Uitspraak · Civiel recht

Rechtbank Rotterdam, 31 juli 2026

ECLI:NL:RBROT:2026:10667Zaaknummer 11944829 CV EXPL 25-23279

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
31 juli 2026
Publicatiedatum
31 augustus 2026
Zaaknummer
11944829 CV EXPL 25-23279
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Rotterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Huurzaak. Mondelinge behandeling.

3 De beslissing

De kantonrechter:

3.1.

bepaalt dat partijen uiterlijk op woensdag 12 augustus 2026 moeten laten weten op welke ochtenden/middagen in de maanden november en december 2026 en de maanden januari en februari 2027 zij niet naar een zitting kunnen komen;

3.2.

bepaalt dat [eiser] de bij zijn akte behorende bijlagen 6 tot en met 14 tegelijk met zijn verhinderdata moet overleggen, uiterlijk op 12 augustus 2026;

3.3.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. G.A. Vriezen en in het openbaar uitgesproken.

764

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 De beoordeling
  3. 3 De beslissing

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam

zaaknummer: 11944829 CV EXPL 25-23279

datum uitspraak: 31 juli 2026

Vonnis van de kantonrechter

in de zaak van

[eiser],

woonplaats: [woonplaats 1],

eiser,

gemachtigde: mr. S. Ince,

tegen

[gedaagde],

woonplaats: [woonplaats 2],

gedaagde,

gemachtigde: mr. R. Scheltes.

De partijen worden ‘ [eiser] ’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.

1 De procedure

Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:

  • de dagvaarding van 18 oktober 2025, met bijlagen 1 tot en met 5;
  • het verslag van de mondelinge reactie van [gedaagde] op de rolzitting van 30 oktober 2025;
  • het antwoord;
  • het proces-verbaal van de op 23 april 2026 gehouden mondelinge behandeling;
  • de akte van [eiser];
  • de antwoordakte van [gedaagde], met een bijlage.

2 De beoordeling

2.1.

De kantonrechter had op 23 april 2026 een mondelinge behandeling gepland.

[gedaagde] was daarbij aanwezig, vergezeld door zijn zoon, bijgestaan door mr. Scheltes.

[eiser] en mr. Ince zijn niet verschenen, omdat de secretaresse van mr. Ince haar diezelfde ochtend had ziek gemeld.

2.2.

De zaak is op 23 april 2026 niet inhoudelijk besproken. De kantonrechter heeft in overleg met [gedaagde] en zijn gemachtigde bepaald dat de zaak schriftelijk wordt voortgezet, mede gelet op het verweer van [gedaagde] dat de zes-maandentermijn (artikel 7:269 lid 2 BW) al was verstreken voor de datum van de dagvaarding. De kantonrechter heeft de zaak daarom verwezen naar de rolzitting van 21 mei 2026 voor het nemen van een akte aan de zijde van [eiser], met daarin een reactie op de conclusie van antwoord, met name op het punt van de hiervoor bedoelde zes-maandentermijn. Het voorgaande heeft de kantonrechter ook vastgelegd in het proces-verbaal van 23 april 2026.

2.3.

Op voornoemde rolzitting van 21 mei 2026 heeft [eiser] een (zeer) uitgebreide akte genomen. In deze akte zijn diverse nieuwe stellingen naar voren gebracht en allerlei nieuwe feiten en omstandigheden gesteld, ook voor wat betreft het punt van de zes-maandentermijn. Daarnaast is de grondslag van de vordering aangevuld en is de eis vermeerderd. De bijlagen 6 tot en met 14, waar in de akte naar wordt verwezen, ontbreken. Op de rolzitting van

18 juni 2026 heeft [gedaagde] een antwoordakte genomen, met een bijlage.

2.4.

Gelet op de inhoud van de aktes van partijen wil de kantonrechter de zaak alsnog inhoudelijk bespreken met partijen op een zitting. Daarom wordt nu nog geen vonnis gewezen. Op de zitting zal in ieder geval de kwestie met betrekking tot de hiervoor bedoelde zes-maandentermijn worden besproken. Partijen krijgen op de zitting de mogelijkheid om hun kant van het verhaal te vertellen. Ook stelt de kantonrechter vragen en onderzoekt of partijen samen tot een oplossing kunnen komen.

2.5.

Bij het plannen van de zitting wil de rechtbank zoveel mogelijk rekening houden met de agenda van partijen. Daarom wordt nu eerst aan partijen gevraagd de kantonrechter te laten weten op welke ochtenden en/of middagen in de komende maanden zij niet naar een zitting kunnen komen. Daarnaast wordt [eiser] in de gelegenheid gesteld om de bij zijn akte behorende bijlagen 6 tot en met 14 over te leggen.

3 De beslissing

De kantonrechter:

3.1.

bepaalt dat partijen uiterlijk op woensdag 12 augustus 2026 moeten laten weten op welke ochtenden/middagen in de maanden november en december 2026 en de maanden januari en februari 2027 zij niet naar een zitting kunnen komen;

3.2.

bepaalt dat [eiser] de bij zijn akte behorende bijlagen 6 tot en met 14 tegelijk met zijn verhinderdata moet overleggen, uiterlijk op 12 augustus 2026;

3.3.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. G.A. Vriezen en in het openbaar uitgesproken.

764

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.