Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Rotterdam, 17 september 2026
ECLI:NL:RBROT:2026:14254Zaaknummer C/10/723891 / FA RK 26-6069
- Instantie
- Rechtbank Rotterdam
- Datum uitspraak
- 17 september 2026
- Publicatiedatum
- 20 oktober 2026
- Zaaknummer
- C/10/723891 / FA RK 26-6069
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Beschikking
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Beschikking van de kinderrechter over de beëindiging van het ouderlijk gezag en de opheffing van een ondertoezichtstelling.
De rechtbank:
beëindigt het ouderlijk gezag van [naam moeder], geboren op [geboortedatum 2] 1981 in [geboorteplaats 2], over [minderjarige], geboren op [geboortedatum 1] 2020 in [geboorteplaats 1];
benoemt [naam oma mz], geboren op [geboortedatum 3] 1963 in [geboorteplaats 3] tot voogdes over genoemde minderjarige;
bepaalt dat de moeder rekening en verantwoording moet afleggen over het door haar gevoerde bewind over het vermogen van genoemde minderjarige;
heft de ondertoezichtstelling van [minderjarige] op met ingang van 17 september 2026;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
| Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 17 september 2026 door mr. D.I. Hendriks-van Wel, rechter, in aanwezigheid van mr. A.L. Bottse als griffier, en op schrift gesteld op 28 september 2026. |
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/723891 / FA RK 26-6069
Datum uitspraak: 17 september 2026
Beschikking van de rechtbank over een gezagsbeëindiging en opheffing ondertoezichtstelling
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming regio Rotterdam-Dordrecht,
gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen: de Raad,
over
[minderjarige],
geboren op [geboortedatum 1] 2020 in [geboorteplaats 1], hierna te noemen: [minderjarige].
De rechtbank merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder],
hierna te noemen: de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat mr. A.J.M. Vélu, kantoorhoudende in Rotterdam,
[naam oma mz],
de oma mz tevens de pleegmoeder, hierna te noemen: de oma mz, wonende in [woonplaats],
advocaat mr. M.E. Hoogenraad, kantoorhoudende te Maassluis,
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen: de GI.
1 Het verloop van de procedure
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift van de Raad met bijlagen, ontvangen op 24 juli 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 17 september 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de advocaat van de moeder;
- de oma mz, bijgestaan door haar advocaat;
- een vertegenwoordiger van de Raad, [vertegenwoordiger van de raad];
- een vertegenwoordiger van de GI, [vertegenwoordiger van de GI].
De moeder is niet verschenen. De rechtbank stelt vast dat de moeder wel juist is opgeroepen.
2 De feiten
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige].
[minderjarige] verblijft bij de oma moederszijde (mz).
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 18 december 2025 de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 17 februari 2027.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij diezelfde beschikking de machtiging verlengd om [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een voorziening voor netwerkpleegzorg, te weten bij de oma mz, tot 17 februari 2027.
De oma mz heeft zich bij brief van 21 juli 2026 bereid verklaard om de voogdij te aanvaarden.
3 Het verzoek
De Raad verzoekt het gezag van de moeder te beëindigen en de oma mz tot voogdes over [minderjarige] te benoemen en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
De Raad vult het verzoek aan ter zitting, in die zin dat wordt verzocht om de ondertoezichtstelling van [minderjarige] op te heffen als het gezag van de moeder wordt beëindigd.
4 De standpunten
De Raad handhaaft het verzoek ter zitting en licht het een en ander toe. [minderjarige] is nog erg jong en verblijft al een aantal jaren bij de oma mz. Het is heel fijn dat [minderjarige] een oma heeft die zo goed voor hem zorgt en de juiste beslissingen over hem neemt. De moeder is al langdurig uit contact en er kan niet meer gewacht worden op een positieve ontwikkeling aan haar kant. Een ondertoezichtstelling is niet langer de passende maatregel. De oma mz heeft laten zien dat zij goed in staat is om de opvoeding van [minderjarige], ondanks alle moeilijkheden die daarbij kwamen kijken, op passende wijze vorm te geven.
De GI maakt ter zitting kenbaar het verzoek van de Raad te steunen. De GI erkent dat er lange tijd geen uitvoering is gegeven aan de ondertoezichtstelling. Nadat de vaste jeugdbeschermer is uitgevallen, is er een ZZP’er betrokken geraakt waarvan de kwaliteit niet goed was. Toen deze ZZP’er uit dienst ging, heeft oude jeugdbeschermer geprobeerd de zaak op te pakken, maar zij is na twee maanden wederom uitgevallen. De GI is met de Raad van mening dat een ondertoezichtstelling geen recht meer doet aan de situatie. Het siert de oma mz dat zij heeft laten zien dat zij veel wil en kan bereiken binnen eigen regie. De oma mz handelt altijd in het belang van [minderjarige] en verdient alle lof voor hoe goed het met [minderjarige] gaat.
De advocaat van de moeder brengt ter zitting naar voren dat het hem niet is gelukt om met de moeder in contact te komen, waardoor hij geen standpunt namens haar kan innemen.
Namens en door de oma mz wordt ter zitting ingestemd met het verzoek van de Raad. De oma mz regelt nu ook alles al voor [minderjarige], alleen loopt zij tegen dingen aan. Als de oma mz de voogdij krijgt kan zij alles makkelijker regelen, zoals een spaarrekening voor [minderjarige]. Er wordt niet meer gewerkt naar een thuisplaatsing van [minderjarige] waardoor de ondertoezichtstelling zijn doel voorbijschiet. De oma mz weet de hulpverlening te vinden als ze hen nodig heeft en dit heeft zij ook laten zien. Mocht de moeder in de toekomst op de stoep staan en contact willen met [minderjarige] zal de oma mz het wijkteam inschakelen om dit te begeleiden.
5 De beoordeling
De rechtbank is van oordeel dat aan de wettelijke vereisten voor beëindiging van het gezag van de moeder is voldaan en zal het verzoek toewijzen. De rechtbank legt hierna uit waarom.
Het doel van een kinderbeschermingsmaatregel, zoals beëindiging van het gezag, is de ontwikkelingsbedreiging van de minderjarige weg te nemen als de ouder daartoe niet in staat is. Het gevolg van het beëindigen van het gezag moet in een redelijke verhouding staan tot dat doel. Als de ontwikkelingsbedreiging van de minderjarige kan worden weggenomen met een lichtere maatregel dan gezagsbeëindiging, dan beëindigt de rechtbank het gezag niet. Omdat beëindiging van het gezag ingrijpt in het privé- en gezinsleven van de ouder en de minderjarige beoordeelt de rechtbank ook of de maatregel niet onnodig ingrijpend is. De belangen van de minderjarige staan voor de rechtbank bij haar beslissing voorop. De rechtbank weegt deze belangen zorgvuldig af tegen de belangen van de ouder.[_bf211962-5556-4386-be8b-26b7d1708926]
Naar het oordeel van de rechtbank wordt de ontwikkeling van [minderjarige] ernstig bedreigd en kan de moeder de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding van [minderjarige] niet binnen een aanvaardbare termijn dragen.[_65fc7939-f0bb-45e4-8ee8-c486f403040d]
De zesjarige [minderjarige] verblijft sinds 12 juli 2023 bij de oma mz vanwege ernstige zorgen over de thuissituatie bij de moeder. [minderjarige] was op dat moment zwaar verwaarloosd en had een ontwikkelingsachterstand op alle gebieden. In de periode die volgde is er hulpverlening vanuit NIKA ingezet om zowel de interactie tussen de moeder en [minderjarige] tijds de omgangsmomenten, als de opvoedvaardigheden van de moeder te verbeteren. Na een afname in de omgangsmomenten en de kwaliteit hiervan, komt de moeder sinds november 2024 helemaal niet meer naar de omgangsmomenten. Sinds januari 2025 is de moeder volledig uit het contact met de GI en de oma mz. Ondertussen is de moeder al ruim anderhalf jaar niet beschikbaar voor [minderjarige] en niet aanwezig in zijn leven. Naast dat de moeder door haar afwezigheid haar gezag niet heeft uitgeoefend de afgelopen periode, is zij hiertoe ook niet in staat aangezien zij niet betrokken is in [minderjarige] zijn leven.
Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat het niet meer in [minderjarige] zijn belang is als de moeder het gezag over hem heeft. De rechtbank zal daarom het gezag van de moeder over [minderjarige] beëindigen.
Door de beëindiging van het gezag van de moeder is er niemand meer om gezagsbeslissingen over [minderjarige] te nemen. De rechtbank benoemt daarom een voogd over [minderjarige] die voortaan de gezagsbeslissingen neemt.[_943c0d71-5b8d-4ada-a589-cb4b5815baf3] De oma mz heeft verklaard dat te willen doen. De rechtbank is, met de raad, van oordeel dat de oma mz de voogdij moet krijgen. De oma mz heeft de opvoeding en verzorging van [minderjarige] de afgelopen periode volledig op zich genomen. Sinds [minderjarige] zijn verblijf bij de oma mz heeft hij een enorme groei doorgemaakt. [minderjarige] komt goed mee op school en groeit op in een liefdevolle omgeving met de juiste regels en structuur. De oma mz heeft de afgelopen periode laten zien dat zij in staat en bereid is om de voor [minderjarige] belangrijke beslissingen tijdig en in zijn belang te nemen. De oma mz verdient hiervoor een groot compliment, zeker nu zij hierbij nauwelijks steun vanuit de GI heeft gehad. De rechtbank heeft er het volste vertrouwen in dat de oma mz ook de komende jaren het belang van [minderjarige] op één zal blijven zetten en daarmee de juiste persoon is om op te treden als zijn voogd. Gezien deze omstandigheden en het feit dat de GI in de afgelopen periode al niet meer betrokken was, ziet de kinderrechter geen meerwaarde in het laten voortduren van de ondertoezichtstelling. De kinderrechter zal de ondertoezichtstelling dan ook opheffen.
De rechtbank zal bepalen dat de moeder aan de oma mz die tot voogdes wordt benoemd rekening en verantwoording moet afleggen over het door haar gevoerde bewind over het vermogen van [minderjarige].[_e609437c-2377-47f0-99fb-977f51060a53] Dit betekent dat zij de oma mz op de hoogte moet stellen van alle geldzaken die over [minderjarige] gaan, zodat de oma mz vanaf nu voor [minderjarige] de geldzaken kan regelen.
De rechtbank verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6 De beslissing
De rechtbank:
beëindigt het ouderlijk gezag van [naam moeder], geboren op [geboortedatum 2] 1981 in [geboorteplaats 2], over [minderjarige], geboren op [geboortedatum 1] 2020 in [geboorteplaats 1];
benoemt [naam oma mz], geboren op [geboortedatum 3] 1963 in [geboorteplaats 3] tot voogdes over genoemde minderjarige;
bepaalt dat de moeder rekening en verantwoording moet afleggen over het door haar gevoerde bewind over het vermogen van genoemde minderjarige;
heft de ondertoezichtstelling van [minderjarige] op met ingang van 17 september 2026;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
| Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 17 september 2026 door mr. D.I. Hendriks-van Wel, rechter, in aanwezigheid van mr. A.L. Bottse als griffier, en op schrift gesteld op 28 september 2026. |
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Voetnoten
- Artikel 8 EVRM en artikel 3 IVRK.
- Artikel 1:266, eerste lid, onder a, BW.
- Artikel 1:275, eerste lid, BW.
- Artikel 1:276, eerste lid, BW.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.