Uitspraak · Verbintenissenrecht

Rechtbank Rotterdam, 5 februari 2025

ECLI:NL:RBROT:2025:1831Zaaknummer 10974920 \ CV EXPL 24-6590

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
5 februari 2025
Publicatiedatum
17 februari 2025
Zaaknummer
10974920 \ CV EXPL 24-6590
Rechtsgebied
Civiel recht, Verbintenissenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Rotterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Cumulatieve dagvaarding. Verstek.

3 De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt gedaagde om aan eiseres sub 1 tegen kwijting te betalen € 200,00 vermeerderd met de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW over dat bedrag vanaf 14 december 2023 tot de dag van algehele voldoening;

veroordeelt gedaagde om aan eiseres sub 2 tegen kwijting te betalen € 387,20 vermeerderd met de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW over dat bedrag vanaf 14 december 2023 tot de dag van algehele voldoening;

veroordeelt gedaagde om aan eiseres sub 3 tegen kwijting te betalen € 121,00 vermeerderd met de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW over dat bedrag vanaf 20 december 2023 tot de dag van algehele voldoening;

veroordeelt gedaagde om aan eiseres sub 4 tegen kwijting te betalen € 150,00 vermeerderd met de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW over dat bedrag vanaf 14 december 2023 tot de dag van algehele voldoening;

veroordeelt gedaagde om aan eiseres sub 1 tegen kwijting te betalen € 128,73 aan buitengerechtelijke kosten;

veroordeelt gedaagde in de proceskosten, die aan de kant van eisers worden begroot op € 644,04 met de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW vanaf de veertiende dag na betekening van dit vonnis tot de dag dat volledig is betaald;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Fiege en in het openbaar uitgesproken. 49039

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 De beoordeling
  3. 3 De beslissing
RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam

zaaknummer: 10974920 \ CV EXPL 24-6590

datum uitspraak: 5 februari 2025

Vonnis van de kantonrechter

in de zaak van

1 [eiser 1],

te Nissewaard,

2. [eiser 2],

te Voorne aan Zee,

3. [eiser 3],

te Rotterdam,

4. [eiser 4],

te Voorne aan Zee,

eisers,

gemachtigde: LegalSteps B.V.,

tegen

[gedaagde],

te Oostvoorne,

gedaagde,

die niet in de procedure is verschenen.

1 De procedure

Eisers vordert bij vonnis gedaagde te veroordelen aan eisers te betalen € 986,93 met rente en kosten zoals in de cumulatieve dagvaarding van 26 februari 2024 omschreven.

Tegen gedaagde is verstek verleend.

2 De beoordeling

2.1.

De vorderingen komen de kantonrechter niet ongegrond of onrechtmatig voor en worden toegewezen.

2.2.

De kantonrechter heeft daarbij onderzocht of een deel van de eis moet worden afgewezen omdat gedaagde bij het sluiten van de overeenkomst te weinig of onjuiste informatie heeft verkregen, maar dat is niet zo. De kantonrechter heeft ook onderzocht of er oneerlijke bepalingen zijn, maar die zijn er niet. Daarbij is alleen gekeken naar bepalingen die voor deze zaak van belang zouden kunnen zijn. Bepalingen die voor beoordeling van de eis niet relevant zijn, heeft de kantonrechter dus niet getoetst.

Proceskosten

2.3.

Gedaagde krijgt ongelijk en moet daarom de proceskosten betalen (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot deze kosten aan de kant van eisers op € 113,54 aan dagvaardingskosten, € 328,00 aan griffierecht, € 135,00 aan salaris voor de gemachtigde en € 67,50 aan nakosten. Dat is in totaal € 644,04. Hier kan nog een bedrag bijkomen als het vonnis wordt betekend. De wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen.

3 De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt gedaagde om aan eiseres sub 1 tegen kwijting te betalen € 200,00 vermeerderd met de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW over dat bedrag vanaf 14 december 2023 tot de dag van algehele voldoening;

veroordeelt gedaagde om aan eiseres sub 2 tegen kwijting te betalen € 387,20 vermeerderd met de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW over dat bedrag vanaf 14 december 2023 tot de dag van algehele voldoening;

veroordeelt gedaagde om aan eiseres sub 3 tegen kwijting te betalen € 121,00 vermeerderd met de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW over dat bedrag vanaf 20 december 2023 tot de dag van algehele voldoening;

veroordeelt gedaagde om aan eiseres sub 4 tegen kwijting te betalen € 150,00 vermeerderd met de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW over dat bedrag vanaf 14 december 2023 tot de dag van algehele voldoening;

veroordeelt gedaagde om aan eiseres sub 1 tegen kwijting te betalen € 128,73 aan buitengerechtelijke kosten;

veroordeelt gedaagde in de proceskosten, die aan de kant van eisers worden begroot op € 644,04 met de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW vanaf de veertiende dag na betekening van dit vonnis tot de dag dat volledig is betaald;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Fiege en in het openbaar uitgesproken. 49039

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.