Uitspraak · Verbintenissenrecht
Rechtbank Rotterdam, 12 april 2024
ECLI:NL:RBROT:2024:4295Zaaknummer 10879314 CV EXPL 24-1173
- Instantie
- Rechtbank Rotterdam
- Datum uitspraak
- 12 april 2024
- Publicatiedatum
- 17 mei 2024
- Zaaknummer
- 10879314 CV EXPL 24-1173
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Verbintenissenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Eis toegewezen, want gedaagde heeft niet geantwoord na uitstel.
3 De beslissing
De kantonrechter:
veroordeelt [gedaagde] om aan Interpolis te betalen € 182,40 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over € 130,95 vanaf de dag van dagvaarding tot de dag dat volledig is betaald;
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van Interpolis worden begroot op € 327,38;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. G.A. Vriezen en in het openbaar uitgesproken.
43416
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 10879314 CV EXPL 24-1173
datum uitspraak: 12 april 2024
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
Interpolis Zorgverzekeringen N.V.,
vestigingsplaats: Leiden,
eiseres,
gemachtigde: Flanderijn,
tegen
[gedaagde],
woonplaats: Rotterdam,
gedaagde,
die zelf procedeert.
De partijen worden hierna ‘Interpolis’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.
1 De procedure
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
- de dagvaarding van 5 januari 2024, met bijlagen;
- de brief van [gedaagde] van 14 januari 2024.
2 De beoordeling
Waar gaat de zaak over?
Interpolis eist [gedaagde] te veroordelen om € 182,40 met rente en kosten aan haar te betalen. [gedaagde] heeft uitstel gekregen voor een reactie op de dagvaarding, maar daarna niet meer gereageerd.
Hoofdsom
[gedaagde] heeft niet aangegeven dat de feiten die in de dagvaarding staan niet kloppen. Die staan daarom in deze zaak vast. Op basis daarvan wordt de geëiste hoofdsom van € 130,95 toegewezen.
Buitengerechtelijke incassokosten
De incassokosten van € 40,- worden toegewezen, omdat aan alle voorwaarden is voldaan om deze kosten vergoed te krijgen (artikel 6:96 BW).
Rente
De rente wordt toegewezen, omdat Interpolis genoeg heeft gesteld waaruit volgt dat deze moet worden betaald en [gedaagde] dat niet heeft betwist.
Proceskosten
[gedaagde] moet de proceskosten betalen, omdat hij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot deze kosten aan de kant van Interpolis op € 137,38 aan dagvaardingskosten, € 130,- aan griffierecht, € 40,- aan salaris voor de gemachtigde (1 punt × € 40,-) en € 20,- aan nakosten. Dat is in totaal € 327,38. Hier kan nog een bedrag bijkomen als dit vonnis wordt betekend.
Uitvoerbaarheid bij voorraad
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard (artikel 233 Rv).
3 De beslissing
De kantonrechter:
veroordeelt [gedaagde] om aan Interpolis te betalen € 182,40 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over € 130,95 vanaf de dag van dagvaarding tot de dag dat volledig is betaald;
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van Interpolis worden begroot op € 327,38;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. G.A. Vriezen en in het openbaar uitgesproken.
43416
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.