Uitspraak · Verbintenissenrecht

Rechtbank Rotterdam, 24 november 2023

ECLI:NL:RBROT:2023:10956Zaaknummer 10456700

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
24 november 2023
Publicatiedatum
29 november 2023
Zaaknummer
10456700
Rechtsgebied
Civiel recht, Verbintenissenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Rotterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

geen recht op schadevergoeding - niet komen vast te staan dat ged de opdracht heeft uitbesteed

3 De beslissing

De kantonrechter:

3.1.

wijst de vordering af;

3.2.

veroordeelt [eiser01] in de proceskosten, die aan de kant van [gedaagde01] tot vandaag worden vastgesteld op € 792,00;

3.3.

verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. drs. D.L. Spierings en in het openbaar uitgesproken.

821

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 De beoordeling
  3. Samenvatting en conclusie
  4. 3 De beslissing

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam

zaaknummer: 10456700 CV EXPL 23-10848

datum uitspraak: 24 november 2023

Vonnis van de kantonrechter

in de zaak van

[eiser01],

woonplaats: [woonplaats01],

eiser,

gemachtigde: mr. M.T. Somohardjo,

tegen

[gedaagde01], mede handelend onder de naam [handelsnaam01]

woonplaats: [woonplaats02],

gedaagde,

gemachtigde: mr. M.R. Dill.

De partijen worden hierna ‘ [eiser01] ’ en ‘ [gedaagde01] ’ genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:

  • de dagvaarding van 11 april 2023, met bijlagen;
  • het antwoord, met bijlagen;
  • de brief van [gedaagde01] van 4 juli 2023, met één bijlage;
  • de akte van [gedaagde01] van 28 september 2023 met aanvullende producties;
  • de brief van [eiser01] van 4 oktober 2023, met één bijlage;
  • de brieven van [gedaagde01] van 5 en 10 oktober 2023, met bijlagen.
1.2.

Op 11 oktober 2023 is de zaak tijdens een mondelinge behandeling met partijen besproken.

2 De beoordeling

Samenvatting en conclusie

2.1.

[eiser01] stelt dat hij aan [gedaagde01] opdracht heeft gegeven voor de reparatie van de motor en de automaatbak van zijn auto. Volgens [eiser01] heeft [gedaagde01] deze opdracht vervolgens aan [bedrijf01] uitbesteed en heeft [bedrijf01] de werkzaamheden ondeugdelijk uitgevoerd. Na de reparatie heeft [eiser01] gebreken geconstateerd aan de auto en heeft hij dit direct bij [gedaagde01] gemeld. Omdat [gedaagde01] geen adequate oplossing biedt, vordert [eiser01] primair vervangende schadevergoeding van [gedaagde01], met rente en kosten, alsmede expertisekosten. Subsidiair vordert [eiser01] deugdelijk herstel van alle door [bedrijf02] geconstateerde gebreken, op straffe van een dwangsom.

2.2.

[gedaagde01] betwist dat hij opdracht aan [bedrijf01] heeft gegeven om het motorblok te repareren. Volgens [gedaagde01] heeft [eiser01] dat zelf gedaan. [gedaagde01] heeft alleen de onderdelen naar [bedrijf01] vervoerd. Er is geen causaal verband tussen de vermeende schade van [eiser01] en de door [gedaagde01] uitgevoerde werkzaamheden, zodat de vordering van [eiser01] moet worden afgewezen.

2.3.

De kantonrechter oordeelt dat [gedaagde01] niet aansprakelijk is voor de door [eiser01] gestelde gebreken en schade. Hierna wordt uitgelegd waarom dit de uitkomst is.

Niet komen vast te staan dat [gedaagde01] de opdracht aan [bedrijf01] heeft uitbesteed

2.4.

De vordering van [eiser01] is gebaseerd op zijn stelling dat de door [gedaagde01] ingeschakelde partij ( [bedrijf01]) de werkzaamheden ondeugdelijk heeft uitgevoerd. Volgens [gedaagde01] heeft hij het werk echter niet uitbesteed, maar heeft [eiser01] zélf de opdracht aan [bedrijf01] gegeven.

2.5.

De kantonrechter komt tot de conclusie dat niet kan worden vastgesteld dat [gedaagde01] de opdracht heeft uitbesteed. Deze conclusie baseert de kantonrechter op het feit dat [gedaagde01] in zijn offerte heeft aangegeven dat hij er niet tussen zit, maar dat het werk voor [eiser01] wordt uitgevoerd en door [eiser01] wordt voldaan aan [bedrijf01]. Uit de door [eiser01] overgelegde offerte van [bedrijf01] van 3 maart 2020 (productie 1 bij dagvaarding) blijkt dat [bedrijf01] [eiser01] als opdrachtgever ziet. [eiser01] heeft de facturen van [bedrijf01] (in twee delen) ook aan [bedrijf01] betaald. Verder volgt ook uit de verklaring van de heer [naam01] van [bedrijf01] van 9 oktober 2023 dat [eiser01] opdracht aan [bedrijf01] heeft gegeven om de motorblok te repareren en dat [gedaagde01] alleen als tussenpersoon heeft gefunctioneerd.

2.6.

Omdat niet is komen vast te staan dat [gedaagde01] de opdracht van [eiser01] heeft uitbesteed, valt niet in te zien waarom [gedaagde01] aansprakelijk zou zijn voor het werk dat door [bedrijf01] (volgens [eiser01]) ondeugdelijk is uitgevoerd. Zowel het primair gevorderde als het subsidiaire gevorderde zullen dan ook worden afgewezen.

2.7.

De daarmee samenhangende nevenvorderingen zullen eveneens worden afgewezen.

Proceskosten

2.8.

[eiser01] krijgt ongelijk en moet daarom de proceskosten betalen (artikel 237 Rv). De kantonrechter stelt deze kosten aan de kant van [gedaagde01] tot vandaag vast op € 792,00 aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 396,00). Voor kosten die [gedaagde01] maakt na deze uitspraak moet [eiser01] ook een bedrag betalen van € 132,00. Hier kan nog een bedrag bijkomen als de uitspraak wordt betekend. In dit vonnis hoeft hierover niet apart te worden beslist. [_65266d05-d693-4248-9166-b7874222aabb] De wettelijke rente wordt toegewezen.

Uitvoerbaarheid bij voorraad

2.9.

Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard (artikel 233 Rv).

3 De beslissing

De kantonrechter:

3.1.

wijst de vordering af;

3.2.

veroordeelt [eiser01] in de proceskosten, die aan de kant van [gedaagde01] tot vandaag worden vastgesteld op € 792,00;

3.3.

verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. drs. D.L. Spierings en in het openbaar uitgesproken.

821

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.