Uitspraak · Verbintenissenrecht

Rechtbank Rotterdam, 17 juli 2026

ECLI:NL:RBROT:2026:14327Zaaknummer 11692486 CV EXPL 25-11099

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
17 juli 2026
Publicatiedatum
20 oktober 2026
Zaaknummer
11692486 CV EXPL 25-11099
Rechtsgebied
Civiel recht, Verbintenissenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Rotterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Huurkoopovereenkomst. Gedaagde heeft de leasetermijnen niet tijdig betaald. Verklaring voor recht dat de overeenkomst tussen partijen buitengerechtelijk is ontbonden, wordt toegewezen. Gedaagde moet resterende hoofdsom betalen met rente en kosten.

3 De beslissing

De kantonrechter:

3.1.

verklaart voor recht dat de overeenkomst tussen de partijen over de auto met het kenteken [kentekennummer] is ontbonden;

3.2.

veroordeelt [gedaagde] om aan Hiltermann te betalen € 26.777,40 met de contractuele rente van 18% per jaar over dat bedrag vanaf 28 april 2025 tot de dag dat volledig is betaald;

3.3.

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van Hiltermann tot vandaag worden vastgesteld op € 3.460,16;

3.4.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. M.C. van der Kolk en in het openbaar uitgesproken.

67789

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 De beoordeling
  3. 3 De beslissing

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam

zaaknummer: 11692486 CV EXPL 25-11099

datum uitspraak: 17 juli 2026

Vonnis van de kantonrechter

in de zaak van

Hiltermann Lease B.V.,

vestigingsplaats: Hoofddorp,

eiseres,

gemachtigde: Janssen & Janssen c.s. Gerechtsdeurwaarders B.V.,

tegen

[gedaagde], die handelt onder de naam [handelsnaam],

woonplaats: [woonplaats],

gedaagde,

die zelf procedeert.

De partijen worden hierna ‘Hiltermann’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:

  • de dagvaarding van 28 april 2025, met bijlagen;
  • de aantekeningen van het mondelinge antwoord;
  • de akte vermindering van eis van Hiltermann, met bijlagen;
  • de brief van Hiltermann, met bijlage.
1.2.

Op 17 juni 2026 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij was namens Hiltermann de heer [persoon A] aanwezig, bijgestaan door mr. S.J. Houweling namens de gemachtigde van Hiltermann. [gedaagde] is, hoewel daartoe behoorlijk te zijn opgeroepen, niet verschenen.

2 De beoordeling

Waar gaat de zaak over?

2.1.

Hiltermann heeft op grond van een huurkoopovereenkomst een bedrijfsauto (Audi A3 Sportback met kenteken [kentekennummer]) aan [gedaagde] ter beschikking gesteld. Volgens Hiltermann heeft [gedaagde] de leasetermijnen niet tijdig aan haar betaald. Hiltermann heeft [gedaagde] daarop laten weten de overeenkomst per 8 april 2025 te ontbinden. Inmiddels is de auto ingeleverd bij Hiltermann en heeft Hiltermann de auto verkocht voor een bedrag van € 20.800,-. Dit bedrag heeft Hiltermann in mindering gebracht op haar eis. Hiltermann eist daarom in deze procedure dat [gedaagde] wordt veroordeeld om het resterende bedrag van

€ 30.156,43 aan haar te betalen.

De overeenkomst tussen Hiltermann en [gedaagde] is ontbonden

2.2.

Volgens Hiltermann is [gedaagde] tekort geschoten in de nakoming van de overeenkomst omdat hij de maandelijkse leasetermijnen niet of niet tijdig heeft betaald. Hiltermann eist daarom een verklaring van recht dat de overeenkomst tussen haar en [gedaagde] is ontbonden op 8 april 2025.

2.3.

[gedaagde] erkent dat hij een betalingsachterstand heeft laten ontstaan en heeft toegelicht dat dit het gevolg is van ernstige financiële problemen. De kantonrechter heeft begrip voor de moeilijke financiële situatie waarin [gedaagde] verkeert maar dat maakt niet dat hij de leasetermijnen niet hoeft te betalen. Hiltermann mocht op grond daarvan de overeenkomst dan ook ontbinden. De door Hiltermann gevorderde verklaring voor recht wordt daarom toegewezen.

[gedaagde] moet € 26.777,40 aan Hiltermann betalen

2.4.

Hiltermann eist, na vermindering van haar eis, betaling van een resterend bedrag van € 30.156,43. Dit bedrag bestaat uit de hoofdsom (€ 46.155,90), vermeerderd met de rente tot 18 april 2025 (€ 184,94) en incassokosten (€ 4.615,59) en verminderd met de verkoopopbrengst van de auto (€ 20.800,-). [gedaagde] heeft de hoogte en de verschuldigdheid van dit bedrag niet betwist. De hoofdsom en rente worden daarom toegewezen.

2.5.

Als vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten wordt € 1.236,56 toegewezen. De kantonrechter ziet aanleiding om de afgesproken vergoeding te matigen tot het bedrag waarop Hiltermann recht heeft volgens het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (artikel 242 Rv). Hiltermann heeft niet gesteld dat de werkelijke kosten hoger waren en dat het redelijk was om deze kosten te maken.

2.6.

[gedaagde] moet in totaal € 46.155,90 + € 184,94 + € 1.236,56 - € 20.800,00 = € 26.777,40 aan Hiltermann betalen.

[gedaagde] moet de proceskosten betalen

2.7.

[gedaagde] krijgt ongelijk en moet daarom de proceskosten betalen (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot deze kosten aan de kant van Hiltermann op € 123,16 aan dagvaardingskosten, € 1.461,- aan griffierecht, € 1.732,- voor de gemachtigde (2 punten x € 866,-) en € 144,- aan nakosten. Dat is in totaal € 3.460,16. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.

De kantonrechter kan geen betalingsregeling vaststellen in dit vonnis

2.8.

De kantonrechter kan geen betalingsregeling vaststellen in dit vonnis. Daarvoor moet Hiltermann namelijk toestemming geven en dat heeft Hiltermann niet gedaan (artikel 6:29 BW). [gedaagde] kan wel contact opnemen met de gemachtigde van Hiltermann om te vragen of Hiltermann alsnog een betalingsregeling wil afspreken.

Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad

2.9.

Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat Hiltermann dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3 De beslissing

De kantonrechter:

3.1.

verklaart voor recht dat de overeenkomst tussen de partijen over de auto met het kenteken [kentekennummer] is ontbonden;

3.2.

veroordeelt [gedaagde] om aan Hiltermann te betalen € 26.777,40 met de contractuele rente van 18% per jaar over dat bedrag vanaf 28 april 2025 tot de dag dat volledig is betaald;

3.3.

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van Hiltermann tot vandaag worden vastgesteld op € 3.460,16;

3.4.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. M.C. van der Kolk en in het openbaar uitgesproken.

67789

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.