Uitspraak · Verbintenissenrecht

Rechtbank Rotterdam, 2 oktober 2026

ECLI:NL:RBROT:2026:14147Zaaknummer 11908358 CV EXPL 25-20966

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
2 oktober 2026
Publicatiedatum
19 oktober 2026
Zaaknummer
11908358 CV EXPL 25-20966
Rechtsgebied
Civiel recht, Verbintenissenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Rotterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Achterstallige VvE-bijdragen. Beroep van gedaagde op opschorting, betalingen die hij heeft gedaan en het feit dat tegen hem is verklaard dat hij uit de VvE is gezet slagen niet. Gedaagde moet achterstallige VvE-bijdragen betalen.

3 De beslissing

De kantonrechter:

3.1.

veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] te betalen € 12.456,78 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over een bedrag van € 10.737,85 vanaf 9 september 2025 tot de dag dat volledig is betaald;

3.2.

veroordeelt [gedaagde] om, zo lang hij eigenaar is van de woning, vanaf september 2026 tot het einde van dit boekjaar de VvE-bijdrage van € 106,02 per maand op tijd aan [eiseres] te betalen;

3.3.

bepaalt dat [gedaagde] op basis van dit vonnis nooit meer dan in totaal € 25.000,-, exclusief de proceskosten, moet betalen;

3.4.

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van [eiseres] worden begroot op € 1.697,14;

3.5.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

3.6.

wijst al het andere af.

Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. M. Fiege en in het openbaar uitgesproken.

64363

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 De beoordeling
  3. 3 De beslissing

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam

zaaknummer: 11908358 CV EXPL 25-20966

datum uitspraak: 2 oktober 2026

Vonnis van de kantonrechter

in de zaak van

[eiseres],

vestigingsplaats: [plaatsnaam],

eiseres,

gemachtigde: drs. M.J.P.A. De Wilde LL.B,

tegen

[gedaagde],

woonplaats: [plaatsnaam],

gedaagde,

die zelf procedeert.

De partijen worden hierna ‘[eiseres]’ en ‘[gedaagde]’ genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:

  • de dagvaarding van 9 september 2025, met bijlagen;
  • het mondelinge antwoord;
  • het proces-verbaal van de zitting op 1 juni 2026 met de spreekaantekeningen van [gedaagde];
  • het rekeningoverzicht dat [eiseres] tijdens de zitting van 4 augustus 2026 heeft ingediend.
1.2.

Op 4 augustus 2026 is de zaak nogmaals op een zitting besproken. Daarbij was [naam 1] aanwezig namens de Verenigde Administratiekantoren voor VvE Beheer B.V., bijgestaan door [naam 2] namens de gemachtigde. [gedaagde] is niet verschenen.

2 De beoordeling

Wat is er gebeurd?

2.1.

[gedaagde] is eigenaar van de woning aan de [adres]. Hierdoor is hij ook lid van [eiseres]. Maandelijks moet [gedaagde] een bijdrage betalen aan [eiseres]. Daarnaast zijn in twee ledenvergaderingen extra bijdragen vastgesteld voor het vervangen van de kozijnen (in 2014) en het vervangen van de standleidingen (in 2021). [eiseres] heeft meerdere keren betalingsherinneringen gestuurd aan [gedaagde], maar hij heeft de bijdragen niet betaald. In deze procedure eist [eiseres] dat [gedaagde] € 13.279,82 betaalt, met rente en kosten. Daarnaast eist [eiseres] dat [gedaagde] wordt verplicht om maandelijks de lopende bijdrage op tijd te betalen.

2.2.

[gedaagde] is het niet eens met de vorderingen. Hij zegt dat hij de extra bijdrage voor het vervangen van de kozijnen al (ruimschoots) heeft betaald, terwijl hij nooit nieuwe kozijnen heeft gekregen. Volgens [gedaagde] heeft hij € 12.000,00 betaald voor de kozijnen. [gedaagde] is gestopt met het betalen van de maandelijkse VvE-bijdragen, omdat hij wordt overgeslagen bij het algemeen onderhoud van het pand en omdat [eiseres] tegen hem heeft gezegd dat hij uit [eiseres] ligt.

2.3.

De kantonrechter wijst de vorderingen van [eiseres] grotendeels toe. Hieronder wordt dit uitgelegd.

[gedaagde] moet € 11.895,85 aan [eiseres] betalen

2.4.

De kantonrechter oordeelt dat [gedaagde] € 11.895,85 moet betalen aan [eiseres]. Dit is de achterstand tot en met augustus 2026. [eiseres] heeft namelijk voldoende onderbouwd dat [gedaagde] de maandelijkse bijdragen en extra bijdragen niet heeft betaald, terwijl hij deze wel had moeten betalen. De bedragen die [gedaagde] heeft betaald zijn ook van de totale vordering afgetrokken. [gedaagde] zegt daarmee de extra bijdrage voor de kozijnen te hebben betaald, maar de betalingen van [gedaagde] zien niet alleen op de extra bijdrage voor de kozijnen, maar ook op de maandelijkse bijdragen die hij voor 2013 al niet (op tijd) betaalde. In het geval dat [gedaagde] heeft bedoeld te zeggen dat hij meer geld heeft betaald dan hij volgens het overzicht van [eiseres] heeft betaald, dan heeft hij dit onvoldoende onderbouwd. Het had dan op zijn weg gelegen om dat met betaalbewijzen te laten zien. [gedaagde] zegt verder dat hij uit [eiseres] is gezet en de bijdragen daarom niet meer heeft betaald, maar hij kan als eigenaar van een appartement in het complex niet uit [eiseres] worden gezet. Als eigenaar van het appartement is [gedaagde] namelijk van rechtswege lid van [eiseres].[_22bb4802-bebd-44f1-bb91-bab87e4254b4]

2.5.

Voor wat betreft de extra bijdrage die de ledenvergadering heeft vastgesteld voor het vervangen van de kozijnen lijkt het erop dat [gedaagde] en [eiseres] destijds hebben afgesproken dat [gedaagde] de bijdrage niet hoeft te betalen als hij zelf nieuwe kozijnen laat plaatsen. De incassoprocedure voor deze extra bijdrage is daarom enige tijd aangehouden. Deze afspraak is inmiddels echter vervallen, omdat [gedaagde] ruim tien jaar later nog steeds geen nieuwe kozijnen heeft geplaatst. Dit betekent wel dat op het moment dat [gedaagde] al zijn bijdragen heeft betaald [eiseres] ervoor moet zorgen dat hij alsnog nieuwe kozijnen krijgt. Als dat meer kost dan de bijdrage die [gedaagde] hiervoor heeft betaald (€ 3.772,81) dan moet [gedaagde] de meerkosten betalen. Dit blijkt uit de notulen van de vergadering van [eiseres] van 3 april 2014 (punt 14).

2.6.

[gedaagde] heeft verder nog gezegd dat hij de maandelijkse VvE-bijdragen niet wil betalen zolang hij wordt uitgesloten van het algemene onderhoud dat aan de panden wordt uitgevoerd. De kantonrechter begrijpt de stellingen van [gedaagde] zo dat hij zijn betalingsverplichtingen opschort totdat [eiseres] zich weer aan haar verplichting houdt om onderhoud aan zijn woning uit te voeren.[_f8e7ed70-f8e3-4a74-845f-a376a1ccbff7] De kantonrechter oordeelt dat het beroep op opschorting niet slaagt, omdat zij niet kan vaststellen dat [eiseres] [gedaagde] overslaat bij het uitvoeren van het algemene onderhoud. [eiseres] ontkent dit en [gedaagde] heeft dit standpunt ook niet verder onderbouwd. [eiseres] kan zich wel voorstellen dat zij [gedaagde] niet helpt op het moment dat hij klaagt over niet-urgente problemen zoals een klemmende voordeur. In dat geval schort [eiseres] haar verplichting om die problemen te verhelpen op, omdat [gedaagde] de bijdragen al jarenlang niet heeft betaald. [eiseres] helpt wel als er sprake is van een urgent probleem zoals een lekkage. [gedaagde] blijft dan ook verplicht om de maandelijkse bijdragen en de extra bijdragen te betalen.

2.7.

De kantonrechter trekt de incassokosten die [eiseres] in 2020 bij [gedaagde] in rekening heeft gebracht voor de diensten van Vismans gerechtsdeurwaarders af van de totale schuld. [eiseres] heeft namelijk niks gesteld over die incassokosten en zij krijgt in dit vonnis een vergoeding voor deze kosten (zie hierna onder 2.9). Uit bijlage 5 bij dagvaarding blijkt dat het gaat om € 653,90. Verder heeft de kantonrechter in het overzicht gezien dat [eiseres] in 2025 in totaal € 730,07 bij [gedaagde] in rekening brengt voor ‘RST Advocaten’. [eiseres] heeft niet uitgelegd waarom [gedaagde] deze kosten moet betalen. Daarom trekt de kantonrechter dit ook af van de totale schuld.

[gedaagde] moet de lopende VvE-bijdrage tot het eind van het boekjaar betalen

2.8.

De kantonrechter veroordeelt [gedaagde] ook om, zo lang hij eigenaar is van de woning, vanaf september 2026 tot het einde van dit boekjaar [eiseres]-bijdrage van € 106,02 per maand op tijd te betalen. Dat is een kortere periode dan [eiseres] eist, omdat nog niet duidelijk is hoe hoog de bijdrage in het nieuwe jaar is.

De incassokosten worden toegewezen

2.9.

Als vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten wordt € 560,93 toegewezen. Aan alle voorwaarden om een vergoeding voor deze kosten te krijgen is voldaan (artikel 6:96 BW). Wel zijn de buitengerechtelijke incassokosten alleen berekend over het bedrag aan hoofdsom zonder de incassokosten die Vismans in rekening heeft gebracht.

[gedaagde] moet rente betalen

2.10.

De rente wordt toegewezen op de wijze zoals opgenomen onder 3.1, omdat [eiseres] genoeg heeft gesteld waaruit volgt dat deze moet worden betaald en [gedaagde] dat niet heeft betwist.

[gedaagde] moet de proceskosten betalen

2.11.

De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde], omdat hij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan [eiseres] moet betalen op € 146,14 aan dagvaardingskosten, € 543,00 aan griffierecht, € 864,00 aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 432,00) en € 144,00 aan nakosten. Dat is in totaal € 1.697,14. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.

Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad

2.12.

Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat [eiseres] dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3 De beslissing

De kantonrechter:

3.1.

veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] te betalen € 12.456,78 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over een bedrag van € 10.737,85 vanaf 9 september 2025 tot de dag dat volledig is betaald;

3.2.

veroordeelt [gedaagde] om, zo lang hij eigenaar is van de woning, vanaf september 2026 tot het einde van dit boekjaar de VvE-bijdrage van € 106,02 per maand op tijd aan [eiseres] te betalen;

3.3.

bepaalt dat [gedaagde] op basis van dit vonnis nooit meer dan in totaal € 25.000,-, exclusief de proceskosten, moet betalen;

3.4.

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van [eiseres] worden begroot op € 1.697,14;

3.5.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

3.6.

wijst al het andere af.

Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. M. Fiege en in het openbaar uitgesproken.

64363

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.