Uitspraak · Verbintenissenrecht

Rechtbank Rotterdam, 18 september 2026

ECLI:NL:RBROT:2026:13977Zaaknummer 11181285 CV EXPL 24-16570

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
18 september 2026
Publicatiedatum
15 oktober 2026
Zaaknummer
11181285 CV EXPL 24-16570
Rechtsgebied
Civiel recht, Verbintenissenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Rotterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Eindvonnis na deskundigenbericht

3 De beslissing

De kantonrechter:

3.1.

veroordeelt [bedrijf] om binnen 7 dagen na de datum van dit vonnis aan [eiseres] te betalen € 13.655,80 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over:

3.1.1. € 9.399,-

vanaf 29 februari 2024 tot de dag dat volledig is betaald,

3.1.2. € 1.740,-

vanaf 13 juni 2022 tot de dag dat volledig is betaald en

3.1.3. € 2.516,80

vanaf 25 september 2026 tot de dag dat volledig is betaald;

3.2.

bepaalt dat de partijen verder de eigen proceskosten dragen;

3.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

3.4.

wijst al het andere af.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.A. Vriezen en in het openbaar uitgesproken.

43416

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 De verdere beoordeling
  3. 3 De beslissing

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam

zaaknummer: 11181285 CV EXPL 24-16570

datum uitspraak: 18 september 2026

Vonnis van de kantonrechter

in de zaak van

[eiseres],

Woonplaats: [plaats 1],

eiseres,

gemachtigde: mr. A.A.S. Wiesmeier-van der Brugge,

tegen

[bedrijf] B.V.

vestigingsplaats: [plaats 2],

gedaagde,

gemachtigde: mr. B. Altena.

De partijen worden hierna ‘ [eiseres] ’ en ‘ [bedrijf] ’ genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:

  • het tussenvonnis van 25 juli 2025 en de daarin genoemde stukken;
  • het deskundigenbericht van 21 mei 2026;
  • de akte uitlaten deskundigenbericht van de kant van [eiseres];
  • de conclusie na deskundigenbericht van de kant van [bedrijf].

2 De verdere beoordeling

2.1.

In het vonnis van 25 juli 2025 is [naam deskundige] benoemd tot deskundige om de situatie van de kozijnen van de woning van [eiseres] in kaart te brengen. Op 29 januari 2026 heeft het deskundigenonderzoek plaatsgevonden. Op diezelfde datum heeft de kantonrechter de situatie ter plaatste ook zelf gezien. De deskundigen heeft zijn bevindingen vastgelegd in een deskundigenbericht en beide partijen hebben daarop gereageerd.

Uitkomst

2.2.

De eis van [eiseres] wordt toegewezen tot een bedrag van € 11.139,-. Dit bedrag bestaat uit een vervangende schadevergoeding van € 9.399,- en terugbetaling van het factuurbedrag van € 1.740,- vanwege een geslaagd beroep op dwaling, te vermeerderen met de wettelijke rente. De buitengerechtelijke incassokosten en de kosten van de deskundigen die voorafgaand aan deze procedure zijn ingeschakeld worden afgewezen. Tot slot worden zowel de proceskosten als de kosten van de in deze procedure benoemde deskundige gecompenseerd. Hierna wordt dit toegelicht.

Geconstateerde gebreken, herstelmogelijkheden en kosten

2.3.

De deskundige heeft meerdere gebreken geconstateerd en daarbij aangegeven op welke wijze deze gebreken kunnen worden hersteld. De deskundige heeft daarbij opgemerkt dat het niet noodzakelijk is om de kozijnen in zijn geheel te vervangen door nieuwe, omdat de gebruikte elementen van voldoende kwaliteit zijn. Hieronder wordt toegelicht welke gebreken zijn geconstateerd, wat de herstelmogelijkheden zijn en welke kosten daarmee volgens de deskundige gemoeid zijn.

Houtwerk aan de binnenkant

2.3.1.

Er is sprake van open naden en ontbreekt er een lat. Het is niet met zekerheid te zeggen wat de oorzaak van de open naden is. Het is niet uitgesloten dat dit door de montage van de kozijnen door [bedrijf] komt, maar het zou bijvoorbeeld ook door de werking van het hout kunnen komen.

2.3.2.

Deze gebreken kunnen hersteld worden door schilderwerk.

2.3.3.

De deskundige heeft geen inschatting gegeven van de herstelkosten op dit punt.

Water- en tochtdichtheid

2.3.4.

Ten aanzien van de afdichting van de kozijnen is de water- en tochtdichtheid onvoldoende. De deskundige merkt hierbij op dat er geen directe noodzaak bestaat om de kozijnen te monteren op een spouwlat of stelkozijnen en dat de partijen daar in dit geval ook geen afspraak over hebben gemaakt.

2.3.5.

Aan de buitenkant van de woning ontbreekt een deugdelijke waterkerende afdichting. Het compriband is onvoldoende samengedrukt waardoor de kozijnen op die plekken niet waterdicht zijn. Ook zijn op sommige plekken de oude cementlaag en/of resten van kit aanwezig.

2.3.6.

Bij de pui ontbreekt er een water- en luchtdichte aansluiting langs de onderzijde van de onderdorpel.

2.3.7.

Bij alle kozijnen zijn er in meer of mindere mate luchtlekken, die zorgen voor tochtproblemen.

2.3.8.

De aansluiting van de kozijnen op de bestaande muren en betimmering is niet luchtdicht uitgevoerd.

2.3.9.

De kozijnen zelf zijn ook niet luchtdicht uitgevoerd.

2.3.10.

Om de kozijnen lucht- en waterdicht te krijgen moeten enkele kozijnen (2 t/m 7 en 9) te worden gedemonteerd en opnieuw te worden geplaatst met de juiste binnen- en buitendichtingen, waarbij het aan te bevelen is om de kozijnen aan te laten sluiten op een stelkozijn of stellat die rondom achter de kozijnaanslag aansluit. In de afbeelding hieronder[_ed558554-109d-478c-a57a-df975351a63a] is te zien welke kozijnen dit zijn.

2.3.11.

De achterdeur hoeft niet gedemonteerd te worden en hoeft alleen rondom te worden afgekit. De dubbele deur hoeft ook niet gedemonteerd te worden en moet langs de stijlen en bovendorpel volledig worden afgekit tussen het kozijn en het bouwkundig kader. Bij deze deur dient verder de ruimte onder de onderdorpel geheel dichtgezet te worden met een waterdichte en krimpvrije mortel.

2.3.12.

Om luchtlekken van de kozijnen zelf te voorkomen moeten de ramen en deuren beter afgesteld worden. Bij onvoldoende verbetering moeten de afdichtingsprofielen worden aangepast.

2.3.13.

De kosten voor het verbeteren van de aansluitingen van de kozijnen op het bouwkundig kader worden door de deskundige begroot op € 4.255,- inclusief btw in totaal (materiaal en arbeid). De kosten voor het afstellen kozijnen en het eventueel aanpassen van de afdichtingsprofielen worden begroot op € 1.200,- inclusief btw in totaal (materiaal en arbeid).

Coating

2.3.14.

De coating van de kozijnen is op sommige plekken beschadigd en er is een (beperkt) kleurverschil zichtbaar. Dit gebrek is enkel esthetisch van aard.

2.3.15.

De coating kan plaatselijk hersteld worden door de verbindingsstukken kaal te maken, een geschikte primer (hechtlaag) aan te brengen en een nieuwe coating aan te brengen in de juiste kleur.

2.3.16.

De kosten van het plaatselijk herstellen van de beschadigingen aan de coating worden door de deskundige begroot op € 575,- inclusief btw in totaal (materiaal en arbeid). De kosten voor het herstel van het kleurverschil van de coating aan de buitenzijde worden begroot op € 1.200,- inclusief btw in totaal (materiaal en arbeid).

Loodslabben

2.3.17.

Ten aanzien van de loodslabben is geen wezenlijk probleem geconstateerd, maar zij zouden wel beter afgewerkt kunnen worden. Dit gebrek is enkel esthetisch van aard.

2.3.18.

De loodslabben kunnen beter afgewerkt worden door het uiteinde van de loodstroken over de rand van de bovendorpel naar beneden om te buigen. Dit geldt voor de kozijnen 2 t/m 8 (zie de bovenstaande afbeelding).

2.3.19.

De deskundige heeft geen inschatting gegeven van de herstelkosten op dit punt.

Badkamer

2.3.20.

De tegels en voegen in de badkamer zijn beschadigd. Omdat er geen vooropname is gemaakt, kan niet met zekerheid worden gezegd of dit door het werk van [bedrijf] komt. De deskundige merkt hierbij nog op dat de tegels op een voorzetwand zijn geplaatst, waardoor zij kwetsbaarder zijn.

Herstelkosten

2.4.

Uit het voorgaande volgt dat de deskundige de herstelkosten begroot op € 7.230,- inclusief btw in totaal, uitgaande van de situatie dat [bedrijf] voor het herstel zorgt.

De reacties van partijen

2.5.

De partijen hebben, samengevat, als volgt op het deskundigenbericht gereageerd.

2.5.1.

[eiseres] is het niet eens met de voorgestelde manier van herstel. Zij blijft bij haar standpunt dat de kozijnen volledig moeten worden vervangen door nieuwe. Als professionele partij had [bedrijf] een vooropname moeten maken, maar dat heeft zij niet gedaan. Dat de deskundige daarom niet kan vaststellen of alle gebreken door toedoen van [bedrijf] zijn ontstaan, moet volgens [eiseres] voor risico van [bedrijf] komen. Over de tuindeur heeft de deskundige ten onrechte niets gezegd. [eiseres] vreest dat er geen aannemer bereid zal zijn de kozijnen terug te plaatsen en daarop garantie te geven.

2.5.2.

[bedrijf] is het niet eens met de verhoging van 20-30% bovenop de begrote herstelkosten omdat het werk ‘besmet’ zou zijn. Dit is volgens [bedrijf] een te fors bedrag en enkel een aanname. [eiseres] heeft niet aangetoond dat er voorafgaand aan de werkzaamheden geen tochtproblemen waren. Dat had wel op haar weg gelegen, omdat het hier gaat om een woning die in 1910 is gebouwd.

[bedrijf] moet een vervangende schadevergoeding van € 9.399,- betalen

2.6.

De kantonrechter volgt de deskundige in zijn bevindingen en gaat aan de bezwaren van de partijen tegen het deskundigenbericht voorbij. De kantonrechter is namelijk van oordeel dat het deskundigenbericht op een zorgvuldige wijze tot stand is gekomen en dat de (motivering van de) inhoud daarvan overtuigend is. De deskundige heeft het procesdossier ontvangen, een uitvoerig onderzoek ter plaatse uitgevoerd en inzichtelijk gemotiveerd welke gebreken er zijn geconstateerd en hoe deze kunnen worden hersteld. Ook heeft de deskundige hoor en wederhoor toegepast.

2.7.

[bedrijf] is voorafgaand aan deze procedure in de gelegenheid gesteld om de gebreken te herstellen, maar dat heeft zij niet deugdelijk gedaan. Op basis van het deskundigenbericht staat namelijk vast dat de kozijnen non-conform zijn. [eiseres] heeft daarom recht op een vervangende schadevergoeding. De kantonrechter bepaalt, in lijn met het deskundigenbericht, dat [bedrijf] aan [eiseres] een vervangende schadevergoeding van € 7.230,- moet betalen, te verhogen met een percentage van 30%. De kantonrechter acht dit een redelijk percentage en neemt daarbij in aanmerking dat het te verwachten is dat de kosten van een andere aannemer hoger zullen zijn dan de begrote € 7.230,- in het fictieve scenario dat [bedrijf] de gebreken zou herstellen. De nieuwe partij moet zich immers, zoals de deskundige ook aangeeft, eerst verdiepen in de situatie ter plaatse. Dat brengt mogelijk extra opstart- en uitvoeringskosten met zich mee. Ook wordt er rekening mee gehouden dat het waarschijnlijk is dat een nieuwe partij meer in rekening brengt om eventuele onvoorziene risico’s af te dekken. Een hoger percentage dan 30% zou echter onredelijk zijn, omdat [eiseres] zelf de keuze heeft gemaakt om [bedrijf] geen herstelmogelijkheid meer te bieden. Het totaalbedrag komt daarmee op € 9.399,-.

2.8.

Voor het schilderen van het houtwerk aan de binnenkant wordt geen vervangende schadevergoeding toegewezen, omdat het niet is uitgesloten dat de schade aan het houtwerk een andere oorzaak heeft dan de montage van de kozijnen door [bedrijf].

2.9.

Het kan in het midden blijven of er vóór het plaatsen van de kozijnen door [bedrijf] al tochtproblemen waren. De deskundige heeft vastgesteld dat er bij alle kozijnen sprake is van luchtlekken. Dat betekent dat de tochtproblemen geheel of in elk geval gedeeltelijk (afhankelijk van of de tocht daarnaast nog een andere oorzaak heeft) hun oorsprong vinden in de door [bedrijf] geplaatste kozijnen en/of de montage van deze kozijnen. [bedrijf] is op dit punt dus tekortgeschoten in de nakoming van de tussen partijen gesloten overeenkomst. Het is daarom gerechtvaardigd om deze herstelkosten voor rekening van [bedrijf] te laten komen.

2.10.

Voor het herstel van de tegels en voegen in de badkamer wordt geen vervangende schadevergoeding toegewezen, omdat het niet vast is komen te staan dat de schade in de badkamer is veroorzaakt door de montage van de kozijnen door [bedrijf]. Dat de tegels op een voorzetwand zijn geplaatst en daardoor kwetsbaarder zijn, is een contra-indicatie voor het bestaan van een causaal verband tussen de beschadigingen en het werk van [bedrijf].

2.11.

Tot slot gaat de kantonrechter aan het bezwaar van [eiseres] over de tuindeur voorbij, omdat hij dit bezwaar te laat acht. Na ontvangst van het concept van het deskundigenbericht heeft de deskundige de partijen in de gelegenheid gesteld hun bezwaren kenbaar te maken zodat hij daar nog op kon reageren. [eiseres] heeft van die mogelijkheid gebruik gemaakt, maar zij heeft op dat moment niets over de tuindeur gezegd.

Geslaagd beroep op dwaling

2.12.

De partijen hebben met elkaar afgesproken dat [bedrijf] de ondergrond bij de dorpelaansluiting van het raamkozijn van de pui zou aanpassen, maar volgens [eiseres] bleek achteraf dat deze werkzaamheden niet nodig waren. Zij vindt daarom dat [bedrijf] het factuurbedrag aan haar moet terugbetalen. Tijdens de zitting heeft [eiseres] een beroep op vernietiging van de afspraak op grond van dwaling gedaan, omdat [bedrijf] onjuiste inlichtingen zou hebben gegeven. Omdat de partijen het op dit punt niet met elkaar eens zijn, heeft de kantonrechter de deskundige verzocht om de volgende vragen te beantwoorden:

 Was aanpassing van de dorpelaansluiting van het raamkozijn van de pui noodzakelijk om lekkage en andere vochtproblemen te verhelpen en voorkomen?

 Had [bedrijf] bij de montage van het raamkozijn van de pui maatregelen moeten treffen om dergelijke vochtproblemen te voorkomen?

2.13.

De deskundige heeft deze vragen als volgt beantwoord:

“(…) Uit het voorgaande blijkt dat er aanvankelijk een ondergrond gerealiseerd die op het oog redelijk vlak is maar mogelijk niet geheel waterpas. Hierop is de pui geplaatst met behulp van stelblokjes. Bij het uiteindelijke herstel heeft [bedrijf] de dorpel op gelijke wijze op stelblokjes gemonteerd.

Voor zover de aanvankelijke ondergrond niet geheel waterpas was, had dit opgevangen kunnen worden in de dikte van de stelblokjes. Daarmee was er feitelijk geen noodzaak de ondergrond aan te passen. Wat echter nog steeds ontbreekt is een waterdichte en luchtdichte aansluiting langs de onderzijde van de kozijnen.

(…) Ja, [bedrijf] had zorg moeten dragen voor een water- en luchtdichte aansluiting tussen de ondergrond en de onderzijde van de onderdorpel. Dit kan gerealiseerd worden door de ruimte tussen de onderzijde van de onderdorpel en de ondergrond geheel dicht te zetten met een krimpvrije en waterdichte mortel, dan wel een daartoe geëigende kit (…)”

2.14.

Een overeenkomst die tot stand is gekomen onder invloed van dwaling en bij een juiste voorstelling van zaken niet zou zijn gesloten, is vernietigbaar indien de dwaling te wijten is aan een inlichting van de wederpartij, tenzij deze mocht aannemen dat de overeenkomst ook zonder deze inlichting zou worden gesloten (artikel 6:228 lid 1 sub a BW). Gelet op de bevindingen van de deskundige is inderdaad sprake van onjuiste inlichtingen van [bedrijf] voorafgaand aan de totstandkoming van de overeenkomst voor de aanvullende werkzaamheden over de noodzaak om de ondergrond aan te passen. De werkzaamheden waren immers niet noodzakelijk. De inlichtingen van [bedrijf] hebben bij [eiseres] een onjuiste voorstelling van zaken veroorzaakt. Het is aannemelijk dat zij de overeenkomst niet zou hebben gesloten bij een juiste voorstelling van zaken. Daarom slaagt het beroep van [eiseres] op dwaling en mocht zij de overeenkomst vernietigen.

2.15.

Een geslaagd beroep op vernietiging van de overeenkomst vanwege dwaling leidt ertoe dat alle prestaties die op grond van de vernietigde overeenkomst zijn verricht ongedaan moeten worden gemaakt. [bedrijf] moet het factuurbedrag van € 1.740,- daarom aan [eiseres] terugbetalen. Van ongerechtvaardigde verrijking van [eiseres] is geen sprake, omdat uit het deskundigenbericht blijkt dat de aansluiting aan de onderzijde van de kozijnen van de pui niet water- en luchtdicht is. [bedrijf] heeft de werkzaamheden dus ook niet correct uitgevoerd.

Kosten deskundigen

2.16.

Gelet op de bevindingen van de deskundige worden de kosten van het deskundigenonderzoek, die bij wijze van voorschot bij [eiseres] in rekening zijn gebracht, gecompenseerd. Dat betekent dat [bedrijf] de helft van de kosten, namelijk € 2.516,80, aan [eiseres] moet vergoeden.

2.17.

De kosten van de andere deskundigenrapporten worden afgewezen. [eiseres] heeft namelijk geen stukken overgelegd waaruit blijkt dat zij daar kosten voor heeft gemaakt die niet door de rechtsbijstandsverzekeraar vergoed worden.

[bedrijf] hoeft geen incassokosten te betalen

2.18.

De buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen. Het is namelijk niet vast komen te staan dat [eiseres] hiervoor kosten heeft gemaakt en in die zin vermogensschade heeft geleden die op grond van artikel 6:96 lid 2 BW voor vergoeding in aanmerking komt. [eiseres] heeft geen stukken overgelegd waaruit blijkt dat haar rechtsbijstandsverzekering kosten bij haar in rekening brengt voor incassowerkzaamheden. Eventuele kosten die de rechtsbijstandsverzekeraar in dat verband zelf heeft gemaakt, vormen geen schade van [eiseres] maar van de rechtsbijstandsverzekeraar.

[bedrijf] moet rente betalen

2.19.

De rente wordt toegewezen op de wijze zoals hierna vermeld in de beslissing, omdat [eiseres] genoeg heeft gesteld waaruit volgt dat deze moet worden betaald en [bedrijf] dat niet heeft betwist.

Partijen dragen de eigen proceskosten

2.20.

De kantonrechter bepaalt dat de partijen de eigen proceskosten dragen. Dat betekent dat zij geen vergoeding hoeven te betalen voor de kosten die de andere partij heeft gemaakt, behoudens wat er bepaald is onder 2.16 over de kosten van de deskundige.

Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad

2.21.

Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat [eiseres] dat eist en [bedrijf] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3 De beslissing

De kantonrechter:

3.1.

veroordeelt [bedrijf] om binnen 7 dagen na de datum van dit vonnis aan [eiseres] te betalen € 13.655,80 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over:

3.1.1. € 9.399,-

vanaf 29 februari 2024 tot de dag dat volledig is betaald,

3.1.2. € 1.740,-

vanaf 13 juni 2022 tot de dag dat volledig is betaald en

3.1.3. € 2.516,80

vanaf 25 september 2026 tot de dag dat volledig is betaald;

3.2.

bepaalt dat de partijen verder de eigen proceskosten dragen;

3.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

3.4.

wijst al het andere af.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.A. Vriezen en in het openbaar uitgesproken.

43416

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.