Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Rotterdam, 25 oktober 2023

ECLI:NL:RBROT:2023:9985Zaaknummer 665427

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
25 oktober 2023
Publicatiedatum
7 november 2023
Zaaknummer
665427
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Beschikking
Zittingsplaats
Rotterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Afwijzing verzoek tot verlenging ondertoezichtstelling

6 De beslissing

De kinderrechter:

6.1.

wijst het verzoek van de GI af.

Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 25 oktober 2023 door mr. C.N. Melkert, kinderrechter, in aanwezigheid van J.A. van Soest als griffier.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Den Haag.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verloop van de procedure
  2. 2 De feiten
  3. 3 Het verzoek
  4. 4 De standpunten
  5. 5 De beoordeling
  6. 6 De beslissing

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd

zaaknummer: C/10/665427 / JE RK 23-2187

datum uitspraak: 25 oktober 2023

Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling

in de zaak van

de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond Rotterdam Rijnmond, gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen de GI,

betreffende

[minderjarige01], geboren op [geboortedatum01] 2013 in [geboorteplaats01],

hierna te noemen [voornaam minderjarige01],

[minderjarige02], geboren op [geboortedatum02] 2016 in [geboorteplaats01],

hierna te noemen [voornaam minderjarige02].

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[moeder01],

hierna te noemen de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. M.F. Honders te Rotterdam,

[vader01],

hierna te noemen de vader, wonende in [woonplaats01],

advocaat: mr. M. Erkens te Wateringen.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:

  • het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 12 september 2023, binnengekomen bij de rechtbank op 13 september 2023;
  • het verweerschrift van de zijde van de advocaat van de moeder van 20 oktober 2023, binnengekomen bij de rechtbank op diezelfde datum;
  • het verweerschrift van de zijde van de advocaat van de vader van 20 oktober 2023, binnengekomen bij de rechtbank op diezelfde datum.
1.2.

De mondelinge behandeling met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 23 oktober 2023. Daarbij waren aanwezig:

- de vader, bijgestaan door zijn advocaat;

- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;

- een vertegenwoordigster van de GI, mevr. [naam01].

2 De feiten

2.1.

De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige01] en [voornaam minderjarige02].

2.2.

[voornaam minderjarige01] en [voornaam minderjarige02] wonen bij hun vader.

3 Het verzoek

3.1.

De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige01] en [voornaam minderjarige02] te verlengen voor de duur van zes maanden, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

4 De standpunten

4.1.

De GI handhaaft tijdens de mondelinge behandeling het verzoek en licht dit als volgt toe.

Er is een verbetering in de situatie sinds april dit jaar, waardoor er op dit moment geen sprake meer is van een ontwikkelingsbedreiging van de kinderen. De kans bestaat echter wel dat dit opnieuw ontstaat. De GI wil daarom in de aankomende periode bezien hoe deze situatie zich verder bestendigt en de puntjes op de i zetten, aangezien het nog kwetsbaar is. Er is nog een risico op een terugval. Het is door omstandigheden niet meer gelukt om de kinderen op een neutrale plek te spreken. Ook dit wil de GI nog in de aankomende periode laten plaatsvinden. Dat het nu goed gaat is geen garantie voor de toekomst.

Namens en door de vader is verweer gevoerd. Het gaat goed en de kinderen ontwikkelen zich goed. Er is geen sprake meer van een ontwikkelingsbedreiging van de kinderen. De ouders communiceren met elkaar en de kinderen zien geen toegevoegde waar meer in begeleide omgang. De vader heeft het contact met de moeder altijd ondersteund. Uit het verslag van Timon blijkt ook dat de kinderen vrij kunnen vertellen over hun verblijf bij de andere ouder.

Namens en door de moeder is ingestemd met het verzochte. Het gaat weliswaar goed op dit moment, maar dat is nog pril. De moeder maakt zich nog zorgen over de toekomst. De moeder is van mening dat de vader kritisch naar de hulpverlening toe blijft. De afspraken lijken nu goed te lopen. Op dit moment is het te vroeg om de ondertoezichtstelling te beëindigen.

5 De beoordeling

5.1.

De kinderrechter overweegt het volgende.

5.2.

Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting blijkt dat niet langer wordt voldaan aan het wettelijke criterium genoemd artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek.

Gelet op het voorgaande is de kinderrechter van oordeel dat niet wordt voldaan aan de eisen die de wet stelt. Niet is vast komen te staan dat er sprake is van een ernstige ontwikkelingsbedreiging van [voornaam minderjarige01] en [voornaam minderjarige02]. Sinds april van dit jaar is er een positieve omslag gemaakt. Er is sprake van een omgangsregeling tussen de moeder en de kinderen die positief verloopt. De ouders hebben onbelast contact met elkaar. Er zijn op dit moment ook geen signalen dat de ouders niet zouden kunnen aansluiten bij hun kinderen in de opvoeding en er zijn geen zorgen van derden over de opvoedvaardigheden van de ouders.

De GI heeft ter zitting naar voren gebracht dat niet langer sprake is van een ernstige ontwikkelingsbedreiging en dat het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling is ingegeven door het risico van een terugval in de voorheen bestaande zorgen. Nu namens de GI is aangegeven dat er niet langer sprake is van een ernstige ontwikkelingsbedreiging en daarvan ook overigens niet is gebleken, is er geen grond voor een verlenging van de ondertoezichtstelling.

5.3.

De kinderrechter zal gelet op vorenstaande het verzoek van de GI afwijzen.

6 De beslissing

De kinderrechter:

6.1.

wijst het verzoek van de GI af.

Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 25 oktober 2023 door mr. C.N. Melkert, kinderrechter, in aanwezigheid van J.A. van Soest als griffier.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Den Haag.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.