Uitspraak · Verbintenissenrecht

Rechtbank Rotterdam, 19 januari 2024

ECLI:NL:RBROT:2024:525Zaaknummer 10753694 CV EXPL 23-28169

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
19 januari 2024
Publicatiedatum
6 februari 2024
Zaaknummer
10753694 CV EXPL 23-28169
Rechtsgebied
Civiel recht, Verbintenissenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Rotterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Onbetaalde facturen.

3 De beslissing

De kantonrechter:

3.1.

veroordeelt [gedaagde01] om aan SFVG te betalen € 7.352,13 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over € 7.042,18 vanaf 2 oktober 2023 tot de dag dat volledig is betaald;

3.2.

veroordeelt [gedaagde01] in de proceskosten, die aan de kant van SFVG tot vandaag worden vastgesteld op € 1.436,48;

3.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. B.J.R. van Tongeren en in het openbaar uitgesproken.

43416

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 De beoordeling
  3. 3 De beslissing

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam

zaaknummer: 10753694 CV EXPL 23-28169

datum uitspraak: 19 januari 2024

Vonnis van de kantonrechter

in de zaak van

Stichting Sint Franciscus Vlietland Groep,

vestigingsplaats: Rotterdam,

eiseres,

gemachtigden: gerechtsdeurwaarder C.A. van Houwelingen en gerechtsdeurwaarder B. van der Heijden,

tegen

[gedaagde01],

woonplaats: [woonplaats01],

gedaagde,

die zelf procedeert.

De partijen worden hierna ‘SFVG’ en ‘ [gedaagde01] ’ genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:

  • de dagvaarding van 10 oktober 2023, met bijlagen;
  • het antwoord;
  • de repliek, met bijlagen;
  • de dupliek.

2 De beoordeling

Waar gaat het om?

2.1.

In 2020 en 2021 heeft SFVG zorg verleend aan [gedaagde01] vanwege haar zwangerschap en bevalling. De kosten daarvan komen volledig voor rekening van [gedaagde01], omdat zij toen geen zorgverzekering had. [gedaagde01] heeft de facturen van SFVG echter niet betaald. Partijen hebben een betalingsregeling getroffen, maar die is komen te vervallen omdat [gedaagde01] vroegtijdig is gestopt met betalen. SFVG eist in deze procedure betaling van € 7.352,13 (aan hoofdsom, rente en buitengerechtelijke kosten) met rente en een proceskostenveroordeling van [gedaagde01].

2.2.

[gedaagde01] heeft de eis van SFVG erkend. Zij voert wel aan dat zij de aanmaningen van SFVG niet op haar nieuwe adres heeft ontvangen. [gedaagde01] wil graag een nieuwe betalingsregeling treffen.

De uitkomst

2.3.

De eis van SFVG wordt volledig toegewezen. Dat betekent dat [gedaagde01] nog een bedrag aan SFVG moet betalen. Hierna wordt uitgelegd waarom.

Persoonlijke omstandigheden hebben geen gevolgen voor de betalingsverplichting van [gedaagde01]

2.4.

Bij repliek heeft SFVG gereageerd op het antwoord van [gedaagde01]. Met betrekking tot de ontvangst van de aanmaningen wijst SFVG op diverse e-mails die zij naar [gedaagde01] heeft gestuurd. Verder voert SFVG aan dat de brieven zijn verstuurd naar het adres waarop [gedaagde01] op dat moment stond ingeschreven in de BRP.

2.5.

Bij dupliek heeft [gedaagde01] deze stellingen van SFVG niet betwist. Dat zij vanwege haar persoonlijke situatie geen toegang had tot haar e-mails en post, is een omstandigheid die voor haar risico komt. De betalingsverplichting van [gedaagde01] jegens SFVG is in stand gebleven. Daarom moet zij de geëiste hoofdsom nog aan SFVG betalen.

2.6.

De incassokosten van € 879,80 (inclusief btw) worden eveneens toegewezen, omdat aan alle voorwaarden is voldaan om deze kosten vergoed te krijgen (artikel 6:96 BW).

2.7.

Ook de rente wordt toegewezen, omdat SFVG genoeg heeft gesteld waaruit volgt dat deze moet worden betaald en [gedaagde01] dat niet heeft betwist.

De kantonrechter kan geen betalingsregeling opleggen

2.8.

[gedaagde01] heeft verzocht om een betalingsregeling, maar de kantonrechter kan aan partijen geen betalingsregeling opleggen. Het is aan partijen om – indien gewenst – zelf afspraken daarover te maken.

Proceskosten

2.9.

[gedaagde01] krijgt ongelijk en moet daarom de proceskosten betalen (artikel 237 Rv). De kantonrechter stelt deze kosten aan de kant van SFVG tot vandaag vast op € 130,48 aan dagvaardingskosten, € 514,00 aan griffierecht, € 660,00 aan salaris voor de gemachtigde (2 punten × € 330,00) en € 132,00 aan nakosten (½ punt × € 330,00 met een maximum van € 132,00). Dit is totaal € 1.436,48. Hier kan nog een bedrag bijkomen als de uitspraak wordt betekend.

Uitvoerbaarheid bij voorraad

2.10.

Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard (artikel 233 Rv).

3 De beslissing

De kantonrechter:

3.1.

veroordeelt [gedaagde01] om aan SFVG te betalen € 7.352,13 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over € 7.042,18 vanaf 2 oktober 2023 tot de dag dat volledig is betaald;

3.2.

veroordeelt [gedaagde01] in de proceskosten, die aan de kant van SFVG tot vandaag worden vastgesteld op € 1.436,48;

3.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. B.J.R. van Tongeren en in het openbaar uitgesproken.

43416

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.