Uitspraak · Insolventierecht

Rechtbank Rotterdam, 19 september 2024

ECLI:NL:RBROT:2024:11266Zaaknummer C/10/24/316 F

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
19 september 2024
Publicatiedatum
21 november 2024
Zaaknummer
C/10/24/316 F
Rechtsgebied
Civiel recht, Insolventierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Rotterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Verzet tegen faillietverklaring niet-ontvankelijk. Verzettermijn overschreden. Geen beroep op artikel 8 lid 2 Fw wegens verblijf buiten Europees Nederland van bestuurder van schuldenaar.

De rechtbank:

- verklaart verzoekster niet-ontvankelijk in haar verzoek.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.G.E. Prenger, rechter, en in aanwezigheid van mr. J.B. Biezen, griffier, in het openbaar uitgesproken op 19 september 2024.[_47e1986a-6bf0-4e91-a195-004443272c2c]

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 De beoordeling
  3. 3 De beslissing

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie

verzet niet-ontvankelijk

insolventienummer C/10/24/316 F

uitspraakdatum: 19 september 2024

Vonnis op het verzoekschrift van:

de besloten vennootschap

MC Makelaardij & Vastgoed Management B.V.,

gevestigd [adres]

[postcode] Capelle aan den IJssel,

verzoekster,

advocaat: mr. S.W. Margetson,

strekkende tot vernietiging van het vonnis van deze rechtbank van 13 augustus 2024, waarbij zij op verzoek van:

de stichting

Stichting Bewaarder R3fund Residential Rotterdam4,

gevestigd te Amsterdam

verweerster,

advocaat: mr. Th. Visser

in staat van faillissement is verklaard met benoeming van mr. M. Aukema tot rechter-commissaris en met aanstelling van mr. S.T. van Gestel als curator.

1 De procedure

Het verzoekschrift is op 13 september 2024 ter griffie ontvangen.

De uitspraak is bepaald op heden.

2 De beoordeling

De rechtbank moet eerst beoordelen of het verzet tijdig is ingesteld.

Ingevolge artikel 8 lid 1 Faillissementswet (hierna: Fw) heeft de schuldenaar die in staat van faillissement is verklaard, als de schuldenaar niet op de aanvraag tot faillietverklaring is gehoord, gedurende veertien dagen na de dag van de uitspraak recht van verzet.

Verzoekster, die niet op de faillissementsaanvraag is gehoord, heeft het verzet een maand na de dag van de faillissementsuitspraak ingesteld. Verzoekster beroept zich daarbij op artikel 8 lid 2 Fw, volgens welke bepaling de termijn voor het instellen van verzet wordt verlengd tot een maand als de schuldenaar die niet op het faillissementsverzoek is gehoord, zich ten tijde van de uitspraak niet binnen het Rijk in Europa bevond. Volgens verzoekster geldt de termijn van een maand omdat haar (middellijk) bestuurder op 13 augustus 2024 in Bulgarije was, zodat verzoekster zich toen buiten Europees Nederland bevond.

Verzoekster is statutair gevestigd te Capelle aan den IJssel en zij heeft haar bezoekadres in dezelfde plaats. Dat was ook op 13 augustus 2024 het geval.

De omstandigheid dat haar (middellijk) bestuurder op 13 augustus 2024 (mogelijk) in Bulgarije was, brengt niet met zich mee dat verzoekster zich toen buiten Europees Nederland bevond.

Het verzet is derhalve niet-tijdig ingesteld en er is niet gebleken van feiten of omstandigheden die een uitzondering rechtvaardigen op de regel dat aan de termijnen voor het instellen van een rechtsmiddel strikt de hand moet worden gehouden.

Hierbij neemt de rechtbank in aanmerking dat verzoekster blijkens haar brief van 6 augustus 2024 aan de rechtbank op de hoogte was van de faillissementsaanvraag en de behandelingsdatum van 13 augustus 2024, dat haar advocaat blijkens zijn e-mail van

20 augustus 2024 aan de rechtbank op de hoogte was van het faillissementsvonnis en dat de griffie het faillissementsvonnis en het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van de faillissementsaanvraag op 21 augustus 2024 per e-mail aan de advocaat heeft gezonden.

De rechtbank zal verzoekster niet-ontvankelijk verklaren in haar verzoek. Aan behandeling van de gronden voor het verzet komt de rechtbank daardoor niet toe.

3 De beslissing

De rechtbank:

- verklaart verzoekster niet-ontvankelijk in haar verzoek.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.G.E. Prenger, rechter, en in aanwezigheid van mr. J.B. Biezen, griffier, in het openbaar uitgesproken op 19 september 2024.[_47e1986a-6bf0-4e91-a195-004443272c2c]

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.