Uitspraak · Insolventierecht
Rechtbank Rotterdam, 14 april 2025
ECLI:NL:RBROT:2025:8644Zaaknummer FT RK 24/181
- Instantie
- Rechtbank Rotterdam
- Datum uitspraak
- 14 april 2025
- Publicatiedatum
- 16 juli 2025
- Zaaknummer
- FT RK 24/181
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Insolventierecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Tussentijdse beëindiging toegewezen. Tekortkoming in de informatie- en sollicitatieverplichting. Afspraken niet nagekomen. Niet ter zitting verschenen.
De rechtbank:
- beëindigt de toepassing van de schuldsaneringsregeling;
- stelt het salaris van de bewindvoerder, één en ander inclusief onkosten en omzetbelasting, vast op het aanwezig actief tot een bedrag van maximaal € 3.606,36.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.J. Roos-van Toor, rechter, en in aanwezigheid van
mr. C. Hulsegge, griffier, in het openbaar uitgesproken op 14 april 2025.[_b3bb4d00-371f-444e-b77d-2b2db34ec249]
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
Rechtbank Rotterdam
Team insolventie
tussentijdse beëindiging
[insolventienummer]
uitspraakdatum: 14 april 2025
Bij vonnis van deze rechtbank van 11 april 2024 is de toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken ten aanzien van:
[schuldenares],
[adres]
[postcode] [plaats],
schuldenares,
bewindvoerder: N. Pavljasevic.
1 De procedure
De bewindvoerder heeft op 11 februari 2025 de rechter-commissaris verzocht de
schuldsaneringsregeling voor tussentijdse beëindiging voor te dragen.
De rechter-commissaris heeft op 13 februari 2025 met dit verzoek ingestemd en
heeft de schuldsaneringsregeling voor tussentijdse beëindiging voorgedragen aan de rechtbank.
De rechtbank heeft op 14 februari 2025 van deze voordracht tot tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling kennis genomen en heeft de behandeling van deze voordracht bepaald op 2 april 2025.
De bewindvoerder heeft op 26 maart 2025 een laatste stand van zaken aan de
rechtbank toegezonden.
Ter zitting van 2 april 2025 zijn verschenen en gehoord:
- de bewindvoerder;
- C.E. Damatius, werkzaam bij Damatius Bewindvoeringen (hierna:
beschermingsbewindvoerder).
Schuldenares is, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen en zonder bericht van
verhindering, niet verschenen.
De bewindvoerder heeft op 2 april 2025 aanvullende stukken aan de rechtbank
toegezonden.
De uitspraak is bepaald op heden.
2 De standpunten
De bewindvoerder
De bewindvoerder heeft verzocht de schuldsaneringsregeling van schuldenares tussentijds te beëindigen. Daarbij heeft hij in zijn voordracht, in zijn laatste stand van zaken en ter zitting naar voren gebracht dat schuldenares tekort is geschoten in de nakoming van de informatieverplichting en inspanningsverplichting. Daarnaast heeft schuldenares een (of meer) nieuwe schuld(en) laten ontstaan en heeft zij haar schuldeisers benadeeld. Tijdens het verhoor met de rechter-commissaris op 16 december 2024 zijn met betrekking tot deze tekortkomingen afspraken gemaakt met schuldenares. Schuldenares is deze afspraken niet nagekomen. De bewindvoerder heeft daarom het standpunt ingenomen dat de schuldsaneringsregeling van schuldenares voorgedragen dient te worden voor tussentijdse beëindiging.
De informatieverplichting
Schuldenares is de informatieverplichting niet naar behoren nagekomen.
(1) Vergoeding letselschade
Uit de van de beschermingsbewindvoerder ontvangen afschriften van de leefgeldrekening is gebleken dat schuldenares een letselschade-uitkering heeft ontvangen. Schuldenares heeft twee betalingen ontvangen, eenmaal een bedrag van € 5.000,-- op 25 april 2024 (een voorschot) en eenmaal een bedrag van € 17.500,-- op 28 juni 2024 (een slotuitkering). Verder is gebleken dat schuldenares meteen na ontvangst van voornoemde bedragen een bedrag van € 5.000,-- en een bedrag van € 17.000,-- heeft overgemaakt naar de spaarrekening van haar kind. Aan schuldenares is vervolgens meerdere malen verzocht alle stukken met betrekking tot de schadevergoeding in verband met de letselschade te overleggen, maar dat is niet gebeurd. Schuldenares heeft weliswaar verklaard dat zij met deze uitkeringen rekeningen van de fysiotherapie, het ziekenhuis, een manueel therapeut en een psycholoog heeft betaald, maar ook daar heeft zij geen stukken van overgelegd.
(2) Vergoeding waterschade
Vervolgens is gebleken dat schuldenares in verband met waterschade een vergoeding heeft ontvangen van € 5.450,--. Schuldenares mocht deze schadevergoeding van de rechter-commissaris behouden onder de voorwaarde dat zij met bewijsstukken van de herstelkosten zou komen. Ondanks herhaalde verzoeken daartoe heeft schuldenares hier geen gehoor aan gegeven.
(3) Audi A4
Daarnaast heeft schuldenares nog steeds de Audi A4 met [kenteken] op haar naam staan. Met schuldenares is afgesproken dat zij een nieuw kentekenbewijs en tenaamstellingscode zou aanvragen bij de RDW en dat zij de bewindvoerder hiervan op de hoogte zou houden. Schuldenares heeft tot op heden niet aangetoond welke inspanningen zij heeft verricht om de auto van haar naam te krijgen.
(4) Bankmutaties leefgeldrekening
Uit de van de beschermingsbewindvoerder ontvangen afschriften van de leefgeldrekening van april 2024 tot en met november 2024 is gebleken dat er maandelijks grote bij- en afschrijvingen plaatsvinden die niet in verhouding staan tot het inkomen en leefgeld van schuldenares. De bijschrijvingen van in totaal
€ 52.927,81 zouden onder andere te maken hebben met de hierboven genoemde vergoedingen en giften en leningen van kennissen. De afschrijvingen van in totaal
€ 52.926,90 zouden onder andere te maken hebben met terugbetalingen van de leningen, vakanties (in het buitenland) en online gokken. Met schuldenares is meermaals afgesproken dat zij op deze mutaties een nadere toelichting zou geven, maar ook hieraan heeft schuldenares geen gehoor gegeven.
De inspanningsverplichting
Schuldenares is de inspanningsverplichting niet naar behoren nagekomen.
De bewindvoerder heeft via de “postblokkade” de beschikking van het UWV ontvangen waarin staat dat het UWV heeft besloten dat schuldenares geen recht heeft op een WIA-uitkering omdat zij 0% arbeidsongeschikt wordt geacht. Daarom rust op schuldenares per december 2024 de sollicitatieplicht. Deze plicht is zij niet naar behoren nagekomen. Schuldenares heeft van december 2024 tot en met heden niet gewerkt en niet aantoonbaar gesolliciteerd. Er is sprake van een tekortkoming van in ieder geval vier maanden.
Nieuwe schuld
Schuldenares heeft een nieuwe schuld aan de RDW laten ontstaan van € 490,--. Deze schuld is ontstaan omdat de Audi A4 op 18 november 2024 niet verzekerd was. Voorts zal er sprake zijn van een nieuwe schuld aan ASN Autoschade Spijkenisse in verband met stallingskosten van de Audi A4. Schuldenares is verzocht om de bewindvoerder over de nieuwe schuld aan de RDW en de vermoedelijk nieuwe schuld aan ASN Autoschade Spijkenisse te informeren, maar heeft dit tot op heden niet gedaan.
Benadeling van de schuldeisers
Schuldenares heeft meerdere schadevergoedingen (zie hierboven) ontvangen. Deze vergoedingen vallen in beginsel in de boedel. In plaats van deze vergoedingen over te maken naar de boedelrekening heeft zij deze vergoedingen overgemaakt naar de spaarrekening van haar kind. Daarnaast heeft schuldenares diverse giften ontvangen. Giften vallen ook in de boedel. Ook deze giften zijn niet overgemaakt naar de boedelrekening. Waar het geld is gebleven, is onduidelijk. Schuldenares informeert de bewindvoerder niet. De bewindvoerder stelt dan ook dat schuldenares hiermee (mogelijk) haar schuldeisers heeft benadeeld.
Schuldenares
Schuldenares is, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet op de zitting van
2 april 2025 verschenen.
De beschermingsbewindvoerder
De beschermingsbewindvoerder heeft ter zitting verklaard dat hij per 1 januari
2025 de opvolgend beschermingsbewindvoerder is. De beschermingsbewindvoerder heeft verder verklaard dat hij maar moeilijk in contact komt met schuldenares en dat ook hij – ondanks herhaalde verzoeken daartoe – niet geïnformeerd wordt.
3 De beoordeling
Toetsingskader
De schuldsaneringsregeling biedt een schuldenaar in een problematische schuldensituatie de mogelijkheid om na achttien maanden een schone lei te verkrijgen. Dit betekent in de voorliggende regeling dat een groot deel van de schuld van € 144.753,95 niet langer opeisbaar is. Tegenover dit perspectief staat een aantal niet lichtvaardig op te vatten verplichtingen. Zo dient de schuldenaar gedurende de toepassing van de regeling onder meer de bewindvoerder gevraagd en ongevraagd te informeren, zijn inkomen boven het vrij te laten bedrag af te dragen aan de boedelrekening en zich aantoonbaar tot het uiterste in te spannen om een fulltime dienstbetrekking te verkrijgen. Hiernaast mogen tijdens de toepassing van de schuldsaneringsregeling geen bovenmatige nieuwe schulden ontstaan. Van de schuldenaar wordt een actieve houding verwacht bij het naleven van voornoemde verplichtingen.
Tekortkoming in de nakoming van de verplichtingen
De rechtbank oordeelt dat schuldenares toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de verplichtingen zoals opgenomen onder paragraaf 2.1 en overweegt daartoe als volgt.
Nu schuldenares (1) niet is verschenen ter zitting van 2 april 2024, (2) verder ook geen (schriftelijk) verweer heeft gevoerd en (3) de tijdens het verhoor met de rechter-commissaris op 16 december 2024 gemaakte afspraken niet is nagekomen, ziet de rechtbank geen aanleiding om af te wijken van de constateringen die door de bewindvoerder zijn gedaan.
Tekortkomingen zijn toerekenbaar
Gelet op het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat schuldenares ernstig is tekortgeschoten in de nakoming van de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen. Dat bovengenoemde tekortkomingen schuldenares niet te verwijten zijn, is onvoldoende aannemelijk geworden. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat schuldenares, in elk geval na de vele berichten van de bewindvoerder en het verhoor met de rechter-commissaris op 16 december 2024, goed op de hoogte moet zijn geweest van de verplichtingen van de schuldsaneringsregeling. Daarnaast is schuldenares door de rechtbank in de gelegenheid gesteld om op de zitting van 2 april 2025 te verschijnen en te reageren op hetgeen door de bewindvoerder is gesteld. Schuldenares heeft hier geen gebruik van gemaakt. Van een saneringsgezinde houding is dan ook geen sprake. Deze tekortkomingen rechtvaardigen daarom de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling.
De toepassing van de schuldsaneringsregeling zal daarom worden beëindigd op grond van artikel 350, derde lid, onder c en e, Faillissementswet (hierna: Fw).
Salaris bewindvoerder
De rechtbank zal het salaris van de bewindvoerder en de door deze gemaakte kosten vaststellen.
Geen faillissement
De rechtbank stelt vast dat er geen baten beschikbaar zijn om daaruit vorderingen geheel of gedeeltelijk te voldoen. Er is daarom geen sprake van een faillissement van rechtswege zodra deze uitspraak in kracht van gewijsde gaat.
4 De beslissing
De rechtbank:
- beëindigt de toepassing van de schuldsaneringsregeling;
- stelt het salaris van de bewindvoerder, één en ander inclusief onkosten en omzetbelasting, vast op het aanwezig actief tot een bedrag van maximaal € 3.606,36.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.J. Roos-van Toor, rechter, en in aanwezigheid van
mr. C. Hulsegge, griffier, in het openbaar uitgesproken op 14 april 2025.[_b3bb4d00-371f-444e-b77d-2b2db34ec249]
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.