Uitspraak · Verbintenissenrecht

Rechtbank Rotterdam, 9 oktober 2026

ECLI:NL:RBROT:2026:14328Zaaknummer 11807660 CV EXPL 25-15953

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
9 oktober 2026
Publicatiedatum
20 oktober 2026
Zaaknummer
11807660 CV EXPL 25-15953
Rechtsgebied
Civiel recht, Verbintenissenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Rotterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Huurovereenkomst. Gedaagden hebben huurachterstand laten ontstaan en woning niet correct opgeleverd. Hoofdelijk veroordeling gedaagden tot betaling huurachterstand, herstelkosten en proceskosten.

3 De beslissing

De kantonrechter:

3.1.

veroordeelt [gedaagde 1] c.s. hoofdelijk om aan Woonplus te betalen € 2.224,21;

3.2.

veroordeelt [gedaagde 1] c.s. hoofdelijk in de proceskosten, die aan de kant van Woonplus worden begroot op € 1.298,19;

3.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. I.W.M. Laurijssens en in het openbaar uitgesproken.

67789

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 De beoordeling
  3. 3 De beslissing

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam

zaaknummer: 11807660 CV EXPL 25-15953

datum uitspraak: 9 oktober 2026

Vonnis van de kantonrechter

in de zaak van

Stichting Woonplus Schiedam,

vestigingsplaats: Schiedam,

eiseres,

gemachtigde: [persoon A], AGIN Timmermans Gerechtsdeurwaarders,

tegen

1. [gedaagde 1],

2. [gedaagde 2],

woonplaats: [woonplaats], gemeente [gemeente],

gedaagden,

die zelf procederen.

De partijen worden hierna ‘Woonplus’ en ‘ [gedaagde 1] c.s.’ genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:

  • de dagvaarding van 10 juli 2025, met bijlagen;
  • het antwoord, met bijlagen.
1.2.

Op 3 september 2026 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij was de heer [persoon B] namens de gemachtigde van Woonplus aanwezig. [gedaagde 1] c.s. zijn, hoewel daartoe behoorlijk te zijn opgeroepen, niet verschenen.

2 De beoordeling

Wat is de kern?

2.1.

[gedaagde 1] c.s. huurden de woning gelegen aan de [adres] in Schiedam van Woonplus. De huurovereenkomst tussen partijen is in augustus 2023 geëindigd. Woonplus stelt dat [gedaagde 1] c.s. een huurachterstand hebben laten ontstaan en de woning niet op de correcte wijze te hebben opgeleverd. Woonplus heeft daardoor extra werkzaamheden en kosten gemaakt. Daarom eist Woonplus dat [gedaagde 1] c.s. hoofdelijk worden veroordeelt om de huurachterstand, herstelkosten en proceskosten aan haar te betalen. Ter zitting heeft Woonplus aangegeven de eis wat betreft de rente en incassokosten in te trekken.

2.2.

[gedaagde 1] c.s. erkennen de huurachterstand, maar betwisten dat zij de woning niet op de correcte wijze hebben opgeleverd. Daarom zijn zij het niet eens met de herstelkosten die Woonplus eist. Ook zijn zij het oneens met de proceskosten.

2.3.

[gedaagde 1] c.s. moeten de huurachterstand van € 1.264,21 en herstelkosten van € 960,- en de proceskosten betalen. Hierna wordt uitgelegd hoe de kantonrechter tot dit oordeel is gekomen.

[gedaagde 1] c.s. moeten de huurachterstand van € 1.264,21 betalen

2.4.

Woonplus heeft aan de hand van een specificatie aangegeven dat de huurachterstand, berekend over de maanden juli en augustus 2023, € 1.264,21 bedraagt. [gedaagde 1] c.s. hebben deze huurachterstand erkend. [gedaagde 1] c.s. worden daarom veroordeeld tot betaling van € 1.264,21 aan Woonplus.

[gedaagde 1] c.s. moeten de herstelkosten van € 960,- betalen

2.5.

Woonplus stelt dat [gedaagde 1] c.s. het gehuurde bij het einde van de huurovereenkomst diende op te leveren in dezelfde staat als waarin het bij aanvang van de huurovereenkomst verkeerde. Volgens Woonplus hebben [gedaagde 1] c.s. daar niet aan voldaan. Bij de eindinspectie op 18 augustus 2023 heeft een medewerkster van Woonplus geconstateerd dat in de muren op diverse plaatsen spijkers en schroeven waren achtergebleven, dat in de woonkamer nog grote bouten aanwezig waren, dat op zolder een aanzienlijke hoeveelheid laminaat lag dat moest worden afgevoerd en dat de berging nog geheel was gevuld. Daarnaast is volgens Woonplus niet voldaan aan de verplichting om de vloerafwerking deugdelijk te verwijderen. Van deze bevindingen heeft Woonplus foto’s gemaakt die zijn opgenomen in het eindinspectierapport. Woonplus voert verder aan dat zij [gedaagde 1] c.s., hoewel zij reeds in verzuim verkeerden, extra tijd heeft geboden om de resterende werkzaamheden alsnog te verrichten. Volgens Woonplus hebben [gedaagde 1] c.s. daaraan geen gehoor gegeven. Daarom heeft Woonplus de werkzaamheden zelf laten uitvoeren, waardoor zij € 960,- aan herstelkosten heeft moeten maken. Woonplus eist dat [gedaagde 1] c.s. worden veroordeeld tot betaling van dit bedrag aan haar.

2.6.

[gedaagde 1] c.s. zijn het niet eens met de eis van Woonplus. [gedaagde 1] c.s. voeren aan dat zij met Woonplus hadden afgesproken dat de eindinspectie van het gehuurde zou plaatsvinden op 18 augustus 2023 om 15:30 uur. Mevrouw [persoon C], die namens Woonplus de eindinspectie deed, was echter al om 13:30 uur aanwezig. [gedaagde 1] c.s. stellen dat zij op dat moment nog niet klaar waren met het hun werkzaamheden. De foto's die mevrouw [persoon C] heeft opgenomen in het eindinspectierapport zijn volgens [gedaagde 1] c.s. daarom te vroeg genomen, omdat zij pas later die dag hun werkzaamheden hadden voltooid.

2.7.

De kantonrechter oordeelt dat [gedaagde 1] c.s. het gehuurde niet op de juiste wijze hebben opgeleverd. Daarbij weegt de kantonrechter mee dat Woonplus ter zitting weliswaar heeft erkend dat mevrouw [persoon C] te vroeg bij de eindinspectie aanwezig was, maar dat de foto's in het eindinspectierapport niet, zoals [gedaagde 1] c.s.. stellen, van 18 augustus 2023 zijn, maar van 24 augustus 2023. Hieruit volgt dat de onder 2.5 genoemde bevindingen op 24 augustus 2023 nog steeds aanwezig waren. Nu [gedaagde 1] c.s. dit niet hebben weersproken gaat de kantonrechter uit van de juistheid ervan. Gelet hierop moeten [gedaagde 1] c.s. de herstelkosten van € 960,- aan Woonplus betalen.

[gedaagde 1] c.s. moeten de proceskosten betalen

2.8.

De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde 1] c.s., omdat zij ongelijk krijgen (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde 1] c.s. aan Woonplus moeten betalen op € 151,69 aan dagvaardingskosten, € 514,- aan griffierecht, € 506,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 253,-) en € 126,50 aan nakosten. Dat is in totaal € 1.298,19. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.

Hoofdelijkheid

2.9.

De veroordelingen die betrekking hebben op het betalen van geldbedragen worden hoofdelijk uitgesproken tegenover [gedaagde 1] c.s. Dat betekent dat zij beiden kunnen worden gedwongen om het gehele bedrag te betalen. Als de een (een deel) betaalt, hoeft de ander dat (deel van het) bedrag niet meer te betalen.

Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad

2.10.

Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat Woonplus dat eist en [gedaagde 1] c.s. daar geen bezwaar tegen hebben gemaakt (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3 De beslissing

De kantonrechter:

3.1.

veroordeelt [gedaagde 1] c.s. hoofdelijk om aan Woonplus te betalen € 2.224,21;

3.2.

veroordeelt [gedaagde 1] c.s. hoofdelijk in de proceskosten, die aan de kant van Woonplus worden begroot op € 1.298,19;

3.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. I.W.M. Laurijssens en in het openbaar uitgesproken.

67789

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.