Uitspraak · Verbintenissenrecht
Rechtbank Rotterdam, 31 mei 2024
ECLI:NL:RBROT:2024:5560Zaaknummer 10966486 CV EXPL 24-6139
- Instantie
- Rechtbank Rotterdam
- Datum uitspraak
- 31 mei 2024
- Publicatiedatum
- 20 juni 2024
- Zaaknummer
- 10966486 CV EXPL 24-6139
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Verbintenissenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Achterstand premie zorgverzekering. Geen vaststaand recht op betalingsregeling. Overstappen van bank en stoppen automatische incasso voor risico verzekerde.
3 De beslissing
De kantonrechter:
veroordeelt [gedaagde] om aan VGZ te betalen € 2.500,- met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf 18 januari 2024 tot de dag dat volledig is betaald;
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van VGZ worden begroot op € 1.012,48;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. G.A. Vriezen en in het openbaar uitgesproken.
51909
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 10966486 CV EXPL 24-6139
datum uitspraak: 31 mei 2024
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
VGZ Zorgverzekeraar N.V.,
vestigingsplaats: Arnhem,
eiseres,
gemachtigde: Flanderijn,
tegen
[gedaagde],
woonplaats: Spijkenisse,
gedaagde,
die zelf procedeert.
De partijen worden hierna ‘VGZ’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.
1 De procedure
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
- de dagvaarding van 18 januari 2024, met bijlagen;
- het antwoord;
- de repliek, met bijlagen.
2 De beoordeling
Waar gaat deze zaak over?
VGZ vordert in deze procedure € 2.500,- van [gedaagde]. [gedaagde] heeft een zorgverzekering (gehad) bij VGZ heeft een achterstand laten ontstaan in de premiebetalingen. Ook heeft hij meerdere zorgnota’s niet betaald. De achterstand, van € 8.173,34, heeft [gedaagde] deels afgelost door betalingsregelingen. Tot en met 26 juni 2023 heeft hij € 6.133,32 betaald.
VGZ brengt bij [gedaagde] vervallen rente van in totaal € 1.018,66 in rekening en buitengerechtelijke incassokosten van € 687 (inclusief btw). Om (proces)economische redenen eist VGZ in deze procedure ‘maar’ € 2.500,- in plaats van het volgens haar te betalen bedrag van € 3.745,68 (€ 8.173,34 + € 1.018,66 + € 687,- - € 6.133,32).
[gedaagde] erkent dat hij nog aan VGZ moet betalen, maar vindt dat VGZ (althans de gemachtigde) niet goed heeft gehandeld. De aflossingen zijn niet meer betaald omdat [gedaagde] van bankrekening is gewisseld en daarbij – voor hem ongemerkt – de automatische afschrijving niet is voortgezet. Hij vindt dat de gemachtigde van VGZ hem meer gelegenheid had moeten geven om de betalingsregeling weer op te pakken en dat hij niet alleen per e-mail bericht had moeten ontvangen, maar ook per post.
[gedaagde] moet € 2.500,- betalen
Het staat vast dat [gedaagde] de achterstand aan premiebetalingen en de zorgnota’s aan VGZ moet betalen. Daar is [gedaagde] het zelf ook mee eens. Omdat [gedaagde] deze bedragen niet heeft betaald op de momenten dat hij dat had moeten doen, moet hij ook de rente over de achterstallige bedragen betalen, totdat alles is betaald. De hoofdsom (achterstand en nota’s) en de rente, verminderd met wat [gedaagde] al heeft afgelost, zijn al meer dan € 2.500,-. Daarom wijst de kantonrechter het geëiste bedrag toe.
[gedaagde] heeft geen (vaststaand) recht op een betalingsregeling. Dat hij de regeling die hij had niet meer is nagekomen, omdat er iets mis is gegaan bij het overstappen van bank, komt helemaal voor zijn eigen risico. VGZ mocht (via haar gemachtigde) de betalingsregeling als vervallen beschouwen en mag het hele bedrag dat nog open staat nu ineens van [gedaagde] eisen.
VGZ mocht ook met [gedaagde] communiceren via de e-mail; via die weg wordt (of werd) al jarenlang contact met [gedaagde] onderhouden. Als [gedaagde] dat e-mailadres niet meer gebruikt, is het aan hem om dat door te geven. VGZ hoefde niet (ook nog) haar berichten per brief te sturen. [gedaagde] heeft ook niet gezegd dat hij de e-mail van de gemachtigde van VGZ niet heeft ontvangen.
Ten overvloede: [gedaagde] hoeft geen incassokosten te betalen
De kantonrechter merkt ten overvloede, maar met het oog op een eventuele vervolgprocedure, op dat het bedrag aan incassokosten dat VGZ eist niet toewijsbaar is. Volgens de zogenoemde ‘veertiendagenbrief’ van 7 september 2023 was er op dat moment een achterstand van € 4.427,66. Als van de hoofdsom (zonder rente) de betalingen worden afgetrokken die [gedaagde] tot en met 26 juni 2023 heeft gedaan, komt de kantonrechter op een bedrag van € 2.039,82. Het bedrag dat in de veertiendagenbrief wordt genoemd is dan te hoog en daarmee voldoet de brief niet aan de eisen die daaraan gesteld worden. Dat heeft tot gevolg dat de gevorderde incassokosten worden afgewezen. Omdat er dan nog een bedrag overblijft dan hoger is dan € 2.500,-, wordt wel de hele vordering van VGZ toewezen.
[gedaagde] moet rente betalen
De rente over € 2.500,- vanaf de dag van de dagvaarding wordt toegewezen, omdat VGZ genoeg heeft gesteld waaruit volgt dat deze moet worden betaald en [gedaagde] dat niet heeft betwist.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
[gedaagde] moet de proceskosten betalen, omdat hij voor het grootste deel ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot deze kosten aan de kant van VGZ op € 130,48 aan dagvaardingskosten, € 372,- aan griffierecht, € 408,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten × € 204,-) en € 102,- aan nakosten. Dat is in totaal € 1.012,48. Hier kan nog een bedrag bijkomen als dit vonnis wordt betekend.
Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat VGZ dat eist en [gedaagde] daar niet op heeft gereageerd (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.
3 De beslissing
De kantonrechter:
veroordeelt [gedaagde] om aan VGZ te betalen € 2.500,- met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf 18 januari 2024 tot de dag dat volledig is betaald;
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van VGZ worden begroot op € 1.012,48;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. G.A. Vriezen en in het openbaar uitgesproken.
51909
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.