Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Rotterdam, 28 oktober 2024

ECLI:NL:RBROT:2024:11055Zaaknummer C/10/684079 / FA RK 24-5967

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
28 oktober 2024
Publicatiedatum
7 november 2024
Zaaknummer
C/10/684079 / FA RK 24-5967
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Beschikking
Zittingsplaats
Rotterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Eenzijdig verzoek wijziging geslachtsnaam op grond van overgangsrecht Wet gecombineerde geslachtsnaam afgewezen nadat verzoekster haar verzoek heeft ingetrokken. Geen wettelijke grondslag.

De rechtbank:

4.1.

wijst het verzoek af.

Deze beschikking is gegeven door mr. S.L. Raphael, (kinder)rechter, en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van mr. T. Houtepen, griffier, op 28 oktober 2024.

Tegen deze beschikking kan – voor zover er definitief is beslist –hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Den Haag. Het hoger beroep kan slechts worden ingesteld door een advocaat.

Door verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden moet het hoger beroep worden ingesteld binnen drie maanden na de dag van de beschikking. Voor andere belanghebbenden geldt voor het instellen van hoger beroep een termijn van drie maanden na de betekening van de beschikking of nadat de beschikking hun op andere manier bekend is geworden.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 De vaststaande feiten
  3. 3 De beoordeling
  4. 4 De beslissing

Rechtbank Rotterdam

Team familie

Zaaknummer / rekestnummer: C/10/684079 / FA RK 24-5967

Beschikking van 28 oktober 2024 over wijziging geslachtsnaam

in de zaak van:

[naam 1], hierna: de moeder,

wonende te [plaatsnaam 1],

in haar hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordigster van de minderjarigen:

[minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2016 te [geboorteplaats], en

[minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2018 te [geboorteplaats],

advocaat mr. M.C. Bekkering te Rotterdam.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[naam 2], hierna: de vader,

wonende te [plaatsnaam 2],

niet verschenen.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift met bijlagen van de moeder, ingekomen op 8 augustus 2024.

1.2.

De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op 30 september 2024. Bij die gelegenheid zijn verschenen:

  • de vrouw, bijgestaan door haar advocaat;
  • de raad voor de kinderbescherming Rotterdam Dordrecht, hierna: de raad, vertegenwoordigd door [naam 3].

De man is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen tijdens de mondelinge behandeling.

2 De vaststaande feiten

2.1.

Als door de moeder gesteld en niet door de vader weersproken, wordt in deze zaak uitgegaan van de volgende feiten.

2.2.

Bij de erkenning door de vader is aan de minderjarigen de geslachtsnaam [geslachtsnaam 1] gegeven, te weten de geslachtsnaam van de vader. Dit hadden partijen afgesproken ten tijde van de erkenning.

2.3.

Moeder is van rechtswege belast met het eenhoofdig ouderlijk gezag over de minderjarigen.

2.4.

Moeder heeft de Nederlandse nationaliteit en vader heeft de Kaapverdische nationaliteit. De minderjarigen hebben de Nederlandse nationaliteit.

3 De beoordeling

3.1.

Gecombineerde geslachtsnaam

3.1.1.

Moeder verzoekt de rechtbank de ambtenaar van de burgerlijke stand te gelasten de geslachtsnaam van de minderjarigen te wijzigen in [geslachtsnaam 2] en voor zover nodig te bepalen dat de toestemming van de vader voor wijziging van de geslachtsnaam van de minderjarigen wordt vervangen door de in deze zaak te geven beschikking.

3.1.2.

Vader heeft geen verweer gevoerd.

3.2.

Rechtsmacht en toepasselijk recht

Rechtsmacht

3.2.1.

De Nederlandse rechter heeft op grond van artikel 3 aanhef en onder a Rv rechtsmacht, omdat (in ieder geval) de moeder en de minderjarigen hun gewone verblijfplaats hebben in Nederland.

Toepasselijk recht

3.2.2.

Op grond van artikel 10:19 lid 1 BW worden de geslachtsnaam en de voornamen van een persoon bepaald door het recht van de staat waarvan hij de nationaliteit heeft. De minderjarigen hebben de Nederlandse nationaliteit zodat Nederlands recht wordt toegepast op het verzoek.

3.3.

Overige beoordeling

3.3.1.

Tijdens de mondelinge behandeling is aan de vrouw voorgehouden dat, gelet op de jurisprudentie en de wetsgeschiedenis van de Wet introductie gecombineerde geslachtsnaam, geen wettelijke basis bestaat voor haar verzoek tot wijziging van de geslachtsnaam van de minderjarigen. Daarop heeft de vrouw haar verzoek ingetrokken, zodat de rechtbank dit zal afwijzen.

3.4.

Proceskosten

3.4.1.

Gelet op de aard van de procedure bepaalt de rechtbank dat elk van de partijen de eigen kosten draagt.

4 De beslissing

De rechtbank:

4.1.

wijst het verzoek af.

Deze beschikking is gegeven door mr. S.L. Raphael, (kinder)rechter, en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van mr. T. Houtepen, griffier, op 28 oktober 2024.

Tegen deze beschikking kan – voor zover er definitief is beslist –hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Den Haag. Het hoger beroep kan slechts worden ingesteld door een advocaat.

Door verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden moet het hoger beroep worden ingesteld binnen drie maanden na de dag van de beschikking. Voor andere belanghebbenden geldt voor het instellen van hoger beroep een termijn van drie maanden na de betekening van de beschikking of nadat de beschikking hun op andere manier bekend is geworden.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.