Uitspraak · Civiel recht
Rechtbank Rotterdam, 25 september 2026
ECLI:NL:RBROT:2026:14392Zaaknummer 12340943 VV EXPL 26-66
- Instantie
- Rechtbank Rotterdam
- Datum uitspraak
- 25 september 2026
- Publicatiedatum
- 21 oktober 2026
- Zaaknummer
- 12340943 VV EXPL 26-66
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Procedure
- Kort geding
- Zittingsplaats
- Dordrecht
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Kort geding. Ontruiming bedrijfsruimte. Huurovereenkomst beëindigd, maar gedaagde heeft de bedrijfsruimte en buitenruimte niet ontruimd. Ontruiming toegewezen. Geen langere ontruimingstermijn, omdat gedaagde al voldoende tijd heeft gekregen om tot ontruiming over te gaan na het einde van de huuroveerenkomst.
3 De beslissing
De kantonrechter:
veroordeelt [gedaagde] om binnen veertien dagen na de datum waarop dit vonnis aan hem is betekend het gehuurde (bestaande uit: 500 m² loodsruimte en 600 m² buitenruimte, gelegen aan de [adres 1]) en alle extra door hem in gebruik genomen vierkante meters buitenterrein aan het adres [adres 2] en [adres 1] te ontruimen met alle personen en zaken die zich daar vanwege [gedaagde] bevinden en het gehuurde met alle sleutels ter beschikking van [eiseres] te stellen;
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van [eiseres] worden begroot op € 1.013,02 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over dat bedrag vanaf de vijftiende dag nadat dit vonnis is betekend tot de dag dat volledig is betaald;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
wijst al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. J.C. Halk en in het openbaar uitgesproken.
31688
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Dordrecht
zaaknummer: 12340943 VV EXPL 26-66
datum uitspraak: 25 september 2026
Vonnis in kort geding van de kantonrechter
in de zaak van
[eiseres],
vestigingsplaats: Langerak,
eiseres,
gemachtigden: mr. A.E. Klomp en mr. R.C.H. Burgers,
tegen
[gedaagde],
woonplaats: [woonplaats],
gedaagde,
die zelf procedeert.
De partijen worden hierna ‘[eiseres]’ en ‘[gedaagde]’ genoemd.
1 De procedure
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
- de dagvaarding van 1 september 2026, met bijlagen.
Op 11 september 2026 is de zaak tijdens een zitting met [naam], mr. A.E. Klomp en mr. R.C.H. Burgers besproken. [gedaagde] was telefonisch aanwezig.
Op de zitting heeft de kantonrechter het door [gedaagde] gedane uitstelverzoek afgewezen.
2 De beoordeling
De kern van het geschil
Tussen partijen is sprake geweest van een huurovereenkomst. [gedaagde] heeft na het einde hiervan de door hem gehuurde loodsruimte en buitenruimte niet ontruimd. Hij wordt door de kantonrechter veroordeeld om tot de ontruiming hiervan over te gaan. Hierna wordt dit toegelicht.
Wat is er gebeurd?
[gedaagde] exploiteert een eenmanszaak onder de handelsnaam Woodindustries. [gedaagde] huurde met ingang van 1 mei 2016 van [eiseres] de bedrijfsruimte, bestaande uit 400 m² loodsruimte en een deel (600 m²) van de buitenruimte, gelegen aan de [adres 1] (hierna: het gehuurde). De huurovereenkomst is aangegaan voor vijf jaar en vervolgens is de huurovereenkomst verlengd met aansluitende perioden van telkens één jaar, laatstelijk tot en met 30 april 2026. Met ingang van 1 juli 2018 zijn partijen mondeling overeengekomen dat [gedaagde] met ingang van die datum 500 m² loodsruimte huurt in plaats van 400 m². De huurovereenkomst is overeenkomstig gewijzigd.
[eiseres] heeft bij deurwaardersexploot van 8 maart 2025 de huurovereenkomst met [gedaagde] opgezegd tegen 30 april 2026 en de ontruiming tegen dezelfde datum aangezegd. [gedaagde] heeft het gehuurde echter niet verlaten. Ook heeft [gedaagde] volgens [eiseres] meer buitenruimte in gebruik genomen dan is overeengekomen, ongeveer 2000 m².
Tegen deze achtergrond vordert [eiseres] in kort geding dat [gedaagde] wordt veroordeeld om het gehuurde en de extra door hem in gebruik genomen vierkante meters buitenterrein binnen veertien dagen na betekening van het vonnis te ontruimen, op straffe van een dwangsom. Tevens vordert [eiseres] dat het vonnis uitvoerbaar bij voorraad wordt verklaard en [gedaagde] wordt veroordeeld in de proceskosten.
Het toetsingskader
Een eis in kort geding kan worden toegewezen als de partij die de voorziening vraagt hierbij zoveel spoed heeft dat die partij de uitkomst van een gewone procedure niet hoeft af te wachten. Bij die beoordeling is van belang hoe aannemelijk het is dat de eis in een gewone procedure wordt toegewezen. Verder moet het belang dat [eiseres] heeft bij toewijzing van de eis worden meegewogen en de gevolgen hiervan voor [gedaagde] als deze uitspraak later wordt teruggedraaid.
[gedaagde] moet het gehuurde en de extra in gebruik genomen buitenruimte ontruimen
De huurovereenkomst is met ingang van 1 mei 2026 beëindigd, zodat [gedaagde] zonder recht of titel van het gehuurde en de extra buitenruimte gebruik maakt. Hij zal deze dus moeten ontruimen. [gedaagde] is daarvan al meer dan een jaar op de hoogte. Het is hem echter nog niet gelukt om alles te ontruimen. Volgens [gedaagde] heeft hij afspraken gemaakt met [eiseres] over de ontruiming, maar hij heeft deze afspraken onvoldoende geconcretiseerd en [eiseres] betwist dat hij afspraken heeft gemaakt. Ook heeft [gedaagde] onvoldoende toegelicht welke acties hij heeft ondernomen om tot volledige ontruiming over te gaan. Hij zegt al z’n dertig vrachtwagens aan goederen uit het gehuurde te hebben gehaald, maar onbetwist is dat de loods en de buitenruimte niet ontruimd zijn. Dit moet dus alsnog gebeuren, want [eiseres] wil de beschikking hebben over het gehuurde om dit te kunnen verhuren aan iemand anders. De kantonrechter veroordeelt [gedaagde] daarom om het gehuurde en de extra door hem in gebruik genomen buitenruimte te ontruimen.
De ontruimingstermijn bedraagt veertien dagen na betekening van dit vonnis
De ontruimingstermijn wordt op veertien dagen gezet na de betekening van dit vonnis. [gedaagde] moet weliswaar de tijd krijgen om zijn spullen op te halen, maar hij heeft al voldoende tijd hiervoor tijd gekregen. De kantonrechter zal daarom geen langere ontruimingstermijn toestaan. Dit betekent dat als [gedaagde] binnen deze termijn niet tot volledige ontruiming overgaat, [eiseres] dit mag doen op kosten van [gedaagde]. [eiseres] moet dan de nog overgebleven eigendommen van [gedaagde] opslaan, op kosten van [gedaagde]. De kantonrechter geeft [gedaagde] daarom mee om ze snel mogelijk alle zaken van waarde (zoals het door hem gestelde hout dat twee ton waard is) te verkopen, zodat hij daarmee ook zijn huurachterstand kan inlopen.
Er wordt geen dwangsom aan de ontruiming gekoppeld
De gevorderde dwangsom wordt afgewezen. Als [gedaagde] niet tot volledige ontruiming overgaat, dan kan [eiseres] met deze uitspraak zelf een gedwongen ontruiming laten uitvoeren door de deurwaarder. Er zijn geen bijzondere omstandigheden gesteld die het nodig maken dat er daarnaast een extra prikkel voor [gedaagde] moet zijn om het gehuurde te ontruimen.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde], omdat hij voor het grootste deel ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan [eiseres] moet betalen op € 153,02 aan dagvaardingskosten, € 139,- aan griffierecht, € 577,- aan salaris voor de gemachtigde en € 144,- aan nakosten. Dat is in totaal € 1.013,02. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend. De wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen.
Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat [eiseres] dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.
3 De beslissing
De kantonrechter:
veroordeelt [gedaagde] om binnen veertien dagen na de datum waarop dit vonnis aan hem is betekend het gehuurde (bestaande uit: 500 m² loodsruimte en 600 m² buitenruimte, gelegen aan de [adres 1]) en alle extra door hem in gebruik genomen vierkante meters buitenterrein aan het adres [adres 2] en [adres 1] te ontruimen met alle personen en zaken die zich daar vanwege [gedaagde] bevinden en het gehuurde met alle sleutels ter beschikking van [eiseres] te stellen;
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van [eiseres] worden begroot op € 1.013,02 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over dat bedrag vanaf de vijftiende dag nadat dit vonnis is betekend tot de dag dat volledig is betaald;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
wijst al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. J.C. Halk en in het openbaar uitgesproken.
31688
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.