november 2020 heeft Media Markt aan Mondeno medegedeeld dat de implementatie van de gewijzigde samenwerking niet doorging, omdat het aan Mondeno toegekende deel van het assortiment alsnog aan HAMA was toegekend. Vanaf 1 januari 2021 heeft Media Markt nog maar beperkt kabels gekocht bij Mondeno. Mondeno heeft Media Markt in maart 2021 gesommeerd tot nakoming van de gemaakte afspraken. Media Markt heeft geen gevolg gegeven aan deze sommatie.

3.8.

Mondeno is een bodemprocedure gestart tegen Media Markt. In deze bodemprocedure heeft Mondeno – kort gezegd – gevorderd voor recht te verklaren dat Media Markt toerekenbaar tekort geschoten is in de nakoming van de tussen partijen gesloten overeenkomst en aansprakelijk is voor de schade van Mondeno als gevolg van die tekortkoming. De rechtbank heeft de vordering van Mondeno toegewezen. Media Markt is in hoger beroep gegaan tegen deze uitspraak. Het Gerechtshof Den Haag heeft op 27 augustus 2024 uitspraak gedaan en het vonnis bekrachtigd. Daarbij heeft het hof – voor zover relevant – overwogen:

“Bindende afspraken over gewijzigde samenwerking

18. Het hof deelt het oordeel van de rechtbank (r.o. 4.5, 4.6 en 4.1 1 van het bestreden vonnis) dat tussen partijen is overeengekomen dat (1) Mondeno in beginsel vanaf maart/april 2020 en voor een langere termijn kabels in een aantal subcategorieën zou leveren aan alle vestigingen van Mediamarkt, volgens de zogenoemde ”two supplierstrategie”, waarbij (2) de bestaande afspraken onder de distributieovereenkomst van kracht zouden blijven (de jaarafspraak 2018, die met uitzondering van de betalingscondities ongewijzigd was overgenomen in de jaarafspraak 2019), terwijl (3) ook over inkoopprijzen, transportkosten en merchandising overeenstemming is bereikt. (…)

(…)

18.11.

Bij deze stand van zaken is naar het oordeel van het hof over de essentialia van de gewijzigde overeenkomst wilsovereenstemming bereikt, namelijk: het leveren van specifieke producten (kabels van Hirschmann, Vivanco en Deltac) tegen bepaalde prijzen en transportkosten door Mondeno gedurende een langere termijn (van in beginsel drie jaar) aan alle vestigingen van Mediamarkt vanaf in beginsel maart/april 2020, volgens de zogenoemde two supplier-strategie met een 50/50-verdeling tussen Mondeno en HAMA. De overeenkomst hield geen minimumafnameverplichting voor Mediamarkt in, maar haar bestellingen bij Mondeno zouden gericht zijn op het aanvullen van de verkochte artikelen in haar winkels, zoals partijen al jarenlang gewoon waren. Uit het feit dat partijen in vervolg op hun bespreking van 26 september 2019 een nieuw jaarcontract hebben getekend met dezelfde condities als het bestaande jaarcontract (afgezien van gewijzigde betaalcondities, zie r.o. 25 e.v. hiervoor) blijkt dat het ging om een gewijzigde samenwerking onder de bestaande distributieovereenkomst, zoals ook de rechtbank in r.o. 4.6 (in zoverre onbestreden in appel) tot uitgangspunt heeft genomen. Tegen die achtergrond is niet van belang dat partijen op sommige punten nader invulling moesten geven aan hun samenwerking (zoals een concrete invulling van het stappenplan[_e40c8dd2-b620-4e62-936c-ef0311811184], zie rov. 4.24 e.v.). Partijen werkten immers al jaren met elkaar samen en waren gewoon hun samenwerking regelmatig te herzien, zowel in de jaarafspraken als daarbuiten (zie r.o. 15 hiervoor). Partijen dienden de gemaakte afspraken uit te voeren met inachtneming van de tussen hen gegroeide gewoonten en overigens met inachtneming van de eisen van redelijkheid en billijkheid (art. 6:248 BW).

(…)

Toerekenbare tekortkoming Mediamarkt

24. De rechtbank heeft als volgt geoordeeld. De tekortkoming in de nakoming van de gemaakte afspraken bestaat eruit dat Mediamarkt heeft geweigerd de overeengekomen taakverdeling tussen Mondeno en HAMA - bijvoorbeeld met het schappenplan – te implementeren en in plaats daarvan de afspraken abrupt heeft beëindigd. Dat Mediamarkt in de periode daarna nog wel in geringe omvang goederen heeft afgenomen van Mondeno doet daaraan niet af. Door deze afname is de schade van Mondeno hooguit iets lager gebleven.

25. Het hof deelt dit oordeel van de rechtbank en de gronden waarop het berust. Daarbij is ook nog van belang dat tussen partijen vaststaat dat Mediamarkt in november 2020 aan Mondeno heeft meegedeeld dat HAMA het aanvankelijk aan Mondeno toegekende deel gegund heeft gekregen (zie r.o. 4.32 hiervoor). Hiermee staat vast dat Mediamarkt (ook naar eigen zeggen) de overeengekomen taakverdeling tussen Mondeno en HAMA heeft geschonden, wat dus een tekortkoming impliceert.

Daarnaast heeft Mediamarkt ook de stelling van Mondeno niet weersproken dat HAMA de aan Mondeno toegekende schappen daadwerkelijk heeft volgehangen met HAMA artikelen. Ook hieruit blijkt dat Mediamarkt zich niet aan de met Mondeno gemaakte afspraken heeft gehouden en toerekenbaar tekortgeschoten is.”

3.9.

Op 29 november 2024 heeft Mondeno Media Markt gesommeerd tot betaling van € 3.378.987,00 te vermeerderen met de wettelijke handelsrente. Dit bedrag is gebaseerd op het uitgangspunt dat partijen een distributieovereenkomst sloten voor een periode van in beginsel drie jaar vanaf april 2020. Media Markt is niet tot betaling overgegaan.

4 Het geschil

4.1.

Mondeno vordert - na eiswijziging - Media Markt, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, te veroordelen tot:

I. de door Mondeno geleden schade inclusief de wettelijke rente tot en met 31 juli 2026, vast te stellen op het uit de schadestaat en renteberekening volgende totale bedrag van € 3.246.414,00, althans op zodanig bedrag als de rechtbank in goede justitie zal menen te behoren, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 augustus 2026 tot en met de dag van algehele betaling;

II. Mediamarkt te veroordelen tot betaling van de kosten van dit geding, te vermeerderen met de nakosten ten belope van € 131,00, een en ander te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van het vonnis, en - voor het geval voldoening van de (na-) kosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt - te vermeerderen met de wettelijke rente over de (na)kosten te rekenen vanaf bedoelde termijn voor voldoening.

4.2.

Media Markt voert verweer. Media Markt concludeert tot afwijzing van de vorderingen van Mondeno, althans tot het op nihil vast stellen van de door Mondeno geleden schade, althans de omvang van deze schade in goede justitie te bepalen, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van Mondeno in de kosten van deze procedure, te vermeerderen met wettelijke rente.

4.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

5 De beoordeling

Tekortkoming Media Markt staat vast

5.1.

Het arrest van het hof van 27 augustus 2024 (hierna: het arrest) heeft bindende kracht tussen Mondeno en Media Markt, nu Mondeno noch Media Markt beroep in cassatie heeft ingesteld tegen het arrest (artikel 236 Rv). Het staat dan ook vast dat Mondeno en Media Markt zijn overeengekomen dat Mondeno vanaf in beginsel maart/april 2020 gedurende een langere termijn kabels in een aantal subcategorieën zou leveren aan alle vestigingen van Media Markt (r.o. 18 van het arrest). Ook staat met het arrest vast dat Media Markt toerekenbaar tekort is geschoten in de uitvoering van deze overeenkomst (r.o. 23 e.v. van het arrest). Media Markt is gehouden de schade van Mondeno als gevolg van deze tekortkoming te vergoeden.

Uitgangspunt bij het begroten van de schade

5.2.

Alleen de schade die in een voldoende causaal verband staat tot de tekortkoming in de nakoming komt voor vergoeding in aanmerking. Om de vergoedbare schade te begroten dient de hypothetische situatie waarin Mondeno zich zou hebben bevonden zonder de tekortkoming te worden vergeleken met de situatie waarin Mondeno zich daadwerkelijk bevindt.

5.3.

De omvang van de schade hangt in de eerste plaats af van periode gedurende welke partijen aan de overeenkomst uitvoering hadden gegeven in de hypothetische situatie dat Media Markt niet al voor aanvang in de uitvoering ervan was tekortgeschoten. Mondeno heeft gesteld dat uitgangspunt moet zijn de door het hof vastgestelde afspraak tot verlenging van de aangepaste distributieovereenkomst voor een periode van in beginsel drie jaar vanaf april 2020. Media Markt bestrijdt dit uitgangspunt. Zij heeft aangevoerd dat de overeenkomst opzegbaar was en ook daadwerkelijk door haar is opgezegd. De overeenkomst zou ook in de fictieve situatie, waarin de tekortkoming wordt weggedacht, een beperkte duur hebben gehad. In de schadebegroting dient uitsluitend de periode gelijk aan de opzegtermijn van drie maanden te worden betrokken, aldus Media Markt.

5.4.

De rechtbank leest in het arrest van het hof geen beslissing ten aanzien van de hypothetische situatie die de rechtbank in haar schadebegroting moet betrekken. Weliswaar heeft het hof vastgesteld dat de overeenkomst tussen Mondeno en Media Markt inhield dat Mondeno gedurende een langere termijn (van in beginsel drie jaar) aan alle vestigingen van Mediamarkt vanaf in beginsel maart/april 2020 producten zou leveren, maar ook dat het ging om een gewijzigde samenwerking onder de bestaande distributieovereenkomst, met dezelfde condities als het bestaande jaarcontract. Die condities zijn voor de beoordeling dus relevant.

Overeenkomst is opzegbaar

5.5.

Mondeno stelt dat de overeenkomst niet opzegbaar was, omdat partijen een overeenkomst voor bepaalde tijd aangingen. Media Markt voert aan dat de overeenkomst wel opzegbaar was, omdat partijen dit afspraken. De rechtbank oordeelt dat de overeenkomst tussen partijen opzegbaar was. De rechtbank licht dat hierna toe.

5.6.

Een duurovereenkomst is onder meer opzegbaar als partijen dit afspreken. Media Markt beroept zich op artikel 02 van de Algemene Bepalingen bij de Jaarafspraak voor Distributeurs (hierna de Algemene Bepalingen). Media Markt heeft onbetwist gesteld dat dit de voorwaarden zijn die ook als “General Terms and conditions 2017” worden aangeduid en waaruit hiervoor onder 3.6 is geciteerd. Mondeno heeft niet betwist dat de Algemene Bepalingen in de jaarovereenkomst 2020 van toepassing zijn verklaard en evenmin dat artikel 02 van de Algemene Bepalingen (ook) ziet op de in 2019 tussen partijen gemaakte afspraak over het leveren van kabels in bepaalde subcategorieën door Mondeno aan Media Markt. De rechtbank zal daar dan ook vanuit gaan.

5.7.

Anders dan Mondeno stelt, kunnen twee professionele partijen in algemene bepalingen overeenkomen dat een overeenkomst voor bepaalde tijd opzegbaar is en welke opzegtermijn daarbij in acht moet worden genomen. Dat over de algemene bepalingen niet is onderhandeld, maakt dit niet anders. Media Markt komt dan ook in beginsel een beroep toe op artikel 02 van de Algemene Bepalingen, hetgeen maakt dat de gewijzigde overeenkomst tussen Mondeno en Media Markt opzegbaar is.

MediaMarkt heeft overeenkomst in november 2020 opgezegd

5.8.

Media Markt stelt dat zij de overeenkomst in november 2020, althans in de maanden daarna heeft opgezegd. Mondeno betwist dat. De rechtbank oordeelt dat Media Markt de overeenkomst in november 2020 heeft opgezegd en legt dat hierna uit.

5.9.

Uit het arrest volgt dat Media Markt in november 2020 aan Mondeno heeft medegedeeld dat HAMA het aanvankelijk aan Mondeno toegekende deel gegund heeft gekregen (r.o. 25). Het bericht houdt onmiskenbaar in dat Media Markt geen uitvoering zal geven aan de overeenkomst. Dat staat gelijk aan opzegging. Dat de mededeling niet – zoals in artikel 02 Algemene Bepalingen voorgeschreven – per aangetekende brief is gedaan, doet hier niet aan af, omdat vaststaat dat de mededeling Mondeno heeft bereikt.

5.10.

Mondeno heeft aangevoerd dat de mededeling in november 2020 geen opzegging van de overeenkomst inhoudt, omdat Media Markt daarna nog kabels bij Mondeno is blijven bestellen. Dat doet er niet aan af dat de mededeling als een opzegging is aan te merken. Dat Media Markt na de mededeling nog kabels bij Mondeno heeft besteld, betekent immers niet dat Media Markt dat zou blijven doen. Daar ging Mondeno ook niet vanuit, zo blijkt uit de e-mail van [naam 5] van 7 december 2020 (productie G5). In die e-mail schrijft [naam 5] onder meer “In basis hebben jullie echter aangegeven de afspraken die wij gemaakt hebben (…) helaas niet te willen respecteren.” Daar komt bij dat nu Media Markt vanaf januari 2021 nauwelijks meer kabels heeft besteld bij Mondeno, ook haar gedrag erop wijst dat zij de overeenkomst had opgezegd.

Beroep op opzegtermijn van drie maanden is naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar

5.11.

Nu vaststaat dat de overeenkomst opzegbaar is en is opgezegd, komt aan de orde of daarbij een opzegtermijn in acht moest worden genomen, en zo ja welke. Media Markt doet een beroep op de opzegtermijn van drie maanden in artikel 02 van de Algemene Bepalingen. Mondeno voert aan dat het in strijd is met de redelijkheid en billijkheid dat Media Markt zich op (de opzegtermijn in) artikel 02 van de Algemene Bepalingen beroept. De rechtbank merkt dit aan als een beroep van Mondeno op artikel 6:248 lid 2 BW, waarin staat dat een tussen partijen overeengekomen regel niet van toepassing is als dit in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is.

5.12.

De rechtbank oordeelt dat in de gegeven omstandigheden inderdaad naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat Media Markt de gewijzigde overeenkomst opzegt voordat daar uitvoering aan is gegeven en zich daarbij beroept op de contractuele opzegtermijn van drie maanden.

5.13.

De rechtbank acht daarbij de volgende omstandigheden van belang:

  • Partijen deden ten tijde van de opzegging 21 jaar zaken met elkaar;
  • Partijen waren gewoon hun samenwerking regelmatig (jaarlijks) te herzien, zowel in de jaarafspraken als daarbuiten, zonder dat dit tot beëindiging van de samenwerking leidde;
  • De opzegtermijn staat in algemene voorwaarden en er is niet over onderhandeld;
  • Media Markt was een belangrijke klant voor Mondeno; met de merken Vivanco en Deltac was Media Markt al vele jaren de grootste klant van Mondeno;
  • Mondeno was verplichtingen aangegaan – zoals de inhuur van personeel, de huur van magazijnruimte en het aanhouden van voorraad – om aan haar verplichtingen jegens Media Markt te kunnen voldoen;
  • In juli 2018 schreef Media Markt een tender uit voor de levering van kabels voor een periode van tenminste twee jaar, waarop Mondeno inschreef;
  • In oktober 2018 liet [naam 1] van Media Markt aan Mondeno weten akkoord te gaan met Mondeno’s voorstel, waarbij [naam 1] schreef: “Deze mail is dus een garantie van de continuering van onze samenwerking in de komende jaren.”;
  • In november 2018 wijzigde Media Markt van koers en trok zij de tender in;
  • Mondeno en Media Markt hebben daarna onderhandeld over een gewijzigde vorm van samenwerking voor langere termijn waarbij Mondeno minder producten zou leveren dan voorheen maar wel aan meer (alle) winkels van Media Markt;
  • [naam 2] van Media Markt heeft op 3 januari 2019 aan Mondeno laten weten dat Mondeno na centralisatie van de inkoop een belangrijk aandeel had in het segment kabels;
  • Partijen bereikten overeenstemming over het leveren van specifieke producten tegen bepaalde prijzen en kosten gedurende een langere termijn van in beginsel drie jaar;
  • Partijen kwamen in september 2019 overeen dat de implementatie in maart/april 2020 zou zijn, waarna Mondeno – naar Media Markt wist - aan de slag is gegaan om tot implementatie over te kunnen gaan;
  • Implementatie in maart/april 2020 is door omstandigheden buiten de invloed van Mondeno (de coronacrisis) niet gelukt;
  • Partijen tekenden op 29 september 2020 de jaarafspraak 2020, welk contract inhoudelijk nagenoeg identiek was aan de jaarafspraken 2019 en 2018 en daarom door Mondeno als bestendiging van de distributierelatie beschouwd mocht worden;
  • In november 2020 heeft Media Markt aan Mondeno abrupt laten weten de in 2019 gemaakte afspraken over de gewijzigde samenwerking niet na te komen en de kabels die Mondeno zou leveren bij HAMA in te kopen; zij wijzigde dus opnieuw haar koers;
  • Media Markt heeft gesteld dat HAMA “een beter productaanbod en betere samenwerkingsvoorwaarden bood”, wat zij niet nader concretiseert en wat overkomt als een zwaarwegende opzeggingsgrond.

De eisen van redelijkheid en billijkheid brengen met zich mee dat MediaMarkt een opzegtermijn van 12 maanden in acht had moeten nemen

5.14.

Het voorgaande heeft tot gevolg dat er een leemte is ontstaan in de overeenkomst tussen Mondeno en Media Markt. Partijen maakten weliswaar afspraken over de opzegging van hun distributierelatie, maar zij kunnen zich niet beroepen op de daarbij overeen gekomen opzegtermijn van drie maanden. Dit heeft tot gevolg dat aan de hand van de maatstaf van artikel 6:248 lid 1 BW, de aanvullende werking van redelijkheid en billijkheid, moet worden beoordeeld welke opzeggingstermijn Media Markt in acht had moeten nemen. De factoren die een rol kunnen spelen bij het bepalen van de lengte van de opzegtermijn zijn: de wederzijdse belangen, aard en gewicht van de reden(en) voor opzegging, de duur van de overeenkomst, de mate waarin de opzegtermijn de mogelijkheid biedt om te anticiperen op opzegging, de afhankelijkheid van de wederpartij van de overeenkomst en de verrichte investeringen en terugverdientijd.

5.15.

De reden voor Media Markt om de overeenkomst te beëindigen, was kennelijk gelegen in commerciële afwegingen, niet in klachten over het functioneren van Mondeno. Bedrijfseconomische redenen voor opzegging zijn in beginsel valide, maar maken wel dat Media Markt bij de opzegging rekening moet houden met de gerechtvaardigde belangen van Mondeno. Media Markt was een belangrijke klant voor Mondeno en partijen deden al 21 jaar zaken met elkaar, waarbij Mondeno wekelijks de schappen van de winkels van Media Markt bevoorraadde. Om dit te kunnen doen, hield Mondeno een voorraad van twee tot drie maanden aan van de producten die zij aan Media Markt leverde en hield Mondeno daartoe magazijnruimte aan. Ook had Mondeno personeel in dienst om de overeenkomst met Media Markt na te kunnen komen, zowel personeel dat de winkels van Media Markt bevoorraadde, als personeel in het magazijn en op de administratie van Mondeno. Verder is relevant dat Media Markt in oktober 2018 aan Mondeno heeft laten weten akkoord te gaan met een lange termijn samenwerking en in januari 2019 heeft laten weten dat Mondeno na centralisatie van de inkoop een belangrijk aandeel had in het segment kabels. Uit de correspondentie blijkt dat Mondeno uitging van een samenwerking van in ieder geval twee jaar na implementatie van de nieuwe afspraken (zie de e-mail van [naam 5] van Mondeno van 7 december 2020, productie G5). De nieuwe afspraken waren ten tijde van de opzegging door Media Markt nog niet geïmplementeerd, maar Mondeno had wel voorbereidingen getroffen om tot implementatie over te kunnen gaan (zie de e-mail van [naam 5] van 20 april 2020 als geciteerd in r.o. 4.30 van het arrest).

5.16.

Al deze omstandigheden tezamen maken dat de rechtbank oordeelt dat de eisen van redelijkheid en billijkheid meebrengen dat Media Markt een opzegtermijn van 12 maanden in acht had moeten nemen.

5.17.

Media Markt heeft aangevoerd dat Mondeno in de eerdere procedure het standpunt heeft ingenomen dat een opzegtermijn van zes maanden is aan te merken als een redelijke opzegtermijn, hetgeen ook heeft te gelden in deze procedure. Dit betekent, aldus Media Markt, dat een redelijke opzegtermijn niet langer kan zijn dan zes maanden. Dit berust echter op een onjuiste uitleg van de stellingen van Mondeno in de eerdere procedure. Mondeno vorderde in die procedure de brutomarge over een periode van zes maanden in verband met de overgangsperiode van de oude naar de nieuwe overeenkomst en een compensatie voor de winstderving voor de looptijd van de nieuwe overeenkomst. De stellingen van Mondeno in de eerdere procedure staan dan ook niet in de weg aan het aannemen van een opzegtermijn langer dan zes maanden.

5.18.

Dat het hof in het arrest wettelijke rente over de schade van Mondeno heeft toegewezen vanaf 9 juli 2021 betekent, anders dan Media Markt stelt, niet dat de schade na die datum niet kan zijn toegenomen. Het betekent alleen dat Media Markt naar het oordeel van het hof op 9 juli 2021 in verzuim was (r.o. 4.13 van het arrest).

Hoogte schadevergoeding is gemiste marge over periode december 2020-november 2021

5.19.

Het hof heeft het oordeel van de rechtbank bekrachtigd, dat de tekortkoming in de nakoming van de gemaakte afspraken eruit bestaat dat Media Markt de afspraken abrupt heeft beëindigd. De rechtbank vult dit thans zo in, dat Media Markt een opzegtermijn van 12 maanden in acht had moeten nemen en dat niet heeft gedaan. Media Markt heeft in november 2020 aan Mondeno bericht geen uitvoering te geven aan de overeenkomst. Omdat Media Markt niet heeft aangegeven op welke datum in november zij de overeenkomst met Mondeno heeft opgezegd, gaat de rechtbank ervan uit dat Media Markt de overeenkomst eind november 2020 heeft opgezegd. Zij had daarbij een opzegtermijn tot 1 december 2021 in acht moeten nemen.

5.20.

Anders dan Mondeno stelt, is Media Markt niet tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst met Mondeno, doordat zij niet al vanaf maart/april 2020 uitvoering heeft gegeven aan de nieuwe afspraken over hun samenwerking. Partijen hebben beiden ingestemd met het uitstel van de implementatie van de nieuwe afspraken. Mondeno heeft in april 2020 contact opgenomen met Media Markt over de implementatie van de nieuwe afspraken, maar daarbij niet aangegeven dat zij bezwaar had tegen de vertraging van de geplande implementatie. Mondeno heeft juist aangegeven de vertraging te begrijpen gelet op de coronacrisis. Of Mondeno in de periode tussen maart en (eind) november 2020 schade heeft geleden door het uitstel van de implementatie van de nieuwe afspraken kan daarom in het midden blijven.

In december 2020 geen marge misgelopen

5.21.

Na de opzegging heeft Media Markt in december 2020 nog kabels ingekocht bij Mondeno. Mondeno stelt dat deze inkopen lager waren dan zij waren geweest als partijen uitvoering hadden gegeven aan de gewijzigde overeenkomst. Media Markt betwist dat en voert aan dat doordat zij in december 2020 uitvoering heeft gegeven aan de oude overeenkomst tussen partijen, Mondeno geen schade heeft geleden over december 2020.

5.22.

De rechtbank volgt Media Markt hierin. Uit de door Media Markt overgelegde cijfers blijkt dat Media Markt in december 2020 voor een bedrag van € 214.607,-- (productie G17) bij Mondeno heeft ingekocht. Volgens Mondeno had Media Markt – de coronacrisis weggedacht – in december 2020 voor een bedrag van € 234.352,-- producten bij Mondeno moeten inkopen (productie E6). Mondeno heeft verder aangegeven uit te gaan van een negatieve invloed van de coronacrisis op de omzet van 7,5%. Als dit percentage wordt toegepast op het door Mondeno genoemde bedrag van € 234.352,--, zou de omzet over december 2020 volgens Mondeno € 216.775,60 hebben moeten bedragen. Dit komt min of meer overeen met het door Media Markt genoemde bedrag van € 214.607,-- aan inkopen bij Mondeno in december 2020.

5.23.

Dat de door Media Markt ingekochte producten deels afweken van de producten die Media Markt volgens de nieuwe afspraken had moeten inkopen, maakt niet dat Mondeno nettomarge mis is gelopen doordat de nieuwe afspraken in december 2020 niet zijn nagekomen. Mogelijk kennen de verschillende producten van Mondeno verschillende marges, maar Mondeno heeft niet concreet gesteld dat de producten die zij onder de gewijzigde afspraken zou gaan leveren aan Media Markt een hogere marge hebben dan de producten die zij onder de oude afspraken leverde.

Schade is gemiste nettomarge over periode januari-november 2021

5.24.

Uit het voorgaande volgt dat de schade van Mondeno als gevolg van de wanprestatie van Media Markt bestaat uit de gemiste nettomarge gedurende de maanden januari 2021 tot en met november 2021. De rechtbank ziet in de stellingen van partijen en overgelegde stukken voldoende aanknopingspunten om de schade van Mondeno te begroten op een bedrag van € 775.458,00. De rechtbank licht dit hierna toe.

Schadebegroting aan de hand van artikel 6:97 BW

5.25.

Om de gemiste nettomarge vast te stellen, moet – als gezegd – een vergelijking worden gemaakt tussen de hypothetische situatie waarin partijen in deze periode uitvoering hadden gegeven aan de nieuwe afspraken en de feitelijke situatie. Artikel 6:97 BW bepaalt dat de rechter de schade begroot op de wijze die het meest met de aard ervan in overeenstemming is. Kan de omvang van de schade niet nauwkeurig worden vastgesteld, dan wordt zij geschat. Inherent aan het maken van een vergelijking tussen een hypothetische en een werkelijke situatie is het doen van aannames. De hypothetische situatie heeft zich immers niet voorgedaan. Dat laat onverlet dat bij het bepalen van de hypothetische situatie zonder wanprestatie zoveel mogelijk aangeknoopt moet worden bij de beschikbare cijfers over de omzet en winstmarges.

5.26.

Mondeno heeft een berekening van haar gederfde nettomarge over de periode april 2020 tot april 2023 in het geding gebracht. Daaruit is te distilleren welk deel ziet op de periode januari tot en met november 2021. Mondeno heeft haar berekening gebaseerd op de historische gegevens van de verkopen van de kabels die onder de nieuwe afspraken door Mondeno aan Media Markt zouden worden geleverd. Daarbij heeft Mondeno een correctie (extrapolatie) toegepast voor het feit dat zij onder de nieuwe afspraken deze kabels aan meer winkels zou gaan leveren dan onder de oude afspraken. Over de op deze manier berekende hypothetische omzet heeft Mondeno haar nettomarge berekend, rekening houdend met kortingen, bonussen en andere condities uit het verleden.

5.27.

Media Markt heeft de juistheid van de berekening van Mondeno op onderdelen betwist. De stellingen die Media Markt hiertoe heeft aangevoerd, zal de rechtbank hierna bespreken.

Historische omzetcijfers Mondeno zijn uitgangspunt

5.28.

Omdat Media Markt de historische omzetcijfers van Mondeno op zichzelf niet betwist, zal de rechtbank van die cijfers uitgaan (artikel 149 Rv).

Geen afslag 30%

5.29.

De door Media Markt voorgestane afslag van 30% op de historische omzetcijfers past de rechtbank niet toe. Media Markt heeft ter onderbouwing hiervan aangevoerd dat de kabels die Mondeno in haar schadeberekening tot uitgangspunt neemt niet alle behoren tot het assortiment dat Mondeno onder de nieuwe afspraken aan Media Markt zou gaan leveren. Dit heeft Media Markt niet verder toegelicht, terwijl dit wel op haar weg had gelegen. De merken die Mondeno in haar berekening heeft betrokken, zijn de merken die onder de nieuwe afspraken aan Mondeno waren toegekend (productie E11). In de matrix waarin deze afspraken zijn vastgelegd, worden geen kabels van deze merken van het gamma van Mondeno uitgezonderd. De rechtbank begrijpt hieruit dat Mondeno alle kabels van deze merken die zij onder de oude afspraken aan Media Markt leverde ook onder de nieuwe afspraken aan Media Markt zou leveren, behalve kennelijk de ‘niet IT-kabels’ van Vivanco die Mondeno buiten de berekening heeft gelaten. Gelet hierop had het op de weg van Media Markt gelegen aan te geven welke kabels van de aan Mondeno toegekende merken Media Markt onder de oude afspraak wel bij Mondeno inkocht en onder de nieuwe afspraken niet. Dat heeft Media Markt niet gedaan. Daarmee heeft Media Markt de gemotiveerde stellingen van Mondeno over het assortiment dat zij onder de nieuwe afspraken aan Media Markt zou leveren onvoldoende gemotiveerd betwist. De rechtbank gaat daarom uit van de juistheid van de stelling van Mondeno dat de historische inkopen voor de kabels van de merken die aan Mondeno waren toegekend de basis kunnen vormen voor de schatting van de omzet in de hypothetische situatie zonder wanprestatie.

Lineaire extrapolatie

5.30.

Tussen partijen is niet in geschil dat Mondeno onder de nieuwe afspraken aanmerkelijk meer winkels zou gaan beleveren dan onder de oude afspraken. Voor één merk (Vivanco) werd het aantal winkels verdubbeld van 25 naar 50, voor een ander merk (Deltac) steeg het aantal winkels van 38 naar 50. Uitgaande van een historische omzet over 2020 van € 1.994.811,00 heeft Mondeno de omzet als gevolg van de uitbreiding van het aantal winkels door lineaire extrapolatie begroot op € 3.076.140,00.

5.31.

Partijen zijn het niet eens over de vraag wat de uitbreiding van het aantal winkels betekend zou hebben voor de omzet. De rechtbank acht de lineaire extrapolatie die Mondeno heeft gehanteerd, een begrijpelijke en inzichtelijke manier om de omzet onder de nieuwe afspraken te schatten. Voor zover Media Markt de juistheid van deze lineaire extrapolatie betwist op basis van de historische omzetverdeling tussen de winkels van Media Markt lag het op de weg van Media Markt om deze betwisting te onderbouwen. Dat heeft Media Markt niet gedaan. De productie waarop Media Markt zich in dit kader beroept (productie G14), is niet leesbaar. De toelichting die Media Markt in paragraaf 2.43 van haar conclusie van antwoord heeft gegeven, maakt evenmin inzichtelijk waarom de omzet niet lineair mag worden geëxtrapoleerd. Gelet hierop is van een gemotiveerde betwisting van de lineaire extrapolatie die Mondeno hanteert voor de berekening van de hypothetische situatie zonder wanprestatie, geen sprake. De rechtbank gaat daarom uit van deze lineaire extrapolatie van de omzet.

Geen verhoging door het vrijvallen van assortiment derde partijen

5.32.

Mondeno heeft de op deze wijze geëxtrapoleerde omzet van € 3.076.140,00 verhoogd met percentages tussen 0% en 15%, afhankelijk van het merk waarmee zij die omzet verwachtte te behalen. De reden voor deze verhoging is dat als gevolg van de “two supplier strategie” bepaalde producten van andere leveranciers dan Mondeno en HAMA vervangen zouden worden door vergelijkbare producten uit het assortiment van Mondeno. Dit zou omzetstijging tot gevolg hebben, aldus Mondeno. Media Markt heeft betwist dat het assortiment van Mondeno zou toenemen. Tegenover die betwisting heeft Mondeno haar stellingen op dit punt niet concreet gemaakt en niet onderbouwd, zodat de rechtbank deze verhoging niet toepast.

Daling omzet met 7,5% in 2021 door coronacrisis

5.33.

Mondeno heeft op de geëxtrapoleerde hypothetische omzet voor het jaar 2021, althans vanaf maart 2021, 7,5% in mindering gebracht in verband met de coronacrisis. Dit percentage is tot stand gekomen op basis van een vergelijking van de omzetcijfers in de jaarrekeningen van Media Markt over 2019/2020 en 2020/2021. Media Markt heeft niet betwist dat haar totale omzet over 2020/2021 ten opzichte van 2019/2020 inderdaad met 7,5% was gedaald.

5.34.

Media Markt voert aan dat de omzetdaling voor de producten die Mondeno aan Media Markt leverde hoger was dan 7,5%. Media Markt onderbouwt deze stelling onvoldoende, terwijl dit wel op haar weg lag. De omzetdaling op het product reisstekkers is niet noodzakelijkerwijs representatief voor het gehele assortiment van Mondeno. Daarbij is ook van belang dat Mondeno onbetwist heeft gesteld dat het aandeel reisstekkers in haar leveringen aan Media Markt beperkt was. De verkoop van reisstekkers werd door de coronacrisis sterk beïnvloed. Dat gold niet voor de andere producten van Mondeno. De omzetten geassocieerd met de verkoop van laptops, televisies en gameconsoles hadden onder de coronacrisis niet te lijden, zo stelt Mondeno. Die stelling is op zichzelf begrijpelijk. Gelet hierop had Media Markt haar stelling dat de omzet voor de producten die Mondeno leverde tijdens de coronacrisis sterker daalde dan gemiddeld nader moeten onderbouwen, bijvoorbeeld met historische omzetgegevens voor de productcategorieën die Mondeno aan haar leverde. Media Markt heeft enkel cijfers overgelegd over de verkopen van producten vergelijkbaar met het assortiment van Mondeno in eerste vier maanden van 2021 en heeft percentages genoemd van het deel van de kabels dat in die maanden online werd verkocht (producties G15 en G16). Deze cijfers zeggen echter onvoldoende over de omzet van deze producten in heel 2021 ten opzichte van 2020. Voor zover Media Markt in dit kader een beroep doet op productie G23, gaat de rechtbank hieraan voorbij, nu deze productie voor de rechtbank niet leesbaar is.

5.35.

De rechtbank gaat gelet op het voorgaande uit van een omzetdaling van 7,5% in 2021 door de coronacrisis.

Geen afnameverplichting, wel afspraak aanvulling schappen

5.36.

Media Markt heeft aangevoerd dat partijen geen minimale afnameverplichting overeen kwamen. Voor zover Media Markt hiermee bedoelt dat zij niet gehouden was gedurende de opzegtermijn producten van Mondeno af te nemen, volgt de rechtbank Media Markt hierin niet. Het hof heeft immers geoordeeld dat de afspraak tussen partijen weliswaar geen minimumafnameverplichting inhield, maar dat de bestellingen van Media Markt zouden zijn gericht op het aanvullen van de verkochte artikelen in haar winkels (r.o. 18.11 van het arrest).

Gederfde omzet

5.37.

Gelet op het voorgaande gaat de rechtbank bij haar begroting van de schade uit van de hypothetische omzetcijfers voor 2021 die Mondeno in haar schadeberekening heeft gehanteerd. Over het jaar 2021 komt Mondeno tot een bedrag van € 3.161.160,00 (productie E6). Omdat de rechtbank niet meegaat in de verhogingen voor vrijgevallen assortiment (zie hiervoor onder 5.32) wordt dit bedrag herberekend tot € 3.076.140,00. Daarop moet de omzetdaling van 7,5% als gevolg van de coronacrisis worden toegepast. Dat maakt dat de omzet in de hypothetische situatie zonder wanprestatie over 2021 € 2.845.430,00 zou bedragen.

5.38.

De omzet van de maand december 2021 moet op dit bedrag in mindering worden gebracht, omdat de overeenkomst in de hypothetische situatie per 30 november 2021 zou zijn geëindigd. Over het algemeen geldt dat de omzet in december gelet op de feestdagen bovengemiddeld is. Omdat de omzet in december 2019 ongeveer 10% was van de omzet in heel 2019 stelt de rechtbank de gemiste omzet over de maanden januari tot en met november 2021 op 90% van de jaaromzet over 2021. Dat brengt de hypothetische omzet over de maanden januari – november 2021 op een bedrag van € 2.560.887,00 (90% van € 2.845.430,00).

5.39.

Media Markt heeft na januari 2021 nog producten van Mondeno afgenomen. De hiermee gemoeide omzet moet in mindering worden gebracht op de hiervoor berekende gemiste omzet. Mondeno stelt dat Media Markt in 2021 voor een bedrag van € 64.980,00 bij haar kocht (paragraaf 33 dagvaarding). Dat relatief beperkte bedrag is, zonder nadere toelichting die ontbreekt, niet te rijmen met het bedrag van € 2.178.488,00 over de periode april 2020 tot maart 2023 dat Mondeno in haar schadestaat heeft opgenomen aan inkopen van Media Markt in deze periode. Ook niet als er rekening mee wordt gehouden dat een groot deel van dit bedrag ziet op de periode april 2020 tot en met december 2020.

5.40.

Uit het overzicht van Media Markt (productie E17) blijkt dat Media Markt uitgaat van een afname in de periode januari tot en met november 2021 bij Mondeno voor een bedrag van € 133.030,00 (€ 146.810,00 - € 13.780,00; productie G17). De rechtbank gaat gelet op de discrepanties tussen de bedragen die Mondeno in de dagvaarding en in de schadestaat noemt, uit van het door Media Markt genoemde bedrag.

5.41.

De gemiste omzet van Mondeno als gevolg van de wanprestatie van Media Markt begroot de rechtbank hiermee op € 2.427.587,00 (€ 2.560.887,00 -/- € 133.030,00).

Nettomarge

5.42.

Vervolgens moet de gemiste nettomarge worden bepaald. Mondeno heeft in haar schadeberekening gerekend met een gemiddelde netto marge van 33,96% over de jaren 2020-2022, zo blijkt uit productie E6 (€ 2.605.491,00/€ 7.671.944,00). Media Markt gaat uit van een bruto marge van 47,23%, welke marge zij corrigeert met de kortingen van 33,3% en 5% retouren. De facto komt de netto marge waar Media Markt vanuit gaat, daarmee op 29,93%.

5.43.

De rechtbank kan de juistheid van de stellingen van Mondeno en Media Markt over de netto marge van Mondeno niet controleren. De stellingen van partijen ontlopen elkaar echter niet veel. De rechtbank zal daarom uitgaan van een netto marge die het gemiddelde is van de netto marges waarmee Mondeno en Media Markt rekenen. Dat is 31,94%.

Schade

5.44.

De rechtbank begroot de schade van Mondeno als gevolg van de wanprestatie van Media Markt daarmee op een bedrag van € 775.458,00 (31,94% van € 2.427.587,00).

Geen schending schadebeperkingsplicht

5.45.

Het beroep van MediaMarkt op de schadebeperkingsplicht van Mondeno verwerpt de rechtbank. Mondeno heeft onbetwist gesteld dat de voorraad kabels die zij voor Media Markt aanhield onverkoopbaar was, althans niet met winst verkoopbaar. Nu Mondeno in haar schadeberekening uitgaat van de gemiste nettomarge, heeft de restwaarde van de voorraden voor zover deze gelijk is aan of lager is dan de inkoopwaarde geen invloed op de omvang van de schade van Mondeno. Dat uit de jaarrekeningen van Mondeno blijkt dat haar voorraden zijn afgenomen, maakt dit niet anders. Afname van de voorraad hoeft niet het gevolg te zijn van verkoop van de voorraad met winst.

Rente

5.46.

Mondeno vordert wettelijke rente over haar schade vanaf 9 juli 2021. Rente kan niet eerder verschuldigd zijn dan vanaf het moment dat de schade is geleden. Voor die datum is een vordering immers niet opeisbaar en kan er geen sprake zijn van verzuim. Dat het hof de rente toewijst vanaf de datum van de dagvaarding in de eerdere procedure tussen Mondeno en Media Markt maakt dit niet anders.

5.47.

Mondeno lijdt schade over de periode januari tot en met november 2021. De rechtbank zal daarom de wettelijke rente toewijzen vanaf 1 december 2021. Op die datum was de vordering in elk geval opeisbaar. Een meer fijnmazige benadering zou denkbaar zijn, maar gegeven de onzekerheid waarmee een schadebegroting als deze al gepaard gaat, acht de rechtbank deze benadering aanvaardbaar.

5.48.

Media Markt heeft nog aangevoerd dat Mondeno de vertragingsschade aan zichzelf te wijten heeft, doordat zij de schadestaatprocedure heeft ingeleid 16 maanden na het arrest van het hof en zij verzoekt de rechtbank om hiermee rekening te houden. De rechtbank ziet geen grond om de rente te matigen of om Mondeno een deel van de vertragingsschade zelf te laten dragen. Een periode van 16 maanden is niet onevenredig lang om de schade te begroten en de mogelijkheden van een minnelijke regeling te onderzoeken. Bovendien had Media Markt de verschuldigde wettelijke rente kunnen beperken door buiten een procedure om over te gaan tot vergoeding van (een deel van) de schade van Mondeno.

Uitvoerbaar bij voorraad

5.49.

De rechtbank zal het vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaren. Dat Media Markt mogelijk in hoger beroep zal willen gaan en Mondeno in afwachting van de uitkomst van het hoger beroep het vonnis mogelijk wil executeren in welk geval er een restitutierisico is, is onvoldoende reden om het vonnis niet uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

Proceskostenveroordeling

5.50.

Media Markt is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Mondeno worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding€151,94
- griffierecht€10.487,00
- salaris advocaat€9.262,00(2 punten × € 4.631,--)
- nakosten€189,00(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal€20.089,94
5.51.

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

6 De beslissing

De rechtbank

6.1.

veroordeelt Media Markt tot betaling aan Mondeno van een schadevergoeding van € 775.458,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 1 december 2021 tot de dag van volledige betaling,

6.2.

veroordeelt Media Markt in de proceskosten van € 20.089,94, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als Media Markt niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

6.3.

veroordeelt Media Markt tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,

6.4.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

6.5.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. B.J.M.P. Cremers, mr. P.D. Olden en mr. K. Baetsen en in het openbaar uitgesproken op 21 oktober 2026. 3979; 3669; 1918

Voetnoten

  1. Bedoeld zal zijn: “schappenplan”, waarin staat hoe de schappen op het assortiment worden toegesneden.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.