Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Rotterdam, 25 september 2026

ECLI:NL:RBROT:2026:14618Zaaknummer C/10/717839 / FA RK 26-2827

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
25 september 2026
Publicatiedatum
27 oktober 2026
Zaaknummer
C/10/717839 / FA RK 26-2827
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Beschikking
Zittingsplaats
Rotterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Gezagsbeëindiging ouders. Toetsing noodzaak. Belangen kinderen wegen zwaarder.

De rechtbank:

6.1.

beëindigt het ouderlijk gezag van [naam vader], geboren op [geboortedatum 3] 1992 in [geboorteplaats 3], [geboorteland 2] en [naam moeder], geboren op [geboortedatum 4] 1991 in [geboorteplaats 3], [geboorteland 2], over [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2011 in [geboorteplaats 1], [geboorteland 1], en [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2015 in [geboorteplaats 2];

6.2.

benoemt de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, gevestigd in Amsterdam, tot voogd over genoemde minderjarigen;

6.3.

bepaalt dat de ouders rekening en verantwoording moeten afleggen over het door hen gevoerde bewind over het vermogen van genoemde minderjarigen;

6.4.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. W.J. Loorbach, mr. K.T.F. Chocolaad - de Bos en mr. L.L.H. Roebroek, kinderrechters, en in het openbaar uitgesproken op 25 september 2026, in aanwezigheid van D. van der Aa als griffier.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verloop van de procedure
  2. 2 De feiten
  3. 3 Het verzoek
  4. 4 De standpunten
  5. 5 De beoordeling
  6. 6 De beslissing

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd

Meervoudige kamer

Zaaknummer: C/10/717839 / FA RK 26-2827

Datum uitspraak: 25 september 2026

Beschikking van de meervoudige kamer over de gezagsbeëindiging

in de zaak van

de Raad voor de Kinderbescherming regio Rotterdam-Dordrecht,

gevestigd te Rotterdam,

hierna te noemen de Raad,

over

[minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2011 in [geboorteplaats 1], [geboorteland 1],

hierna te noemen [roepnaam minderjarige],

[minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2015 in [geboorteplaats 2],

hierna te noemen [voornaam minderjarige].

De rechtbank merkt als belanghebbenden aan:

[naam moeder],

hierna te noemen de moeder,

wonende in [woonplaats 1],

advocaat mr. S. Kara, kantoorhoudende in Rotterdam,

[naam vader],

hierna te noemen de vader,

wonende in [woonplaats 2],

advocaat mr. S. Kara, kantoorhoudende in Rotterdam,

[pleegmoeder] en [pleegvader],

hierna te noemen de pleegouders,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering,

gevestigd te Amsterdam,

hierna te noemen: de GI.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

  • het verzoekschrift met bijlagen van de Raad van 8 april 2026, ontvangen op 8 april 2026;
  • de brief van de pleegouders van 2 september 2026, ontvangen op 4 september 2026;
  • de verklaring van de moeder die namens haar door de advocaat tijdens de zitting is voorgelezen.
1.2.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 8 september 2026. Daarbij waren aanwezig:

- de vader en de advocaat van de ouders;

- een vertegenwoordiger van de Raad, te weten [persoon A];

- een vertegenwoordiger van de GI, te weten [persoon B].

1.3.

Aangezien de vader de Nederlandse taal niet of onvoldoende machtig is, maar wel de taal Karen (Myamar), heeft de rechtbank het verhoor doen plaatsvinden met bijstand van D. Mu, tolk in de taal Karen (Myamar).

De tolk heeft, alvorens haar taak aan te vangen, op de bij wet voorgeschreven wijze, de belofte afgelegd dat zij haar taak naar haar geweten zal vervullen.

1.4.

De moeder is niet verschenen. De rechtbank stelt vast dat de moeder wel juist is opgeroepen. De advocaat heeft namens de moeder toegelicht waarom zij niet naar de zitting is gekomen.

1.5.

De rechtbank heeft [roepnaam minderjarige] en [voornaam minderjarige] naar hun mening gevraagd. [roepnaam minderjarige] en [voornaam minderjarige] hebben hier geen gebruik van gemaakt.

2 De feiten

2.1.

De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [roepnaam minderjarige] en [voornaam minderjarige].

2.2.

Sinds 12 april 2021 staan [roepnaam minderjarige] en [voornaam minderjarige] onder toezicht van de GI. Bij beschikking van 26 augustus 2023 zijn [roepnaam minderjarige] en [voornaam minderjarige] uit huis geplaatst. En sinds 20 oktober 2023 verblijven zij in een perspectief biedend pleeggezin.

2.3.

Bij brief van 16 juli 2026 heeft de GI zich bereid verklaard om de voogdij te aanvaarden.

2.4.

Bij beschikking van 8 april 2026 is de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van [roepnaam minderjarige] en [voornaam minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg verlengd tot 12 april 2027.

3 Het verzoek

3.1.

De Raad verzoekt het gezag van de ouders te beëindigen en de GI tot voogd over [roepnaam minderjarige] en [voornaam minderjarige] te benoemen en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4 De standpunten

4.1.

De Raad heeft ter zitting het verzoek gehandhaafd en als volgt nader toegelicht.

Bij [roepnaam minderjarige] en [voornaam minderjarige] is sprake van een ernstig bedreigde ontwikkeling. De ouders zijn niet meer in staat om de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding van [roepnaam minderjarige] en [voornaam minderjarige] te dragen. [roepnaam minderjarige] en [voornaam minderjarige] zijn binnen de opvoedomgeving door de ouders geconfronteerd met forse instabiliteit en een gebrek aan emotionele steun en onveiligheid vanuit de ouders. Door de persoonlijke problematiek van de ouders en het huiselijk geweld tussen hen zijn [roepnaam minderjarige] en [voornaam minderjarige] jarenlang op elkaar aangewezen geweest en zijn zij fors tekort gekomen. De GI heeft hulpverlening ingezet op het verminderen van de zorgen en op de opvoedvaardigheden van de ouders. De vader heeft geen hulpverlening geaccepteerd gericht op het reguleren van zijn emoties en heeft onvoldoende inzicht getoond in de problemen. De moeder accepteert begeleiding, maar blijft kampen met ernstige persoonlijke problematiek. De ouders zijn afhankelijk van begeleiding en hulpverlening. Ondanks de hulpverlening is de opvoedsituatie onvoldoende verbeterd. Tijdens de bezoeken in het kader van de omgang kunnen de ouders onvoldoende aansluiten bij de behoeften van [roepnaam minderjarige] en [voornaam minderjarige]. De ouders tonen weinig interesse tijdens de omgang en zijn vooral op zichzelf gericht. De samenwerking tussen de ouders verloopt wisselend. [roepnaam minderjarige] en [voornaam minderjarige] ervaren spanningen voor de zittingen en hebben angst dat zij terug worden geplaatst bij de ouders. Momenteel heeft de moeder geen contact met [roepnaam minderjarige] en [voornaam minderjarige], omdat de moeder in mei 2026 tijdens een omgangsbezoek onder invloed van alcohol is geweest. Vorige week is de vader niet verschenen voor een bezoek met [roepnaam minderjarige] en [voornaam minderjarige]. De vader is boos en accepteert het perspectief van [roepnaam minderjarige] en [voornaam minderjarige] niet. De kinderen ervaren niet dat de ouders emotionele toestemming geven voor het opgroeien in het pleeggezin. Er is behoefte aan duidelijkheid. De ouders hebben hulpverlening nodig in het acceptatieproces. Een gezagsbeëindiging is noodzakelijk.

4.2.

De GI heeft ter zitting het verzoek van de Raad ondersteund en het volgende meegedeeld. [roepnaam minderjarige] en [voornaam minderjarige] zijn getuige geweest van fors huiselijk geweld gepleegd door de vader tegen de moeder. Bij de moeder is sprake van alcoholmisbruik. Vanwege de zorgen zijn [roepnaam minderjarige] en [voornaam minderjarige] uit huis geplaatst. De ouders hebben veel trauma’s en hebben behandeling nodig. De afgelopen zes jaren is er veel hulpverlening ingezet. Zo heeft de GI voor- en naschoolse opvang, opvoedondersteuning en praktische ondersteuning voor de ouders ingezet. Ook heeft de GI de afgelopen jaren aangegeven dat emotieregulatie voor de vader nodig is. Dit is pas van de grond gekomen nadat de vader in de strafzaak is veroordeeld. De vader heeft inmiddels de emotieregulatietherapie bij Fivoor bijna afgerond. De ouders hebben begeleiding van de jeugdbeschermer nodig bij het invullen van formulieren om hun toestemming voor regelzaken voor de kinderen te geven. De ouders zijn echter niet altijd telefonisch bereikbaar.

Tijdens de bezoeken met [roepnaam minderjarige] en [voornaam minderjarige] is de moeder een aantal keren onder invloed van alcohol verschenen. [roepnaam minderjarige] en [voornaam minderjarige] hebben dit gemerkt aan het gedrag van de moeder. De moeder wil geen behandeling meer voor haar problemen. Zij heeft pijn en verdriet dat [roepnaam minderjarige] en [voornaam minderjarige] niet meer terugkomen. De moeder heeft het contact met de GI verbroken. [roepnaam minderjarige] en [voornaam minderjarige] hebben minimaal telefonisch contact met de moeder. De moeder toont weinig tot geen interesse in hen. Tijdens het laatste bezoek is de vader niet verschenen en was hij onbereikbaar. Dit was een teleurstelling voor [roepnaam minderjarige] en [voornaam minderjarige]. De vader heeft aangegeven dat hij de locatie van het bezoek niet kon vinden.

[roepnaam minderjarige] en [voornaam minderjarige] zijn zich in het pleeggezin steeds meer aan het ontwikkelen. Het is voor hen belangrijk dat het perspectief duidelijk wordt. De jaarlijkse verlenging van de maatregelen veroorzaakt bij [roepnaam minderjarige] en [voornaam minderjarige] stress. Met name [roepnaam minderjarige] maakt zich zorgen of zij terug naar de ouders moet. Zij heeft veel behoefte aan duidelijkheid. [roepnaam minderjarige] heeft er moeite mee om de ouders te vertellen dat zij het in het pleeggezin goed heeft en dat bijvoorbeeld door de vader wordt gevraagd of zij niet terug wil naar de ouders. [voornaam minderjarige] kan benoemen dat zij en [roepnaam minderjarige] duidelijkheid willen en bij de pleegouders willen blijven wonen en dat zij hun ouders willen zien als het goed met hen gaat. Door hun uitspraken over een terugplaatsing belasten de ouders [roepnaam minderjarige] en [voornaam minderjarige]. Ondanks de perspectiefbepaling blijven de ouders uitstralen dat er hoop is op een terugplaatsing en dat is van invloed op hun eigen proces. Twee weken geleden heeft de vader tijdens een huisbezoek een boze indruk gemaakt, heeft hij opnieuw aangegeven dat hij de moeder nooit heeft mishandeld en dat hij het perspectief maar moet accepteren. Het perspectief lijkt dan ook nog onvoldoende geaccepteerd te worden door de ouders. Vanwege de zorgen is een overdracht aan het vrijwillig kader nog niet aan de orde. De gezagsbeëindiging is nodig. Als het gezag van de ouders wordt beëindigd, blijven de vader en de moeder de ouders van [roepnaam minderjarige] en [voornaam minderjarige] en zal de omgang niet worden verminderd. Het is van belang om de GI met de voogdij over [roepnaam minderjarige] en [voornaam minderjarige] te belasten.

4.3.

Namens de ouders heeft hun advocaat verzocht om het verzoek af te wijzen en heeft zij het volgende aangevoerd. Het is een schrijnende situatie. Door de taalbarrière bij de ouders lijkt er sprake te zijn van miscommunicatie en ruis tussen de ouders, de GI en de hulpverlening. Door de taalbarrière lukt het de ouders niet om naar hulpverleners te gaan om hun persoonlijke problematiek op te lossen. Er is geen sprake van onwil bij de ouders, maar van onmacht. Het is de vraag of er geen andere opties zijn om de ouders een kans te geven om hun ouderrol te laten vervullen. Zij proberen binnen hun mogelijkheden mee te werken. De vader vindt dat hij wordt neergezet als een boeman. Hij is bereid om te werken aan emotieregulatie. Dit is bij de veroordeling zelfs als een bijzondere voorwaarde aan de vader opgelegd. Er is ook geen sprake van overtreding van de bijzondere voorwaarden door de vader. De ouders lijken niet te begrijpen waarom zij een toestemmingsformulier moeten tekenen, maar zij verlenen wel hun toestemming. Daarbij hebben zij ook voldoende ondersteuning van hun betrokken netwerk. Zo is bij de moeder ASVZ betrokken en heeft de vader een ambulante begeleider. De vader ervaart dat hij bij een gezagsbeëindiging geen rol meer heeft als vader. De vader wil het liefst dat de kinderen naar huis komen. Met name de vader accepteert sinds kort het perspectief van de kinderen en dat zij niet meer naar de ouders terug kunnen. Het is dan ook de vraag of het gezag van de ouders moet worden beëindigd.

4.4.

De pleegouders hebben in hun brief van 2 september 2026 aangegeven dat zij het verzoek van de Raad ondersteunen en zij hebben toegelicht hoe het met [roepnaam minderjarige] en [voornaam minderjarige] gaat en hoe het contact met de ouders verloopt.

5 De beoordeling

5.1.

De rechtbank is van oordeel dat aan de wettelijke vereisten voor beëindiging van het gezag van de ouders is voldaan en zal het verzoek toewijzen. De rechtbank legt hierna uit waarom.

5.2.

Het doel van een kinderbeschermingsmaatregel, zoals de beëindiging van het gezag, is de ontwikkelingsbedreiging van de minderjarigen weg te nemen als de ouders daartoe niet in staat zijn. Het gevolg van het beëindigen van het gezag moet in een redelijke verhouding staan tot dat doel. Als de ontwikkelingsbedreiging van de minderjarigen kan worden weggenomen met een lichtere maatregel dan gezagsbeëindiging, dan beëindigt de rechtbank het gezag niet. Omdat beëindiging van het gezag ingrijpt in het privé- en gezinsleven van de ouders en de minderjarigen beoordeelt de rechtbank ook of de maatregel niet onnodig ingrijpend is. De belangen van de minderjarigen staan voor de rechtbank bij haar beslissing voorop. De rechtbank weegt deze belangen zorgvuldig af tegen de belangen van de ouders.[_6db420de-f51a-4e3e-a4c0-1eb8940aa600]

5.3.

Op grond van de stukken en de behandeling ter zitting wordt naar het oordeel van de rechtbank de ontwikkeling van [roepnaam minderjarige] en [voornaam minderjarige] ernstig bedreigd en kunnen de ouders de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding van [roepnaam minderjarige] en [voornaam minderjarige] niet binnen een aanvaardbare termijn dragen.[_84de4049-ff5b-46eb-be0f-a16ef62ab52a]

5.4.

[voornaam minderjarige] en [roepnaam minderjarige] hebben een belast verleden. In de opvoedsituatie bij de ouders hebben zij instabiliteit en onveiligheid meegemaakt. In 2012 zijn de ouders met [roepnaam minderjarige] uit Thailand naar Nederland gevlucht. Al jarenlang zijn er forse zorgen over de persoonlijke problematiek van de ouders, het huiselijk geweld tussen hen en het alcoholmisbruik van de moeder. De vader is strafrechtelijk veroordeeld voor een heftig huiselijk geweldsincident naar de moeder toe dat op 23 augustus 2023 heeft plaatsgevonden. Naar aanleiding van dit incident zijn [voornaam minderjarige] en [roepnaam minderjarige] met spoed uit huis geplaatst.

5.5.

Vanwege haar persoonlijke problematiek woont de moeder sinds juni 2025 op een woonvoorziening van ASVZ. Zij is een kwetsbare vrouw. Ondanks een opname bij Antes voor haar alcoholverslaving is er bij de moeder nog steeds regelmatig sprake van terugval in alcoholgebruik. Daar komt bij dat Antes in 2022 bij de moeder een verstandelijke beperking heeft vastgesteld. De moeder is onvoldoende weerbaar naar de vader toe en is beïnvloedbaar. Ondanks het huiselijk geweld blijven de ouders contact met elkaar hebben en elkaar bezoeken. De vader heeft problemen met het reguleren van zijn emoties. Tijdens de zitting lijkt de vader te bestrijden dat sprake is geweest van huiselijk geweld. Hulpverlening vanuit De Waag is niet van de grond gekomen, omdat de vader de zorgen onvoldoende (h)erkent. Pas na een veroordeling door de rechtbank vanwege het incident op 23 augustus 2023 heeft de vader in het kader van de opgelegde bijzondere voorwaarde een behandeling voor emotieregulatie bij Fivoor gevolgd en inmiddels bijna afgerond, aldus de GI.

5.6.

De ouders hebben begeleide omgang met [roepnaam minderjarige] en [voornaam minderjarige]. Tijdens de bezoeken heeft de moeder weinig interactie met [roepnaam minderjarige] en [voornaam minderjarige]. De vader heeft meer aansluiting en interactie met [roepnaam minderjarige] en [voornaam minderjarige]. Tijdens de bezoeken hebben de ouders echter belastende uitspraken naar [roepnaam minderjarige] en [voornaam minderjarige] geuit. Zo heeft de vader [roepnaam minderjarige] en [voornaam minderjarige] gevraagd of en waarom zij niet terug willen naar hun vader en heeft de moeder aangegeven dat zij wil dat [roepnaam minderjarige] en [voornaam minderjarige] zelf tegen hun moeder zeggen dat zij niet meer bij hun ouders willen wonen. De ouders lijken niet te beseffen hoe belastend deze uitspraken voor [roepnaam minderjarige] en [voornaam minderjarige] zijn. Het ontbreekt de ouders aan inzicht in de emoties en behoeftes van [roepnaam minderjarige] en [voornaam minderjarige]. Vanwege een terugval in haar alcoholmisbruik heeft de moeder momenteel geen omgang met [roepnaam minderjarige] en [voornaam minderjarige].

5.7.

Ondanks de inzet van ambulante hulpverlening, zoals praktische en opvoedondersteuning, in de afgelopen jaren is de opvoedsituatie onvoldoende verbeterd. Daar komt bij dat de toestemming van de ouders voor regelzaken ten behoeve van [roepnaam minderjarige] en [voornaam minderjarige] moeizaam van de grond komt en dat zij hulp en begeleiding nodig hebben bij het nemen van beslissingen ten behoeve van de verzorging en opvoeding van [roepnaam minderjarige] en [voornaam minderjarige]. Zo hebben de ouders begeleiding en uitleg van de GI nodig om de benodigde toestemmingsformulieren te ondertekenen. De taalbarrière lijkt in de samenwerking met de GI en de hulpverlening mede een rol te spelen. Gelet op de complexe en langdurige problematiek is een overdracht naar het vrijwillig kader niet mogelijk.

5.8.

In januari 2025 heeft de GI een perspectiefbesluit genomen, waarbij is bepaald dat [roepnaam minderjarige] en [voornaam minderjarige] bij de pleegouders zullen opgroeien. De ouders hebben moeite om het perspectief te accepteren en blijven hopen dat zij voor [roepnaam minderjarige] en [voornaam minderjarige] kunnen zorgen.

[roepnaam minderjarige] en [voornaam minderjarige] ervaren onduidelijkheid en spanningen door de jaarlijkse verlenging van de kinderbeschermingsmaatregelen. Zo ervaren [roepnaam minderjarige] en [voornaam minderjarige] angst dat door de kinderrechter wordt besloten dat zij bij de ouders terug worden geplaatst. Zij hebben hun zorgen hierover geuit bij pleegzorg, de pleegouders en de GI. Ook de moeder heeft in haar door de advocaat voorgelezen verklaring aangegeven dat zij door de spanning en emoties het mentaal niet meer aankan om naar de rechtbank te komen.

Sinds augustus 2023 wonen [roepnaam minderjarige] en [voornaam minderjarige] niet meer bij de ouders en sinds 20 oktober 2023 verblijven zij in het huidige perspectiefbiedende pleeggezin. De aanvaardbare termijn is dan ook verstreken. In het pleeggezin kunnen [roepnaam minderjarige] en [voornaam minderjarige] profiteren van een veilige, steunende en stabiele opvoedsituatie met duidelijke regels en grenzen en kunnen zij zich verder ontwikkelen en vaardigheden leren die zij nodig hebben om zelfstandig te worden.

5.9.

Gelet op al het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat het belang van [roepnaam minderjarige] en [voornaam minderjarige] bij continuïteit, duidelijkheid en rust in hun opvoedsituatie zwaarder weegt dan het belang van de ouders om hun gezag te behouden. De beslissing van de rechtbank heeft geen gevolgen voor de familieband die de ouders met [roepnaam minderjarige] en [voornaam minderjarige] hebben. De ouders zijn en blijven de ouders van [roepnaam minderjarige] en [voornaam minderjarige]. Daarbij gaat de rechtbank ervan uit dat de GI blijft investeren in het contact tussen de vader en de kinderen en dat gewerkt wordt aan herstel van het contact tussen de moeder en de kinderen. Door het beëindigen van het gezag van de ouders hoopt de rechtbank dat [roepnaam minderjarige] en [voornaam minderjarige] ook tijdens de omgang met hun ouders duidelijkheid en zekerheid gaan ervaren over hun plek in het pleeggezin, de moeder kan werken aan haar problematiek en de vader de situatie beter kan accepteren.

5.10.

Door de beëindiging van het gezag van de ouders is er niemand meer om gezagsbeslissingen over [roepnaam minderjarige] en [voornaam minderjarige] te nemen. De rechtbank benoemt daarom een voogd over [roepnaam minderjarige] en [voornaam minderjarige] die voortaan de gezagsbeslissingen neemt.[_58b2b6ce-f465-4d59-975e-6f29ca0a0e9d] De GI heeft verklaard dat te willen doen. De rechtbank is van oordeel dat de GI de voogdij moet krijgen. In dat verband overweegt de rechtbank dat zij het in belang acht van [roepnaam minderjarige] en [voornaam minderjarige] dat de GI wordt belast met de voogdij. Al jaren voert de GI de regie over de zorg voor [roepnaam minderjarige] en [voornaam minderjarige] en is op dit moment het beste, vanuit een neutrale positie, in staat om in hun belang beslissingen te nemen.

5.11.

De rechtbank zal bepalen dat de ouders aan de GI die tot voogd wordt benoemd rekening en verantwoording moeten afleggen over het door hen gevoerde bewind over het vermogen van [roepnaam minderjarige] en [voornaam minderjarige] .[_a7da2b88-c1cc-4704-8c9a-c680ed7374e6] Dit betekent dat zij de GI op de hoogte moeten stellen van alle geldzaken die over [roepnaam minderjarige] en [voornaam minderjarige] gaan, zodat de GI vanaf nu voor [roepnaam minderjarige] en [voornaam minderjarige] de geldzaken kan regelen.

5.12.

De rechtbank verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6 De beslissing

De rechtbank:

6.1.

beëindigt het ouderlijk gezag van [naam vader], geboren op [geboortedatum 3] 1992 in [geboorteplaats 3], [geboorteland 2] en [naam moeder], geboren op [geboortedatum 4] 1991 in [geboorteplaats 3], [geboorteland 2], over [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2011 in [geboorteplaats 1], [geboorteland 1], en [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2015 in [geboorteplaats 2];

6.2.

benoemt de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, gevestigd in Amsterdam, tot voogd over genoemde minderjarigen;

6.3.

bepaalt dat de ouders rekening en verantwoording moeten afleggen over het door hen gevoerde bewind over het vermogen van genoemde minderjarigen;

6.4.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. W.J. Loorbach, mr. K.T.F. Chocolaad - de Bos en mr. L.L.H. Roebroek, kinderrechters, en in het openbaar uitgesproken op 25 september 2026, in aanwezigheid van D. van der Aa als griffier.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

  1. Artikel 8 EVRM en artikel 3 IVRK.
  2. Artikel 1:266, eerste lid, onder a, BW.
  3. Artikel 1:275, eerste lid, BW.
  4. Artikel 1:276, eerste lid, BW.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.