Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Rotterdam, 25 september 2026

ECLI:NL:RBROT:2026:14619Zaaknummer C/10/717836 / FA RK 26-2826

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
25 september 2026
Publicatiedatum
27 oktober 2026
Zaaknummer
C/10/717836 / FA RK 26-2826
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Beschikking
Zittingsplaats
Rotterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Gezagsbeeindiging ouders.

De rechtbank:

6.1.

beëindigt het ouderlijk gezag van [naam vader], geboren op [geboortedatum 2] 1992 in [geboorteplaats 2], [geboorteland], en [naam moeder], geboren op [geboortedatum 3] 1991 in [geboorteplaats 2], [geboorteland], over [minderjarige], geboren op [geboortedatum 1] 2024 in [geboorteplaats 1];

6.2.

benoemt de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, gevestigd in Amsterdam, tot voogd over genoemde minderjarige;

6.3.

bepaalt dat de ouders rekening en verantwoording moeten afleggen over het door hen gevoerde bewind over het vermogen van genoemde minderjarige;

6.4.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. W.J. Loorbach, mr. K.T.F. Chocolaad - de Bos en mr. L.L.H. Roebroek, kinderrechters, en in het openbaar uitgesproken op 25 september 2026, in aanwezigheid van D. van der Aa als griffier.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verloop van de procedure
  2. 2 De feiten
  3. 3 Het verzoek
  4. 4 De standpunten
  5. 5 De beoordeling
  6. 6 De beslissing

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd

Meervoudige kamer

Zaaknummer: C/10/717836 / FA RK 26-2826

Datum uitspraak: 25 september 2026

Beschikking van de meervoudige kamer over de gezagsbeëindiging

in de zaak van

de Raad voor de Kinderbescherming regio Rotterdam-Dordrecht,

gevestigd te Rotterdam,

hierna te noemen de Raad,

over

[minderjarige], geboren op [geboortedatum 1] 2024 in [geboorteplaats 1],

hierna te noemen [roepnaam minderjarige].

De rechtbank merkt als belanghebbenden aan:

[naam moeder],

hierna te noemen de moeder,

wonende in [woonplaats 1],

advocaat mr. S. Kara, kantoorhoudende in Rotterdam,

[naam vader],

hierna te noemen de vader,

wonende in [woonplaats 2],

advocaat mr. S. Kara, kantoorhoudende in Rotterdam,

[pleegvader] en [pleegmoeder],

hierna te noemen de pleegouders,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering,

gevestigd te Amsterdam,

hierna te noemen: de GI.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

  • het verzoekschrift met bijlagen van de Raad van 7 april 2026, ontvangen op 8 april 2026;
  • de verklaring van de moeder die namens haar door de advocaat tijdens de zitting is voorgelezen.
1.2.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 8 september 2026. Daarbij waren aanwezig:

  • de vader en de advocaat van de ouders;
  • de pleegouders;

- een vertegenwoordiger van de Raad, te weten [persoon A];

- een vertegenwoordiger van de GI, te weten [persoon B].

1.3.

Aangezien de vader de Nederlandse taal niet of onvoldoende machtig is, maar wel de taal Karen (Myamar), heeft de rechtbank het verhoor doen plaatsvinden met bijstand van D. Mu, tolk in de taal Karen (Myamar).

De tolk heeft, alvorens haar taak aan te vangen, op de bij wet voorgeschreven wijze, de belofte afgelegd dat zij haar taak naar haar geweten zal vervullen.

1.4

De moeder is niet verschenen. De rechtbank stelt vast dat de moeder wel juist is opgeroepen. De advocaat heeft namens de moeder toegelicht waarom zij niet naar de zitting is gekomen.

2 De feiten

2.1.

De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [roepnaam minderjarige].

2.2.

Sinds 31 juli 2024 staat [roepnaam minderjarige] onder toezicht van de GI en is zij uit huis geplaatst. Sinds 11 september 2024 verblijft [roepnaam minderjarige] bij het huidige perspectiefbiedende pleeggezin.

2.3.

Bij brief van 16 juli 2026 heeft de GI zich bereid verklaard om de voogdij te aanvaarden.

2.4.

Bij beschikking van 13 oktober 2025 is de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van [roepnaam minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg verlengd tot 29 oktober 2026.

3 Het verzoek

3.1.

De Raad verzoekt het gezag van de ouders te beëindigen en de GI tot voogd over [roepnaam minderjarige] te benoemen en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4 De standpunten

4.1.

De Raad heeft ter zitting het verzoek gehandhaafd en als volgt nader toegelicht.

Bij [roepnaam minderjarige] is sprake van een ernstige ontwikkelingsbedreiging. De ouders zijn niet in staat om de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding van [roepnaam minderjarige] te dragen. Voor haar geboorte is [roepnaam minderjarige] geconfronteerd met forse instabiliteit, huiselijk geweld tussen de ouders en het alcoholgebruik van de moeder. Na de geboorte is [roepnaam minderjarige] uit huis geplaatst. De GI heeft hulpverlening ingezet gericht op het verminderen van de zorgen en op de opvoedvaardigheden van de ouders. De vader heeft geen hulpverlening geaccepteerd voor emotieregulatie en heeft onvoldoende inzicht getoond in de problemen. De moeder accepteert begeleiding, maar blijft kampen met ernstige persoonlijke problematiek. Zij is afhankelijk van ondersteuning. Ondanks de hulpverlening is de opvoedsituatie onvoldoende verbeterd. De samenwerking tussen de ouders verloopt wisselend. De ouders zijn onvoldoende in staat om zelfstandig invulling te geven aan het gezag. De ouders hebben moeite om het perspectief te accepteren. Momenteel heeft de moeder geen contact met [roepnaam minderjarige]. De omgang is naar aanleiding van het alcoholgebruik door de moeder in mei 2026 stopgezet. Vorige week is de vader tijdens de omgang niet verschenen. Een gezagsbeëindiging is noodzakelijk. De GI moet worden belast met de voogdij om als een neutrale partij ervoor te zorgen dat er geen wrijving ontstaat tussen de ouders en de pleegouders als de ouders niet achter beslissingen staan.

4.2.

De GI heeft ter zitting het verzoek van de Raad ondersteund en het volgende meegedeeld. Tot een bepaald moment tijdens de zwangerschap van [roepnaam minderjarige] heeft de moeder fors alcohol gedronken. Een opname van de moeder bij Antes is gestopt. De vader bestrijdt dat sprake is geweest van huiselijk geweld, maar de moeder en de andere kinderen bevestigen die zorgen. [roepnaam minderjarige] heeft veel medisch zorg nodig. Zij heeft vaak last van allergische reacties, waarvoor zij onderzoeken in het ziekenhuis moet ondergaan. [roepnaam minderjarige] is veilig gehecht, vooral aan de pleegmoeder. De pleegouders zijn betrokken en de bezoeken kunnen bij hen thuis plaatsvinden. Tijdens de bezoeken ontvangt de vader tips van de begeleiding en zoekt hij contact met [roepnaam minderjarige]. Tijdens de bezoeken wilde de moeder geen contact met [roepnaam minderjarige] maken. Er is sprake van onvoldoende betrokkenheid. De moeder heeft een forse terugval in haar alcoholgebruik. Daarom is de omgang tussen de moeder en [roepnaam minderjarige] een aantal maanden geleden stopgezet.

De GI heeft moeite gehad om een identiteitsbewijs voor [roepnaam minderjarige] te regelen, omdat de moeder de informatie vanuit de IND pas laat heeft doorgegeven.

De jaarlijkse zittingen veroorzaken stress bij de moeder. De ouders hebben veel weerstand tegen het perspectiefbesluit gehad en willen dat [roepnaam minderjarige] weer bij hen thuis komt wonen. Indien het gezag wordt beëindigd is het advies om de GI met de voogdij te belasten.

4.3.

Namens de ouders heeft hun advocaat verzocht om het verzoek af te wijzen en heeft zij het volgende aangevoerd. Er is veel hulpverlening ingezet. Het is echter de vraag of de ingezette hulpverlening gelet op de taalbarrière en de cultuur wel voor de ouders passend is geweest.

De ouders willen het gezag behouden en kunnen hun rol vervullen. Er is niet aangevoerd dat de ouders te laat hun toestemming hebben verleend voor de medische zorg van [roepnaam minderjarige]. Met betrekking tot de verblijfsvergunning is er vanwege de taalbarrière miscommunicatie geweest. De moeder is welwillend en zij heeft het formulier van de IND gewoon aan de GI gegeven. Zij is in staat als gezaghebbende ouder te handelen. De vader accepteert hulpverlening. De moeder kan het niet meer aan om naar de zittingen bij de rechtbank en de bezoeken met [roepnaam minderjarige] te komen. Dat wil echter niet zeggen dat zij het gezag over [roepnaam minderjarige] niet meer wil. De ouders zien in en kunnen erin berusten dat [roepnaam minderjarige] niet meer thuis komt wonen. Momenteel is een gezagsbeëindiging van de ouders niet nodig. In de beleving van de ouders kunnen zij geen ouders meer zijn als hun gezag wordt beëindigd.

4.4.

De pleegmoeder heeft ter zitting het volgende verklaard. [roepnaam minderjarige] heeft veel zorg en liefde nodig. De pleegouders willen haar dat bieden. [roepnaam minderjarige] is erg gehecht aan het pleeggezin. De vader kan aansluiten bij het niveau van [roepnaam minderjarige]. Dat lukt de moeder minder. De pleegmoeder mist wel betrokkenheid van de ouders bij [roepnaam minderjarige]. Zo vragen zij niet hoe het met [roepnaam minderjarige] gaat, ook niet na een ziekenhuisopname. Het is jammer dat de bezoeken tussen [roepnaam minderjarige] en de moeder zijn gestopt. De pleegmoeder hoopt dat deze situatie doorbroken kan worden, dat de moeder aan haar problematiek gaat werken en dat zij weer met de pleegouders kan gaan samenwerken. De pleegouders willen graag met de ouders samenwerken, in de toekomst de voogdij over [roepnaam minderjarige] krijgen en een goede relatie met de ouders houden. Er moet duidelijkheid komen voor [roepnaam minderjarige] zodat zij in een veilige omgeving kan opgroeien.

4.5.

De pleegvader heeft ter zitting heeft verklaard dat het pleeggezin heel veel liefde heeft voor [roepnaam minderjarige] en dat zij gehecht zijn aan haar.

5 De beoordeling

5.1.

De rechtbank is van oordeel dat aan de wettelijke vereisten voor beëindiging van het gezag van de ouders is voldaan en zal het verzoek toewijzen. De rechtbank legt hierna uit waarom.

5.2.

Het doel van een kinderbeschermingsmaatregel, zoals de beëindiging van het gezag, is de ontwikkelingsbedreiging van de minderjarige weg te nemen als de ouders daartoe niet in staat zijn. Het gevolg van het beëindigen van het gezag moet in een redelijke verhouding staan tot dat doel. Als de ontwikkelingsbedreiging van de minderjarige kan worden weggenomen met een lichtere maatregel dan gezagsbeëindiging, dan beëindigt de rechtbank het gezag niet. Omdat beëindiging van het gezag ingrijpt in het privé- en gezinsleven van de ouders en de minderjarige beoordeelt de rechtbank ook of de maatregel niet onnodig ingrijpend is. De belangen van de minderjarige staan voor de rechtbank bij haar beslissing voorop. De rechtbank weegt deze belangen zorgvuldig af tegen de belangen van de ouders.[_769db4cb-281d-4d8c-924f-7ab9c0236081]

5.3.

Op grond van de stukken en de behandeling ter zitting wordt naar het oordeel van de rechtbank de ontwikkeling van [roepnaam minderjarige] ernstig bedreigd en kunnen de ouders de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding van [roepnaam minderjarige] niet binnen een aanvaardbare termijn dragen.[_c1d89a92-6f67-49bd-9bf5-7dad7361363b]

5.4.

Tijdens de zwangerschap van de moeder heeft [roepnaam minderjarige] te maken gehad met huiselijk geweld tussen de ouders. Na haar geboorte op 7 augustus 2024 heeft [roepnaam minderjarige] een moeilijke start gehad, mogelijk door het alcoholgebruik van de moeder tijdens de zwangerschap. Zo is [roepnaam minderjarige] bij de geboorte ondervoed geweest, heeft zij onrustige signalen laten zien en heeft zij zuurstof nodig gehad. Twee weken na de geboorte is [roepnaam minderjarige] vanuit het ziekenhuis in een crisispleeggezin geplaatst. Sinds 11 september 2024 verblijft zij in het huidige perspectiefbiedende pleeggezin.

5.5.

Al jarenlang zijn er forse zorgen over de persoonlijke problematiek van de ouders, het huiselijk geweld tussen hen en het alcoholgebruik van de moeder. De vader is strafrechtelijk veroordeeld voor een heftig huiselijk geweldsincident naar de moeder toe dat op 23 augustus 2023 heeft plaatsgevonden. Vanwege haar persoonlijke problematiek woont de moeder sinds juni 2025 in een woonvoorziening van ASVZ. Zij is een kwetsbare vrouw. Ondanks een opname bij Antes voor haar alcoholverslaving is er bij de moeder nog steeds regelmatig sprake van terugval in alcoholgebruik. Daar komt bij dat Antes in 2022 bij de moeder een verstandelijke beperking heeft vastgesteld. Zij is onvoldoende weerbaar naar de vader toe en is beïnvloedbaar. Ondanks het huiselijk geweld blijven de ouders contact met elkaar hebben en elkaar bezoeken.

De vader heeft problemen met het reguleren van zijn emoties. Tijdens de zitting lijkt hij te bestrijden dat sprake is geweest van huiselijk geweld. Hulpverlening vanuit De Waag is niet van de grond gekomen, omdat de vader de zorgen onvoldoende (h)erkent. Pas na een veroordeling door de rechtbank vanwege het incident op 23 augustus 2023 heeft de vader in het kader van de opgelegde bijzondere voorwaarde een behandeling voor emotieregulatie bij Fivoor gevolgd en inmiddels bijna afgerond, aldus de GI.

5.6.

De relatie tussen [roepnaam minderjarige] en de ouders is complex. De moeder heeft moeite om contact met [roepnaam minderjarige] te maken en toont weinig initiatief tijdens de bezoeken. [roepnaam minderjarige] heeft moeite met het accepteren van knuffels van de moeder. Dit is pijnlijk voor de moeder. De vader heeft moeite om een band met [roepnaam minderjarige] op te bouwen. Hij heeft wel meer interactie dan de moeder. Na de bezoeken lijkt [roepnaam minderjarige] van slag te zijn en zoekt zij veel nabijheid bij de pleegouders. De ouders lijken met name bezig met hun eigen emoties en behoeftes en hebben onvoldoende oog voor de behoeftes van [roepnaam minderjarige] waardoor zij niet in staat zijn [roepnaam minderjarige] te bieden wat zij nodig heeft en op een passende manier af te stemmen. Vanwege haar alcoholmisbruik heeft de moeder momenteel geen omgang met [roepnaam minderjarige].

5.7.

Ondanks de inzet van ambulante hulpverlening, zoals praktische en opvoedondersteuning, in de afgelopen jaren is de opvoedsituatie onvoldoende verbeterd. Daar komt bij dat de toestemming van de ouders voor regelzaken ten behoeve van [roepnaam minderjarige] moeizaam van de grond komt en dat zij daarbij hulp en begeleiding nodig hebben. Zo heeft de moeder een bericht van de IND niet tijdig verstrekt waardoor [roepnaam minderjarige] een tijd niet over een identiteitsbewijs beschikte. De taalbarrière lijkt in de samenwerking met de GI en de hulpverlening mede een rol te spelen. Gelet op de complexe en langdurige problematiek is een overdracht naar het vrijwillig kader niet mogelijk.

5.8.

In januari 2025 heeft de GI een perspectiefbesluit genomen, waarbij is bepaald dat [roepnaam minderjarige] bij de pleegouders zal opgroeien. De ouders hebben moeite om het perspectief te accepteren en blijven hopen dat zij voor [roepnaam minderjarige] kunnen zorgen. [roepnaam minderjarige] heeft echter nooit bij de ouders gewoond. Mede door de spanningen rond de jaarlijkse verlenging van de kinderbeschermingsmaatregelen en zittingen laten de ouders belastend gedrag voor [roepnaam minderjarige] zien. Zo impliceert de moeder tijdens contactmomenten dat de pleegmoeder [roepnaam minderjarige] wil afpakken, om [roepnaam minderjarige] vervolgens te negeren. Ook heeft de moeder in haar door de advocaat voorgelezen verklaring aangegeven dat zij door de spanning en emoties het mentaal niet meer aankan om naar de rechtbank te komen.

De vader blijft uitgaan van een terugplaatsing en houdt vast aan deze verwachting. Dit brengt het risico met zich mee dat [roepnaam minderjarige] naarmate zij ouder wordt, belast zal worden met deze verwachtingen. Deze gedragingen veroorzaken onrust, spanning en onvoorspelbaarheid in het contact met [roepnaam minderjarige]. De huidige kinderbeschermingsmaatregelen zijn dan ook niet meer passende maatregelen.

5.10.

Gelet op al het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat het belang van [roepnaam minderjarige] bij continuïteit, duidelijkheid en rust in haar opvoedsituatie zwaarder weegt dan het belang van de ouders om hun gezag te behouden. De beslissing van de rechtbank heeft geen gevolgen voor de familieband die de ouders met [roepnaam minderjarige] hebben. De ouders zijn en blijven de ouders van [roepnaam minderjarige]. Daarbij gaat de rechtbank ervan uit dat de GI blijft investeren in het contact tussen de vader en [roepnaam minderjarige] en dat de GI blijft onderzoeken of en onder welke voorwaarden de omgang tussen de moeder en [roepnaam minderjarige] kan worden hervat. Door het beëindigen van het gezag van de ouders hoopt de rechtbank dat de moeder kan werken aan haar problematiek en de vader de situatie beter kan accepteren.

5.9.

Door de beëindiging van het gezag van de ouders is er niemand meer om gezagsbeslissingen over [roepnaam minderjarige] te nemen. De rechtbank benoemt daarom een voogd over [roepnaam minderjarige] die voortaan de gezagsbeslissingen neemt.[_e5db5743-4785-4249-b66c-23058ff1241c] De GI heeft verklaard dat te willen doen. De rechtbank is van oordeel dat de GI de voogdij moet krijgen. In dat verband overweegt de rechtbank dat zij het in belang acht van [roepnaam minderjarige] dat de GI wordt belast met de voogdij. Al jaren voert de GI de regie over de zorg voor de andere kinderen van de ouders en is op dit moment het beste in staat om in het belang van [roepnaam minderjarige] beslissingen te nemen. Wellicht kan de GI in de toekomst - als de samenwerking tussen de pleegouders en de ouders beter verloopt - onderzoeken of de voogdij bij de pleegouders kan worden belegd.

5.10.

De rechtbank zal bepalen dat de ouders aan de GI die tot voogd wordt benoemd rekening en verantwoording moeten afleggen over het door hen gevoerde bewind over het vermogen van [roepnaam minderjarige] .[_1bfbf8da-db76-49c1-89eb-0ad30c8d5bed] Dit betekent dat zij de GI op de hoogte moeten stellen van alle geldzaken die over [roepnaam minderjarige] gaan, zodat de GI vanaf nu voor [roepnaam minderjarige] de geldzaken kan regelen.

5.11.

De rechtbank verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6 De beslissing

De rechtbank:

6.1.

beëindigt het ouderlijk gezag van [naam vader], geboren op [geboortedatum 2] 1992 in [geboorteplaats 2], [geboorteland], en [naam moeder], geboren op [geboortedatum 3] 1991 in [geboorteplaats 2], [geboorteland], over [minderjarige], geboren op [geboortedatum 1] 2024 in [geboorteplaats 1];

6.2.

benoemt de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, gevestigd in Amsterdam, tot voogd over genoemde minderjarige;

6.3.

bepaalt dat de ouders rekening en verantwoording moeten afleggen over het door hen gevoerde bewind over het vermogen van genoemde minderjarige;

6.4.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. W.J. Loorbach, mr. K.T.F. Chocolaad - de Bos en mr. L.L.H. Roebroek, kinderrechters, en in het openbaar uitgesproken op 25 september 2026, in aanwezigheid van D. van der Aa als griffier.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

  1. Artikel 8 EVRM en artikel 3 IVRK.
  2. Artikel 1:266, eerste lid, onder a, BW.
  3. Artikel 1:275, eerste lid, BW.
  4. Artikel 1:276, eerste lid, BW.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.