Uitspraak · Burgerlijk procesrecht

Rechtbank Rotterdam, 10 september 2026

ECLI:NL:RBROT:2026:11915Zaaknummer 12206104 CV EXPL 26-11028

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
10 september 2026
Publicatiedatum
15 september 2026
Zaaknummer
12206104 CV EXPL 26-11028
Rechtsgebied
Civiel recht, Burgerlijk procesrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Rotterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Tussenvonnis. Voornemen om te verwijzen naar team handel en haven.

3 De beslissing

De kantonrechter:

3.1.

verwijst de zaak naar de rol van donderdag 8 oktober 2026 om 11.30 uur, voor een reactie van [eiseres];

3.2.

houdt iedere andere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. G.A. Vriezen en in het openbaar uitgesproken.

33394

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 De beoordeling
  3. 3 De beslissing

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam

zaaknummer: 12206104 CV EXPL 26-11028

datum uitspraak: 10 september 2026

Vonnis van de kantonrechter

in de zaak van

[eiseres],

woonplaats: [woonplaats],

eiseres,

gemachtigde: mr. M.P. Harten,

tegen

Stichting Woonstad Rotterdam,

vestigingsplaats: Rotterdam,

gedaagde,

die niet is verschenen.

De partijen worden hierna ‘ [eiseres] ’ en ‘Woonstad’ genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:

  • de dagvaarding van 17 april 2026;
  • de rolbeslissing van 21 mei 2026;
  • de brief namens [eiseres] van 1 juni 2026, met bijlagen;
  • de rolbeslissing van 18 juni 2026.
1.2.

Tegen Woonstad is verstek verleend (artikel 139 Rv.).

2 De beoordeling

Waar gaat het om?

2.1.

[eiseres] huurt een woning van meneer [persoon A]. Woonstad is eigenaar van de woning direct boven de woning die [eiseres] huurt. Zij verhuurt die woning. Volgens [eiseres] veroorzaken de huurders van Woonstad sinds oktober 2023 ernstige en structurele overlast.

2.2.

[eiseres] eist dat de kantonrechter Woonstad veroordeelt om € 505,24 per maand te betalen, vanaf oktober 2023 tot het moment dat de overlast is geëindigd. Zij eist daarnaast dat Woonstad wordt veroordeeld om binnen veertien dagen effectieve maatregelen te treffen om de overlast te beëindigen, met daaraan een dwangsom gekoppeld. Het gaat daarbij in ieder geval om het handhaven van huurvoorwaarden, onderzoek naar het hoofdverblijf en het nemen van juridische maatregelen.

Voornemen om te verwijzen naar handel en haven

2.3.

De kantonrechter is van plan om deze zaak te verwijzen naar het team handel en haven van deze rechtbank (artikel 71 lid 1 Rv). Hij oordeelt namelijk voorlopig dat dit niet een zaak is waarover de kantonrechter mag beslissen.

2.4.

De kantonrechter mag beslissen over zaken die gaan over minder dan € 25.000,- (artikel 93 Rv). [eiseres] eist dat Woonstad wordt veroordeeld om € 505,24 per maand te betalen vanaf oktober 2023 tot het moment dat de overlast is geëindigd. Omdat er geen einddatum aan deze eis zit, kan die boven het bedrag van € 25.000,- uitgaan. Op de datum van dit vonnis gaat het in ieder geval al om ruim 35 maanden, dus € 17.683,40.

2.5.

Daar komt bij dat het andere deel van de eis van [eiseres] van onbepaalde waarde is. [eiseres] eist namelijk dat Woonstad wordt veroordeeld om maatregelen te treffen om de overlast te stoppen. Daaraan kan niet een bepaalde waarde worden gekoppeld. De kantonrechter oordeelt voorlopig dat er ook geen duidelijke aanwijzingen zijn dat deze eis gewaardeerd moet worden op een bedrag lager dan € 25.000,- (artikel 93 onder b van het Rv), of beter gezegd op een bedrag lager dan € 7.316,60 (€ 25.000 - € 17.683,40 (artikel 94 lid 1 Rv)).

2.6.

De zaak gaat ook niet over een onderwerp dat altijd door de kantonrechter moet worden behandeld (artikel 93 sub c en d Rv). Mogelijk bedoelt [eiseres] dat de kantonrechter deze zaak mag behandelen omdat het met huur te maken heeft. De kantonrechter oordeelt dat dit voor hem geen opening vormt om de zaak te behandelen. Tussen [eiseres] en Woonstad bestaat namelijk geen huurovereenkomst. Dat Woonstad de woning boven haar verhuurt maakt nog niet dat de eis op een huurovereenkomst is gebaseerd.

[eiseres] mag reageren

2.7.

[eiseres] mag reageren op het voornemen van de kantonrechter om de zaak te verwijzen naar het team handel en haven.

2.8.

[eiseres] heeft overigens, ondanks een verzoek in de rolbeslissing van 18 juni 2026, nog geen toevoegingsbesluit overhandigd. Als zij dit niet alsnog doet zal het reguliere griffierecht in rekening worden gebracht (artikel 16 Wgbz).

2.9.

De kantonrechter verwijst de zaak naar de rolzitting van donderdag 8 oktober 2026 om 11.30 uur voor een reactie van [eiseres]. Als [eiseres] schriftelijk reageert, dan moet die reactie uiterlijk 7 oktober 2026 in tweevoud zijn ontvangen op de rechtbank. In dat geval is het niet nodig dat [eiseres] naar de rolzitting komt.

3 De beslissing

De kantonrechter:

3.1.

verwijst de zaak naar de rol van donderdag 8 oktober 2026 om 11.30 uur, voor een reactie van [eiseres];

3.2.

houdt iedere andere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. G.A. Vriezen en in het openbaar uitgesproken.

33394

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.